De prijs voor de ruzies

De mislukking van het referendum in Macedonië is een gevolg van dreigementen van de EU en de desintegratie van de nationalistische oppositie.

Macedonië is door het oog van de naald gekropen: als het referendum over de nieuwe gemeentegrenzen gisteren niet door een meerderheid van de kiezers was geboycot, zou de etnische spanning – de moeizame omgang tussen Macedoniërs en de Albanese minderheid – met ingang van vandaag tot ondraaglijke hoogte zijn opgedreven.

Maar de meerderheid bleef thuis, tot opluchting van de Macedonische regering, de Albanese minderheid en de EU. En dus kan premier Hari Kostov doorgaan met wat hij (en de internationale gemeenschap) wil: de gemeentegrenzen zodanig wijzigen dat de Albanezen lokaal meer zeggenschap krijgen. De decentralisatiewet waarover gisteren werd gestemd, is de kern van het vredesakkoord van Ohrid, dat in 2001, onder zware druk van de EU, een eind maakte aan een korte maar felle oorlog tussen de Macedoniërs en de Albanese minderheid.

Verreweg de meeste Macedoniërs – ruim 90 procent, volgens de peilingen – zijn mordicus tegen de decentralisatiewet. Over het belang van het thema kon ook geen verschil van mening bestaan: dat werd door de meeste Macedoniërs als heel belangrijk ervaren. Waarom dan bleven de meesten gisteren toch thuis?

Het antwoord moet enerzijds worden gezocht bij het dreigement dat Macedonië geen lid van EU en NAVO kan worden als het het vredesakkoord van Ohrid niet uitvoert. Maar het ligt anderzijds bij de zwakte van de nationalistische partij VMRO-DPMNE, de belangrijkste partij achter het referendum.

De VMRO-DPMNE (Interne Macedonische Revolutionaire Organisatie — Democratische Partij voor Macedonische Nationale Eenheid) regeerde Macedonië van 1998 tot 2002. Premier was de stichter van de partij, Ljupco Georgievski. Na de verloren parlementsverkiezingen van september 2002 is de VMRO het toneel geweest van onderling geruzie. Gematigde partijleiders verweten Georgievski zijn harde lijn-oppositie tegen het vredesakkoord van Ohrid. Ze verweten hem corruptie en schandalen. Ze verweten hem zijn corrupte en maffiose minister van Binnenlandse Zaken Ljube Boškovski – de nu voorlopig in een Kroatische gevangenis opgesloten oprichter van een beruchte militie – de hand boven het hoofd te hebben gehouden. En ze verweten hem het internationale isolement van de partij, want de EU doet liever zaken met de gematigde socialisten dan met de felle nationalist Georgievski, de man die het akkoord van Ohrid wel ondertekende, maar zich later fel verzette tegen de maatregelen die op grond van het akkoord genomen moesten worden.

In mei vorig jaar moest Georgievski de partijleiding opgeven: de beduidend gematigder Nikola Gruevski volgde hem op. ,,De internationale gemeenschap houdt niet van me, journalisten houden niet van me, Joego-nostalgici houden niet van me en niemand begrijpt mijn concept voor de oplossing van de crisis'', zuchtte Georgievski.

Het was niet het eind van de ruzies. Na de nederlaag van de VMRO bij de presidentsverkiezingen van april van dit jaar – de VMRO-kandidaat kreeg 327.000 stemmen, tegen 548.000 voor de kandidaat van de sociaal-democraten – zette de aanhang van Georgievski nog een fel offensief tegen Gruevski in. 21 van de 28 VMRO-parlementariërs eisten Gruevski's hoofd.

Ze kregen het niet. Gruevski overleefde de aanval. ,,Ik voelde me als een man die rondloopt met een mes in zijn rug, dat erin gestoken was door een man die hij als een vriend beschouwde'', zei hij later op de televisie. Voor de atmosfeer in de partij had Gruevski maar één woord: ,,vergiftigd''.

De presidentsverkiezingen vormden een dieptepunt voor Georgievski en zijn aanhang. Eerst slaagden ze er niet in `hun' ex-minister Ljube Boškovski tot partijkandidaat voor het presidentschap te maken, vervolgens mislukte hun oproep tot een boycot van de verkiezingen – en dat hoewel Georgievski als erevoorzitter van de partij nog altijd een groot deel van de VMRO controleert. Begin juli kwam de scheuring: aanhangers van Georgievski stichtten een nieuwe partij, de `Interne Macedonische Revolutionaire Organisatie – Volkspartij' (VMRO-NP).

Het heeft de zaak van de nationalisten gisteren niet gered: de meerderheid van de Macedoniërs heeft gisteren niet gestemd – en daarmee toch een stem uitgebracht: tegen het harde nationalisme van Georgievski en voor de stabiliteit en de weg naar Europa.