Stress en woede in gevang

Gevangenen eisen in een kort geding dat het `versoberde regime' in de penitentiaire inrichtingen wordt teruggedraaid. Ze zitten nu om vijf uur al achter de deur.

George Sanchez, lid van de gedetineerdencommissie van Westlinge, een gevangenis, trekt zwijgend zijn trui omhoog. Spreekverbod, heeft hij met viltstift op zijn T-shirt geschreven. Hij gebruikt zijn verlofdag om bij een kort geding te zijn in het Paleis van Justitie in Den Haag.

Bijna duizend gedetineerden, van verschillende gevangenissen in Nederland, eisen van minister Donner (Justitie) dat hij het `versoberde regime' terugdraait dat per 5 oktober bij bijna alle penitentiaire inrichtingen is ingegaan. Niet alle duizend gedetineerden zijn er. Er zijn er maar vier, die speciaal met een busje naar de rechtbank zijn gebracht. Aan het einde van de zitting mogen ze nog iets zeggen tegen de rechter. Én George Sanchez is er, maar die moet van gevangenisdirecteur M. Kruizinga zijn mond houden.

Hun advocaat, Arthur van der Biezen, mag wel iets zeggen. En dat doet hij lang en uitgebreid. Sinds oktober is er in de gevangenis minder tijd voor activiteiten: minder bezoekuren, minder sport, minder werk. Gevangenen komen al met al zo'n vijftien uur minder uit de cel dan daarvoor. Ging voorheen de celdeur pas om acht uur 's avonds dicht, nu houdt het personeel zich aan kantoortijden. Om vijf uur gaat iedereen achter de deur. En die gaat pas de volgende ochtend om acht uur weer open. Een eindeloos lange tijd, zegt Van der Biezen. En met een beetje pech zit je er ook nog met z'n tweeën.

De afgelopen tijd is er in een paar gevangenissen onrust uitgebroken. In de Dordtse gevangenis, in De IJssel in Krimpen aan den IJssel en in de vrouwengevangenis in Heerhugowaard. In de Marwei in Leeuwarden moest de ME erbij komen. De advocaat citeert de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming die in een advies aan de minister van Justitie waarschuwt dat een `versoberd regime' een slecht effect zal hebben op de recidive. Gevangenen zullen slechter en bozer de gevangenis weer uitkomen.

Hoogleraar straf- en penitentiair recht C. Kelk van de universiteit Utrecht schrijft in een brief aan de advocaat dat hij het nieuwe regime `rigoureus' vindt, een verharding die hij in de 35 jaar dat hij het gevangeniswezen bestudeert niet eerder heeft meegemaakt. Hij waarschuwt voor het welzijn van de gevangenen, op de verhoogde recidivekans, en de verslechterende relatie tussen bewaarders en gevangenen. De advocaat haalt er een rapport bij van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie bij - directeur Peter van de Sande van deze dienst zit in de zaal. Daarin staat dat de `versobering' niet alleen een bezuinigingsmaatregel is. Het is ook een manier om `de burger' tegemoet te komen die vindt dat gevangenisstraffen strengen, consequenter en met minder franje moet zijn. Een gevangenis is geen hotel.

Eigenlijk, zegt de advocaat van de gedetineerden, is een gevangenisstraf nu door het veranderde regime erger geworden. De gevangenen die nu in de gevangenis zitten worden erger gestraft dan de rechter ooit bedoeld heeft toen hij ze veroordeelde. En dat is onrechtmatig. ,,De rechter legt een straf op, niet de minister.''

En dan mag landsadvocaat Edwin Bleichrodt namens de minister spreken. Hij noemt eerst een hoop cijfers. Dat het aantal gevangenisstraffen sinds 1997 met veertig procent is gestegen. Dat het gemiddeld aantal gedetineerden per 100.000 inwoners sinds 1987 met 182 procent is toegenomen. Meer gevangenen in meer cellen, voor steeds minder geld.

De dienst die bij het ministerie verantwoordelijk is voor de gevangenissen moet 240 miljoen bezuinigen. Er moest dus wel iets veranderen, zegt hij. Daar is niks onrechtmatigs aan, en het is ook niet erger geworden in de gevangenis. Het aantal uren dat er activiteiten zijn in de gevangenis is niet afgenomen, zegt Bleichroth, dat is nog steeds ongeveer 43 uur per week. Alleen zijn die uren ingepast in `bedrijfstijden', tussen acht uur 's ochtends en vijf uur 's middags. ,,De Staat realiseert zich dat die periode van insluiting als lang kan worden ervaren.''

De vier gedetineerden, drie uit Zoetermeer en een uit Dordrecht, krijgen het laatste woord. Ze haastten zich te zeggen dat hun gevangenisdirecteur – die zit ook in de zaal – er heus niks aan kan doen. Maar zoals het nu gaat is het een ramp. In de paar uur dat ze uit de cel zijn, moeten ze kiezen: of luchten, of sporten of studie. Alles doen, kan niet meer. ,,De meeste gevangenen hebben een gezin. De vrouw werkt, komt om vijf uur thuis. Die kan dus niet meer op bezoek.'' Kinderen die om vier uur uit school komen, kunnen niet meer bellen naar hun vader, want die zit dan al bijna op cel. En, zegt de laatste, niet alleen wij zijn de dupe, de bewaarders ook. ,,Ze werken zich rot. En: ,,Ze voelen zich bedreigd.''

De rechter doet op 16 november uitspraak.