De benen van Moser

Francesco Moser weet dat verliezen telt. Hij kwam tien centimeter tekort op Gerrie Knetemann tijdens de eindsprint op het WK 1978. Nog iedere week beginnen fans er met hem over. De Italiaan: ,,Dus verliezen telt ook.''

De NOS bezocht Moser een paar dagen na de onverwachte dood van Knetemann. Francesco liep voor de camera langs de eregalerij in zijn fietsfabriek. De verloren finale hangt er niet bij. Hij toont de foto even later in een plakboek, een kleurenfoto die je niet zoveel ziet, recht van voren genomen en op het juiste moment afgedrukt. Oranje tegen blauw. Oranje wint met veel meer centimeters dan iedereen altijd denkt. Een banddikte? Ja, van een autoband.

Moser draagt een suffe ribbroek die te ruim om zijn benen en billen slobbert. Het is het enige smetje op de verder beeldschone verschijning van de Italiaan. Oude mannen zijn sexy, Moser is het schoolvoorbeeld. Haren om door te strijken, ogen om in te verzuipen, een neus om in te bijten.

Mosers uitleg over de finale staat haaks op de versie van Knetemann. Hij zou tijdens het korte overleg in de finale aan Knetemann gevraagd hebben of hij wilde overnemen, hij had al zoveel kopwerk gedaan in het koude weer. Vlak voor de streep viel de Italiaan van vermoeidheid net een beetje stil. Vandaar. Zegt Moser. Hij liegt dat-ie barst, de schat. Leve de omertà!

Knetemann zei ruim een jaar geleden in deze krant: `We maakten een afspraak. De winnaar betaalt de verliezer. Het ging om een bedrag ter waarde van een doorzonwoning. Voor Moser was het kampioenschap minder waard dan voor mij. Hij was al wereldkampioen en verdiende het maximale.' Ik geloof Knetemann. Vooral omdat ik het niet meer aan hem kan vragen en de verhalen over die finale nu voor eeuwig over elkaar heen zullen blijven buitelen.

Moser bekeek het artikel over Knetemanns dood in de Gazzetta dello Sport. De krant beweerde dat hij altijd met een Ray-Ban op reed. Dat hippe brillenmerk hoorde toch meer bij Jan Janssen? Knetemann leek met zijn bril – en zijn kapsel – juist altijd een jaar achter te lopen bij de mode.

`Ik had liever een mes tussen m'n ribben gekregen, dan zo te verliezen', beweert Moser met een ernstig gezicht vanuit Trentino. Dat is een zin die je in Nederland de afgelopen dagen niet zonder oogknipperen durfde uitspreken.

Knetemann krijgt vandaag een eresaluut. Iedereen is vooraf een beetje zenuwachtig. Mijn wielerkompaan Peter Ouwerkerk zal spreken namens de journalisten in het land. Ik zag hem zaterdag in het centrum van Rotterdam, met zijn vrouw op zoek naar geschikte kleding. Hij had thuis een zwart overhemd in de kast hangen. Maar ja, met witte knoopjes. En Peter moest en zou toch echt donkere knopen op een zwart shirt. In het streven naar perfectie zijn Ouwerkerk en Knetemann één.

Ruud Bakker is één van de dragers van de kist. Hij ziet er tegenop als een berg. Hij was acht jaar soigneur van Knetemann in de Raleighperiode. Hij liet me gisteren een zak vol parafernalia zien. Tussen fotoboeken, oude washandjes en een origineel regenboogshirt, haalde Bakker een verchroomd hoefijzer tevoorschijn. Dat ding moest tijdens de zesdaagse altijd met de uiteinden omhoog tegen een schotje van de slaapcabine getimmerd worden. Knetemann was zo bijgelovig als de pest.

Francesco Moser komt ook naar de begrafenis. Ruud Bakker heeft de Italiaan hoog zitten. Hij masseerde Moser, een paar dagen nadat hij de sprint van Knetemann verloor. `Ik voelde die harde spieren in zijn benen. Jongens, wat een kracht zat daar in. Dat maakte de overwinning van Gerrie alleen nog maar mooier.'

Goed dat Moser er vandaag bij is. Hij weet dat verlies telt.