Neerwaartse spiraal dreigt door brisante brief

Nederland heeft door de moord op Theo van Gogh kennisgemaakt met islamitisch geïnspireerd extremisme. Dat wordt duidelijk uit de brief die de verdachte Mohammed B. achterliet op het stoffelijk overschot van zijn slachtoffer. Minister Donner (Justitie) maakte deze brief openbaar voordat hij was overgelegd aan de onderzoeksrechter en terwijl het de advocaat van de verdachte niet vrijstaat over de zaak te spreken. Een ongebruikelijke gang van zaken, zo wilde de bewindsman wel toegeven. Maar hij achtte deze gerechtvaardigd door de noodzaak geruchtvorming tegen te gaan. Zo'n brisante brief ligt trouwens vroeger of later toch op straat. Toch kan de vraag worden gesteld of deze actie van de minister voor terreurbestrijding echt nodig was. Juist in zaken waarin de democratische rechtstaat op het spel staat is uiterste zorgvuldigheid geboden. Zeker nu het openbaar ministerie de zwaarste kwalificatie voor de moord uit de kast heeft gehaald: een daad van terrorisme. Het kabinet onderkent zelf het gevaar ,,dat informatie verbrokkeld naar buiten wordt gebracht''.

Prudentie is niet alleen geboden wegens het geheim van het gerechtelijk vooronderzoek, maar evenzeer in belang van de precisie van de eerste politieke evaluatie waarvoor de Tweede Kamer volgende week bijeenkomt. Deze wordt niet bevorderd door overhaaste uitlatingen van politici op grond van verbrokkelde informatie. De omstandigheid dat de verdachte de beruchte Amsterdamse Al Taweed moskee bezocht, wordt opgevoerd als een reden de moskee te sluiten en de voorganger het land uit te zetten. Dan zal toch eerst een rechtstreeks verband tussen de moskee en de moord moeten worden aangetoond. Als het snelle recept zou opgaan voor alle gebedshuizen waar een moordenaar ter kerke is gegaan, zou dit land er vreemd uitzien.

Nu de brief eenmaal naar buiten is gebracht, dient gewaakt te worden voor overhaaste conclusies. Dat geldt voor de ronduit shockerende tekst, die aan de rechter zal worden voorgelegd. Maar vooral is het zaak een onderscheid te maken tussen de verdachte en eventuele helpers, een omgeving die hem wellicht dekte, of de andere kant opkeek, en de gemeenschap waaruit hij komt. Met name deze laatste moet niet nodeloos worden vervreemd. De Amsterdamse burgemeester Cohen is erop aangevallen dat hij te veel de boel bij elkaar wil houden, zoals hij het pleegt uit te drukken. De wedervraag is voldoende antwoord: moet hij dan de stad splijten, bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten?

Cohen zegt terecht dat ,,bijeenhouden'' begint met hard optreden wanneer daar reden toe is. Iedere professional kan vertellen dat wetshandhaving langs zijn doel heen schiet wanneer de handhavers door onnodig bot optreden elementair vertrouwen bij de doelgroep verspelen. Amerikaanse no-go-areas vormen een klassiek voorbeeld. Het kabinet op voorhand te betichten van ,,preutsheid'' en ,,gezapigheid' doet geen recht aan de lastige afwegingen die aan het front moeten worden gemaakt. Er is geen reden te betwijfelen dat de justitie in dit land moordaanslagen en opruiïng hoog opneemt. Over de uitwisseling van gevoelige informatie zijn er nog wel enkele vragen.

De week die begon met een toch al schokkende moord op Theo van Gogh heeft in enkele dagen tijd een nieuwe dimensie gekregen van internationaal terrorisme, met alle implicaties van dien. En dan ook nog eens met een hoofdverdachte uit ons midden. Het is dan zaak scherp voor ogen te houden wat het onderscheidend kenmerk van terrorisme is: het aanjagen van een angst die de schok van de gepleegde daden nog te boven gaat. Het is een psychologische oorlogsvoering waarin het grote gevaar bestaat dat overheid en samenleving zich laten meeslepen in een neerwaarts gerichte spiraal. Het vergt grote vastberadenheid zich aan de eigen spelregels te houden. Deze zijn wél het uiteindelijke doelwit van terrorisme en verdienen alleen al overeind te worden gehouden.