Twee tedere horken

In het eerste deel van de nieuwe dvd-serie Moderne Europese Klassieken Les Valseuses van de Franse regisseur Bertrand Blier. Over twee schaamteloze, sadistische vrijbuiters die tot rijpheid komen door affaire met een gruwelijke ontknoping.

'Wat heb je?'

'Een idee.'

Horen we deze dialoog in Les Valseuses (Bertrand Blier, 1974), dan mogen we rekenen op provocatie, terreur, sadisme, en meestal op misogynie.

Jean-Claude is een vrijbuiter, nog geen vijfentwintig en bij gebrek aan bezit of toekomst bewust zonder zorgen en dakloos, en datzelfde geldt voor zijn boezemvriend Pierrot, met wie hij alles deelt, letterlijk alles.

Pierrot wordt gespeeld door Patrick Dewaere, manisch, verlegen, met een onverwacht open blik in een verder teruggetrokken, zenuwachtig gezicht. Gérard Depardieu is Jean-Claude, een beer tegenover Dewaeres horzel. Barstend van energie banjert hij door de film. Zijn kijken is vuig maar ook ongemeen belangstellend; zijn lijf wil genot, en dat wil het nu. Hij is de man van de ideeën.

Zo'n idee verzekert ze van seks, want een man wil wel eens wat. Het verschaft ze geld, want een man moet leven, of een auto, want een man moet voort, of een heel mooie auto, want een man moet dromen. En het zorgt voor gein, veel gein.

En zo'n idee gaat zwanger van poëzie.

Ruw, grof, choquerend zijn de idées van Jean-Claude, maar we moeten toegeven dat ze leiden naar, verleiden tot, poëtische momenten. Meermalen is die poëzie een geval van light verse: een tot sublieme hoogten opgevoerd twistgesprek met een supermarché-bewaker (hemel, wat een dynamisch two-shot zet Blier hier neer). Of een voorgenomen tasjesroof, omkleed met een achtervolging per winkelwagen, de pointe een stevige derrière.

Zo'n idee kan ook meer in de richting gaan van een sonnet, met een volte in het laatste couplet.

In een stille treinwagon zoogt een vrouw haar baby. De twee mannen stappen in. Ze nemen tegenover haar plaats en gaan uitdrukkelijk zitten kijken. Jean-Claudes idee: Pierrot mag ook bij de vrouw drinken. Ze heeft geen keus. Ze laat toe dat hij haar jurk openknoopt, haar borsten tevoorschijn schept en zich tegoed doet, terwijl Jean-Claude haar vasthoudt, de overgebleven tepel bepotelt en, en dat is misschien wel meest vernederend, aandachtig, bijna teder, het tafereel beschouwt.

Hier zien we misbruik in een oervorm, en toch kijken we. Met gêne en afgrijzen, maar we kijken. En dan gebeurt het: de voor de filmkijker navoelbare angst op het gezicht van de vrouw maakt plaats voor passie. Zij wordt aangerand, wij zijn in de weer om met haar mee te leven en nu verraadt ze ons, want ze geniet. Ze verlaat de trein als winnares. Het idee van haar belagers inlijvend bij haar eigen fantasie, heeft ze hen weggezet als verliezers, terwijl ze de filmkijker ontmaskert als hypocriet.

Schaamteloosheid

De schaamteloosheid van deze scène is de grondtoon van Les Valseuses. Het motief is de betrekkelijkheid van recht en onrecht, van deugd en ondeugd.

Bertrand Blier filmde het of het allemaal voor zijn camera gebeurt, maar die achteloze beelden van de bleke koppen met de vettige haren, het wangedrag en de renpartijen zijn te mooi om niet geconstrueerd te zijn. Hoe veroverde Blier anders net het juiste opdwarrelende straatvuil, hoe smeerde hij anders dat smerige buitenwijk-neonlicht over de posse van opgefokte spitsburgers, hoe anders bewerkte hij die stralend kille voorjaarssfeer in een uitgestorven badplaats?

Door zijn filmstijl benadrukt Blier dat deze twee jongens weliswaar niet deugen, maar dat hun slechtheid zuiverder is dan de slechtheid van de zelfingenomen Franse burgerij, zelfvoldaan agressief en tuk om alles wat afwijkt te veroordelen. Hij voegt aan de twee mannen een vrouw toe, een meisje nog (ook volmaakt gespeeld, door Miou-Miou die haar marsepeinen meisjeslijf inzet of ze een muziekinstrument bespeelt). Haar verzet is lijdelijk in letterlijke zin. Met frigiditeit en wezenloosheid verweert zij zich tegen de wreedheid van haar benepen burgermilieu, en net zo goed tegen het automatische, vrouwenverachtende geweld dat Jean-Claude en Pierrot op haar toepassen.

