Besmettelijke weemoed in `Ivanov'

Rente, roebels en een vergeefse liefde: toneelschrijver Anton Tsjechov schreef in 1887, op 27-jarige leeftijd, een van de wonderlijkste toneelstukken uit de wereldliteratuur. Hoewel het stuk Ivanov heet, naar de gelijknamige hoofdpersoon, heeft deze in de eerste bedrijven ternauwernood tekst. Ivanov is een jammerlijk persoon, tegen de veertig en tergend moe, getrouwd met een joodse vrouw om haar bruidsschat. Maar daar kan hij naar fluiten. Zo overvol als het landgoed van de grootgrondbezitter is met klaplopers, gepassioneerde kaartspelers en halfdronken lieden van bedenkelijk allooi, zo leeg is het in Ivanovs hoofd.

Regisseur Johan Doesburg van het Nationale Toneel maakt van zijn eerste uitvoering van een Tsjechov-tekst geen languissant, kwijnend toneelspel. Ivanov geniet een verdachte reputatie. De door melancholie uitgeholde grondbezitter heeft een joodse vrouw (consequent `jodin' genoemd) getrouwd om haar geld. De Russische vrouwen om hem heen, weduwe of anderszins eenzaam, spreken hierover schande. De kleingeestige gemeenschap die Tsjechov neerzet is niet vrij van antisemitisme. Doesburg, de regisseur van Fassbinders omstreden stuk Het vuil, de stad en de dood, heeft de loze grimmigheid van de geborneerde Russische landadel scherp geportretteerd. Deze Tsjechov is verontrustend.

Is melancholie het kernwoord voor het karakter Ivanov, de voorstelling gaat gelukkig niet mee op vleugels van die melancholie. Het decor van zwenkende, golfplaten panelen toont een sinistere atmosfeer. In het openingsbeeld maakt de cercle van personages die immer bivakkeert op zo'n verlaten landgoed vrolijke ketelmuziek. Mark Rietman in de titelrol zit terzijde, gevangen in het licht. Hij staart somber voor zich uit, leest een boek zonder te lezen. Zijn gekwelde zwijgzaamheid is als de stilte in de orkaan: iedereen om hem heen, vrienden, een arts, vrouwen, raakt door hem opgezweept. Zelf verricht hij niks. Rietman heeft een zware rol: niets doen en tegelijk alles betekenen. Hij is niet bij machte aan het leven deel te nemen.

Tsjechov, zelf een arts, verbeeldt in Ivanov het ziektebeeld van de lege ziel. In deze regie zag ik iets nieuws bij Tsjechov: de spreekwoordelijke melancholie van zijn karakters vindt zijn oorzaak in de besmettelijke weemoed van een ander. Ivanovs innerlijke leegte doodt ieders levensvuur. Zijn vrouw Anna (Marie-Louise Stheins) probeert de hartstocht met vuistslagen uit Ivanovs borst te slaan. Dat mislukt. Stefan de Walle als de graaf is geweldig met zijn zuigende, droge humor. De arts Ljov (Pieter van der Sman) heeft meer dan ik eerder zag een destructieve invloed op Ivanov. Hij kwelt hem zo lang met schuldgevoel over zijn aan de tering lijdende vrouw, dat hij hem in armen van zelfmoord drijft. Een sterk beeld is het bebloede hoofdkussen dat de arts op tafel gooit: Ivanovs vrouw gaat sterven. Tot slot is er nog de jonge Sasja (Manoushka Kraal) met wie Ivanov aan het slot voorgeeft te trouwen. Op het huwelijksfeest loopt hij weg, zoekt de leegte van het toneel en bèng, daar klinkt het schot.

Doesburg en zijn spelers hebben de lange, bijna symfonische lijnen van Ivanov gedurende de ruim drie uur durende voorstelling krachtig vastgehouden. Muzikant en componist Harry de Wit creëert met piano en strijkstok (onder meer op een leeg glas) verstild-weemoedige klanken, desolaat. Eigenlijk zag Tsjechov de stijl van Ivanov voor zich `licht als een veertje', zoals hij in een brief schrijft. Dat is nu niet het geval. Het is beklemmend.

Voorstelling:Ivanov van Anton Tsjechov door het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg; decor: Tom Schenk; muziek: Harry de Wit. Gezien: 6/11 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 16/1. Inl.: 0900-3456789; www.nationaletoneel.nl