Beorn Nijenhuis `monster' van de ijsbaan

Beorn Nijenhuis was dit weekeinde de revelatie van het NK afstanden. De jonge sprinter werd tweede op de 500 meter en hij won de 1.000 meter en 1.500 meter. ,,Ik ken niemand met zulke poten.''

Beorn Nijenhuis is een opvallende verschijning temidden van alle blozende schaatsers in het Drentse ijsstadion De Smelt. Hij heeft een bleek gezicht en een paar imposante bovenbenen. Als staalkabels zo dik zijn de dijen van de jonge sprinter. Zijn masseur Gerrit Mooi zit zeventien jaar in het vak en hij heeft zo'n tachtig topschaatsers letterlijk door zijn handen laten glijden. Het lichaam van Nijenhuis slaat alles, zegt de verzorger van TVM. ,,Beorn is echt gebouwd voor het schaatsen. Hij heeft een positieve tonus, noemen wij dat. De spanning op zijn benen is enorm. Ik heb nog nooit zoiets gezien bij zo'n jonge knul. Ik ken niemand met zulke poten.''

De 20-jarige Nijenhuis baarde afgelopen weekeinde opzien door zijn prestaties op het ijs. Hij werd vrijdagavond tweede op de sprint, hij won zaterdag de 1.000 meter en hij won gisteren vrij verrassend de 1.500 meter. Deze afstand beschouwt hij als training voor de sprintnummers. Met zijn typische, bijna Oostduitse stijl versloeg hij de concurrenten die hem de afgelopen jaren nog de baas waren. Jan Bos, Erben Wennemars en Gerard van Velde waren kansloos tegen de in Canada geboren pupil van sprintcoach Geert Kuiper. De trainer was zelf ook verbaasd over de vorderingen van de krachtmens die in 2002 wereldkampioen bij de junioren werd bij de allrounders.

,,Beorn is een jonge jongen die je langzaam moet slijpen, juist vanwege dat bijzondere lichaam van hem'', weet Kuiper. ,,Hij heeft met die zogenaamde x-benen een geheel eigen techniek. Ik heb hem kunnen overtuigen dat hij zijn stijl enigszins aanpast, wil hij ook op de 500 meter gaan meetellen en 34'ers leert rijden. Hij heeft te lang op de carve-schaats gereden en rijdt daarom nog te veel op de binnenkant. Zijn accelleratievermogen wordt steeds beter, al mist hij van nature de hoge frequentie van Wennemars. Beorn is gelukkig heel goed coachbaar. Hij is ook super intelligent, we zitten op dezelfde golflengte.''

Nijenhuis studeert Engels en is een groot liefhebbber van Shakespeare. Hij kent de dichtregels van de Engelse schrijver uit zijn hoofd. Zijn Nederlands wordt ook steeds beter; volgens sprintcoach Kuiper voelt hij zich niet langer het slachtoffer van de zogenaamde kleedkamerlol van zijn ploeggenoten. ,,Beorn voelde zich als groentje nog wel eens afgezeken, daar kon hij zich over opwinden. Die tijd is voorbij. Hij is ook geen kleine jongen meer, maar een echte professional die geweldig met zijn vak bezig is. En hij vernederlandst met de maand.''

Bij TVM oefent hij vaak met Yuri Solinger, die het blonde trainingsbeest al met ,,een monster'' heeft vergeleken. Wat verder opvalt is zijn relativeringsvermogen. Nijenhuis beseft dat het seizoen nog pril is en de concurrentie de komende weken niet stil zal zitten. Bij TVM is geen sprake van onderlinge rivaliteit, refereert hij aan de steeds vlottere samenwerking met ploeggenoot Van Velde. De olympisch kampioen van Salt Lake City trekt bij voorkeur zijn eigen schaatsplan. ,,Gerard mag geven en nemen wat hij wil'', zegt Nijenhuis diplomatiek. ,,Hoe meer hij geeft, hoe gelukkiger we zijn.''

Van Velde won vrijdagavond nog wel de 500 meter, met een geringe voorsprong op Nijenhuis die ten opzichte van vorig seizoen vooral zijn startsnelheid heeft verbeterd op de sprint. Op de 1.000 meter en de 1.500 meter waren de rollen omgedraaid. Sterker nog: Van Velde kwam er zaterdag en zondag niet meer aan te pas. Wennemars bleef met zijn tweede plaatsen nog het dichtst in de buurt van Nijenhuis, die op de half overdekte piste van Assen twee baanrecords reed: 1.11,31 en 1.49,09. Wennemars liet tijden van 1.11,86 en en 1.50,36 noteren.

De regerend wereldkampioen op de sprint was vorig seizoen het verliezen bijna verleerd. ,,Toch ben ik niet verrast door de progressie van Beorn. De jonge jongens hebben sowieso niks te verliezen. Maar ze zijn nog niet van me af'', waarschuwt Wennemars die zich richt op de Winterspelen van Turijn in 2006. Olympisch goud ontbreekt nog op zijn erelijst.

Nijenhuis teert op bescheiden klasseringen in het internationale sprintersgilde. Hij werd elfde op de afgelopen twee WK's en derde op de afgelopen twee NK's. Hij won bij de senioren nog nooit een wereldbekerwedstrijd. Zijn progressie leek vorig jaar te stagneren, vonden de critici. Niets van waar, vindt hij zelf. ,,Bijna iedereen vergeet hoe oud ik ben. Ik had achteraf beter op mijn negentiende het WK junioren kunnen winnen en niet op mijn zeventiende. De verwachtingen waren veel te hoog. Bij de senioren is supertalent niet genoeg. Net als Lance Armstrong moet ik heel hard werken om beter te worden. Het is een heel subtiel proces. Bijna niemand kan mij leren schaatsen, want er zijn er maar een paar in de wereld die het beter kunnen dan ik. Ik volg de weg van de geleidelijkheid, ik ben geen rollercoaster.''

De introverte sporter uit Canada is niet bang dat hij binnenkort een bekende Nederlander wordt. ,,Ik ben niet op zoek naar roem. Het is al mooi meegenomen als ik op straat herkend word'', zegt de inwoner van Heerenveen. Trainer Kuiper weet zeker dat Nijenhuis met beide (kolossale) benen op de grond zal blijven staan. ,,Beorn is als een komeet aan komen zeilen, maar hij kijkt gelukkig verder dan de ijsbaan.''

Ritsma pagina 16