Utopisch gezondheidsidee niet altijd in goede handen

Het artikel van Hans Achterhuis over onze utopische verwachtingen en tegenstrijdige gedragingen ten aanzien van onze gezondheid, stemt tot nadenken (Opinie & Debat, 30 oktober). In zijn betoog gaat Achterhuis echter uit van de impliciete veronderstelling dat de overheid het beste voorheeft met de volksgezondheid. Dat siert hem, maar de afgelopen jaren is helaas meermalen gebleken dat de overheid ook in dat opzicht niet (meer) te vertrouwen is, en dat het algemeen belang vaak wordt achtergesteld bij deelbelangen.

Ter illustratie het utopische landbouwbeleid, dat al decennia de productie stimuleert van producten die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het inkomensbelang van een kleine en afnemende groep boeren heeft onder andere geleid tot een bio-industrie die niet alleen natuur, milieu en landschap aantast, maar waarvan de (te) goedkope producten een enorme verschuiving hebben veroorzaakt in het consumptiepatroon. De balans tussen werkelijke behoefte en consumptie is momenteel volkomen zoek, met de volksgezondheid als eerste slachtoffer. Vrijwel alle oprukkende welvaartsziekten hebben op een of andere manier te maken met overvoeding c.q. een verkeerde keuze uit het overdadige marktaanbod. Het halfzachte voedingsbeleid van de overheid, dat vooral was gericht tegen vetten, heeft bovendien averechts gewerkt, omdat `magere' producten beslist niet beter of gezonder zijn dan de vette variant.

Het tweede voorbeeld is de beroemde, onlangs overleden stier `Herman'. Deze succesvol genetisch gemodificeerde stier had moeten leiden tot een nieuwe industrie die medicijnen zou maken voor ongeneeslijke ziekten. Aan die utopische verwachting werd echter een eind gemaakt door een intens gemene campagne van de Dierenbescherming, die de Tweede Kamer ertoe bracht om een onwerkbaar biotechnologiebeleid aan te nemen. Een innovatieve nieuwe bedrijfstak verdween uit Nederland, de ontwikkeling van nieuwe medicijnen werd jaren vertraagd en patiënten zijn nodeloos overleden.

De conclusie kan alleen maar zijn dat de utopische gezondheidsgedachte ook bij de Nederlandse overheid niet altijd in goede handen is. De vraag is echter wie die overheid dan moet genezen. Dat kan alleen maar door een nuchtere filosofie die met beide benen op de grond blijft staan en hardnekkig de tegengestelde belangen en paradoxen zichtbaar maakt. Zoals Achterhuis gelukkig al jaren doet.