Goatfuckers

,,How you're doin'?'' vraagt Samuel, en hij stapt binnen met een grote, zwartglanzende hond.

Samuel is de verhuurder van ons appartement, hij komt langs om te kijken hoe het ons vergaat. Wij vinden hem te aardig om boos op hem te kunnen worden, ook al is daar wel enige reden voor. Hij heeft ons met een stoffige, verwaarloosde flat opgescheept, waarin de haren van zijn hond ons nog elke dag tegemoet waaien. Gelaten, bijna instemmend ondergaat hij onze milde kritiek.

,,Het komt ook omdat er zoveel stof in New York is'', zegt hij, en hij neemt het ons niet kwalijk als wij grijnzen om zijn smoes.

,,Verlangen jullie niet naar jullie kleine, rustige landje?'' vraagt Samuel.

Hij is van Nederlandse afkomst, heeft er nog familie wonen, maar is er al jaren niet meer geweest.

Ik draai op mijn stoel. Daar vraagt hij wat. Van Gogh is amper twee dagen dood, Fortuyn amper twee jaar – hoe moet ik hem dat allemaal vertellen? De recente berichtgeving over de moord op Van Gogh in The New York Times is hem ontgaan, dus ik heb heel wat uit te leggen.

Maar hij is oprecht geïnteresseerd, ik kan hem moeilijk afschepen. Samuel is een echte `liberal', een erudiet man die de hele wereld heeft bereisd. Hij heeft op Kerry gestemd en maakt zich nu zeer ongerust over nóg vier jaren Bush. ,,Wij hebben nog nooit zo'n religieuze president gehad. Die man beseft niet dat je kerk en staat uit elkaar moet houden.''

Ik probeer hem uit te leggen wie Fortuyn was. Zijn ogen worden groot van verbazing. ,,Een homo die right wing was. Wow!'' Ik zie zijn fascinatie groeien, terwijl ik vorder in mijn lastige verhaal.

Als ik het Fortuyn-gedeelte heb afgesloten, slaakt hij een zucht: ,,Amazing!'' Dan begin ik aan de tweede killing, op iemand die je een volgeling van Fortuyn kunt noemen. Hij komt overeind in zijn stoel. ,,Je meent het niet. Ven Gogg? Who the hell is this guy?''

Ik merk dat ik eigenlijk te veel over Van Gogh weet. De feiten verdringen zich in mijn hoofd. Niet dat ik hem persoonlijk gekend heb, maar ik heb hem altijd aandachtig gevolgd, nadat hij me ruim twintig jaar geleden een dreigbrief stuurde. Ik had het in een column opgenomen voor de door hem voortdurend aangevallen Leon de Winter. Van Gogh dreigde dat hij, als ik met mijn kritiek doorging, in zijn eerstvolgende speelfilm een NSB'er naar me zou vernoemen. In die periode viel hij nog vooral joden aan, later werden het feministen, socialisten en ten slotte moslims.

,,Hij noemde moslims goatfuckers'', zeg ik, ,,systematisch.''

Samuel fluit tussen zijn tanden. ,,Goatfuckers! Jesus! Dat kan niet waar zijn. Dat moet je eens in Amerika proberen. Heeft niemand die knaap daarvoor voor de rechter gesleept?''

,,Integendeel, hij werd steeds populairder'', zeg ik.

Samuel schudt het hoofd. ,,Eén ding begrijp ik vooral niet. Hier in New York leven allerlei etnische groepen totaal op zichzelf. Dat werkt, want ze voelen zich toch Amerikaan. Maar dat is niet overnight gelukt, daar is heel wat tijd overheen gegaan. Waarom zijn jullie zo ongeduldig?''

Hij staat op. ,,Goatfuckers'', zegt hij, ,,my god.''