Onderwijskazerne

De gemeente hoorn heeft geen club die betaald voetbal speelt, dus een nieuw stadion met kantoren en een winkelcentrum, dat zit er gewoon niet in. Voor deze stad hebben projectontwikkelaars daarom iets anders bedacht: een school voor vijfduizend leerlingen. Een megaschool. Een krankzinnig idee, zou je zeggen, maar projectwethouder Jac van Es (PvdA) benadrukt dat hij geen mammoetschool wil neerzetten. Is dat realistisch?

Mensen vinden het prettig om deel uit te maken van een overzichtelijke omgeving, een buurt, een herkenbare gemeenschap. Voor leerlingen is dat de school. Om zich in de school te herkennen, zich er thuis te kunnen voelen, is het van belang dat de school een eigen karakter heeft. Dat eigen karakter ontleent een school aan het gebouw waarin het is gevestigd en aan de plek waar dat staat. Dat weet iedereen uit eigen ervaring en dus, zou je denken, is de Hoornse raad faliekant tegen dat megalomane plan van de projectwethouder. Helaas, zo werkt dat niet. Mensen laten zich door een bevlogen verkoper van gebakken lucht alles wijs maken. Zo pareert de wethouder die kritiek in de Volkskrant met: `Het worden verschillende gebouwen met herkenbare eenheden. De leerling komt in een kleinschalige setting.' Het komt er dus op neer dat je eerst vijfduizend leerlingen en ook nog eens zo'n vijfhonderd leraren en ander personeel naar een bepaald gebied laat komen met grootschalige voorzieningen. En vervolgens ga je proberen om met allerlei kunst- en vliegwerk de nadelige effecten van die massaliteit te beperken door herkenbare eenheden en settings te creëren. Iets wat in een op menselijke maat gesneden gebouw vanzelf komt, moet hier op het gevoel van massaliteit worden veroverd. En dat lukt natuurlijk maar ten dele, want je probeert iets te bewerkstelligen wat er van nature niet is. Duizenden leerlingen, honderden leraren en andere medewerkers begeven zich elke ochtend richting het megacomplex. Oostblok Onderwijs.

Wiebe Zoethout, rector van de katholieke scholengemeenschap Tabor, levert zijn school graag in. Straks kunnen ouders niet meer kiezen voor de eigen identiteit, zo vertelt hij. `Maar er komt wel meer variatie in onderwijskundig opzicht' aldus Zoethout. `Want ouders kunnen straks kiezen voor tweetalig onderwijs, een technasium of een afdeling met experimentele leervormen.'

Onzin, en misselijk makende interessantdoenerij met dat `technasium'. In andere streken met scholen op menselijke maat zie je die onderwijsinhoudelijke variëteit ook. Daar heb je geen megaschool voor nodig. Maar wat voor belang heeft Zoethout er dan bij om zijn school te verkwanselen? Zijn belang is dat hij straks niet meer een gewone simpele rector is, maar deel gaat uitmaken van een College van Bestuur. Meer salaris en meer status.

Terwijl de meeste fracties in de Hoornse raad zich positief over het project hebben uitgelaten, toont de fractievoorzitter van het CDA, Johan van der Tuin, zich zeer kritisch: `De vier deelnemende scholen hebben heel verschillende culturen en sferen, nog afgezien van hun religieuze identiteit. Dat moet je niet allemaal op één hoop willen gooien.' En zo is het natuurlijk. Die verschillen krijg je in zo'n megacomplex natuurlijk nooit terwijl die van wezenlijk belang zijn om ervoor te zorgen dat jongeren zich op school thuis voelen. Maar ik denk niet dat Van der Tuin het redt. Het prestige van een projectwethouder en de belangen van de schoolleiders en hun besturen geeft in dit soort processen altijd weer de doorslag. En wie zijn de verliezers? De ouders en de leerlingen. En natuurlijk de maatschappij die wordt opgezadeld met de problemen van een jeugd die zijn schooltijd doorbrengt in een massale en onpersoonlijke onderwijskazerne.

lgm.prick@worldonline.nl