De Valseuses walsen door het leven. Ze zwieren rond, charmant, gewelddadig, schokkend, stinkend, kletsend, aanrandend, stelend, en intussen buitelt de ene onweerstaanbare scène over de andere. Uren had het zo door kunnen gaan, op basis van de brille van deze drie woeste acteurs sans gêne, jong en elk aan het begin van een grootse carrière (al benam Patrick Dewaere zich in 1982 het leven).

Maar nee. De personages missen iets. Blier, die met deze film zijn meesterschap bewees, zal ze leren.

De eerste barst slaat hij met de, voor zijn doen preuts verbeelde, suggestie dat Jean-Claude zijn vriend seksueel benadert. Wat er precies is gebeurd blijft in het midden, al is het duidelijk dat Pierrot zich 'vernederd' voelt en dat Jean-Claude eenvoudig nooit iets uit de weg gaat. Hoe dan ook, iets heeft ze aangeraakt. Ze rennen weg, ze stoeien als vanouds, ze willen er niet aan denken. En dan valt Jean-Claude stil.

'Wat is er met je? Wat heb je?'

'Een idee. Mon chef d'oeuvre.'

Dat idee, het zal evolueren tot een elegie, leidt tot de kern van Les Valseuses, in feite een voldragen korte film-binnen-de-film, met de actrice Jeanne Moreau in het brandpunt. Blier laat nu de elektrisch geladen filmstijl varen ten gunste van afgewogen kalmte en nauwkeurig bemeten shots. Hij ruilt de uitgelaten haast in voor accenten op details als een verholen pijnlijke voet, wolken door een ruit weerspiegeld of de koestering van de warmte van andermans jas. Klucht maakt plaats voor melancholie, ruige beelden voor zorgvuldige film-etsen.

Als poëtische gedachte is het idee subliem: Jean-Claude en Pierrot enteren een zojuist uit de gevangenis vrijgekomen vrouw (Jeanne Moreau, destijds halverwege de veertig). Pierrot vindt haar lelijk want een oud vel, Jean-Claude onderkent direct haar schoonheid. Ze wil niets van het tweetal weten, maar dan maakt Jean-Claude haar onbedoeld aan het lachen. Die lach verraadt dat ze alle tien de jaren van haar gevangenisstraf niet gelachen heeft. Logisch: nu stapt ze in en rijdt ze mee. De mannen worden haar jongens; wat er verder zal gebeuren, gebeurt omdat zij het initiatief neemt.

Het drama dat Blier ontplooit is onverholen teder en het knappe is dat je je daar niet over verbaast, ook al ken je de beide mannen als horken. Het culmineert in een meesterlijke vrijscène, met Moreau hunkerend en Depardieu en Dewaere even sexy als lieftallig.

Ontknoping

Misschien is deze korte film ooit het begin geweest, en is Les Valseuses eromheen gedrapeerd, ik weet het niet. In elk geval houdt dit juweel wat er voor en er na aan boevigheid voorvalt in exact het juiste wankele evenwicht.

De ontknoping van de episode is monstrueus. Maar behalve een onverdragelijke schok krijgen Jean-Claude en Pierrot het geschenk van hun leven: verdriet, en dus gevoel. Ze huilen, zoeken troost. Ze leren zelfs de jonge vrouw, hun Dritte im Bunde, te kussen. Eerder kreeg ze een schampschot in haar scheen, toen ze hun schreeuwend om een kus vroeg.

De muziek wordt van andante weer manisch allegretto en Blier pakt de oorspronkelijke jachtige stijl op. Hij verplaatst het drietal naar het platteland, stuwt ze zuidwaarts en kleurt zijn beelden nu onwerkelijk romantisch. Jean-Claude en Pierrot zijn geen dakloze verliezers meer, maar bohémiens en hun missie is het verbreiden van de pure vrijheid. Ze dragen witte broeken, de vrouw een roze doorknoopjurkje en, jawel, zelfs Blier kan het niet laten, daar staat het bekende Franse veldboeketje op de tafel. Niettemin, de fureur is terug, de provocaties van de bekrompen burger voor wie geen genade bestaat, de drieste seks en het geweld. De gein ook. Maar het register is anders.

Geen spijt. Alleen maar brute tederheid.

Volgende maand: Mephisto van István Szabó

Abonnees kunnen tegen extra korting ook de volledige reeks bestellen.U betaalt dan per film slechts € 16,75.

Zie Abonnee Extra aanbieding op pagina 68 en www.nrc.nl/dvd.