Geef ze de nul terug

Ik was vroeger extreem slecht in wiskunde. Nou ja, in de tweede klas van het atheneum in Suriname was ik slecht in alles, ik had geloof ik een 1 voor Spaans op mijn eindrapport. Eigenlijk had het een nul moeten zijn, legde de altijd even beminnelijke lerares Spaans uit aan mijn ouders tijdens de ouderavond. Mijn ouders sloegen er geen acht op, ze waren verwikkeld in een echtscheidingsproces, en zo ziet u dat echtscheidingen niet per definitie slecht zijn voor kinderen.

In de daarop volgende jaren werd ik beter in de meeste vakken, behalve in wiskunde. Weet je wat het is, zei mijn wiskundeleraar in 5 atheneum: jij kunt niet denken. In de tropen hanteren ze andere opvattingen van opvoedkunde. Maar dat niet kunnen denken beviel me wel. Ik zag mezelf graag als een gedachteloze romanticus die droomt over een groots en meeslepend leven in het verre moederland.

Maar dat was het probleem nu juist: wie het verre moederland wilde bereiken moest zijn wiskunde-examen halen. Zonder wiskunde kon je niet naar de universiteit, en dus niet naar Holland. Het wiskunde-examen kan men zien als een vroege voorloper van het inburgeringsexamen en het was vroeger een flink stuk pittiger. Nu hoef je alleen twee Nederlandse zinnen te kennen: ,,Waar is het postkantoor'', of: ,,Hoe hoog is de vertrekpremie?'' Vroeger moest je alles weten van tangens, sinus en cosinus.

Zonder wiskunde zag ik mezelf al verdoemd tot een levenslang verblijf in de tropen. Ik werd gekweld door angst en ik moest almaar denken aan het feit dat ik niet kon denken. Het werd tijd om alarm te slaan. Ik moet bijles hebben, schreeuwde ik tegen mijn moeder, wiskundebijles.

De man die mij bijles gaf, liet me eerst een artikel lezen over de geschiedenis van de nul. Vroeger kon men wel tellen en zelfs een beetje rekenen, maar algebra kon je het niet noemen. Het is een gigantische mentale stap van vijf paarden, of vijf appels, naar vijf `dingen', en ten slotte naar het abstracte idee van vijf. Gewoon vijf. Je vraagt: vijf wat? Antwoord: gewoon vijf. Dat kenden ze niet, het idee vijf zonder een voorwerp daar achter.

Men kende geen 5, en al helemaal geen -5. Het zou nog een paar duizenden jaren duren voor men -5 kon begrijpen, en die stap kon alleen worden gemaakt, toen men de nul te pakken had. Mijn belangstelling voor wiskunde was definitief gewekt.

Nu weten we wel dat we zonder de nul niet kunnen leven. Zonder de nul zouden we geen computertaal hebben en we zouden wel winst kennen, maar geen verlies, dus zouden we ook geen kapitalisme hebben, kortom: ons bestaan zoals we dat kennen, zou onmogelijk zijn zonder de nul.

Waar komt de nul vandaan? Uit India. Men trof de nul voor het eerst aan in de buurt van Delhi. Een priester moet hebben geprobeerd om uit te rekenen hoeveel bloemen moesten worden geplant om elke dag vijftig bloemenkransen te maken voor de vijftig godsbeeldjes in de tempel. En vijftig noteerde de priester op een kleitablet met een vijf en een nul, een rondje, zoals nu.

Elders in India waren er al geleerden die de nul bewuster gebruikten in rekensommetjes als: vijf plus nul is vijf. Dat was een onvoorstelbare ontdekking. Deze nul reisde oostwaarts naar China en westwaarts naar de Arabieren en nog verder naar Europa en voor je het wist hadden we de computer en de magnetron.

Het zal nu wel duidelijk zijn waarom ik dit verhaal vertel. De laatste tijd gaan er stemmen op om beschavingen van elkaar te onderscheiden. Sommigen willen beschavingen zelfs van elkaar scheiden. De westerse en de niet-westerse beschavingen om mee te beginnen. De islamitische en de christelijke, om preciezer te zijn. De Clash of Civilisations levert al een dode op in Amsterdam, al is dit een wel erg deftige verklaring voor wat vorige week dinsdag is gebeurd.

Maar we moeten consequent zijn. Als beschavingen kunnen worden voorgesteld als biljartballen die tegen elkaar afketsen, moeten we de biljartballen ook zuiver houden, van kleur en glans en vorm. Anders valt het spel niet te spelen. Ik kan me geen biljarttafel voorstellen waarbij sommige van de ballen eivormig zijn. Dat is onhandig.

Welnu: als er meerdere beschavingen zijn, komen we op een moment waarop we iedereen teruggeven wat van hen is. Want eerlijk is eerlijk: al heb ik tien jaar geleden je pen gejat, eerlijkheid gebiedt dat ik hem teruggeef. Als we als mensheid doodeerlijk zijn, krijgen de westerlingen hun penicilline terug, de indianen mogen hun aardappel houden, en de Indiërs gaan vrolijk met hun nul bloemenkransen maken.

Het gevolg zal zijn dat we terechtkomen in de Middeleeuwen, wat zeg ik, in duizend jaar vóór de Middeleeuwen. We zullen leven als wilden in holen en grotten en we zullen in de bossen en op de vlakten naar eetbare vruchten en bladeren zoeken. We zullen bij bosjes sterven aan bacteriële ontstekingen en nooit zullen we eens gewoon een diepgevroren maaltijd kunnen ontdooien in een magnetron.

Dat risico moeten we maar nemen. De Indiërs hebben bloemenkransen, de Amerikaanse indianen hebben aardappelen, en het Westen, nou ja: ze zouden de penicilline toch niet kunnen doseren zonder begrip van de nul, daar heb je dus niets aan. Ze hebben dan ook geen raketten en atoombommen, wat wel een geruststellende gedachte is.

Dit is natuurlijk een karikatuur van de menselijke geschiedenis. Het is niet eens waar wat ik net heb gezegd, omdat sommigen beweren dat de Maya indianen uit Zuid-Amerika eerder de nul hadden uitgevonden en boeddhisten kunnen zweren dat de grote Boeddha kwam met de nul.

Het interesseert me allemaal niets.

Beschaving is een kruisbestuiving, vindingen van de mensheid behoren ons allen toe. Ik zeg het maar heel hard: zodra wij het hebben over beschavingen, in meervoud, zijn we verloren. Er is maar één beschaving, en dat is de universele, menselijke. Als het woord beschaving een meervoudsvorm kent, dan moet het woord mensheid ook een meersvoudsvorm kennen. En mensheden, dat is absurd. Het is mensheid, beste mensen, het is mensheid, enkelvoud.

ramdas@nrc.nl