Multiculturalisme is nog steeds de doctrine van de overheid

De Dodenherdenking mag geen studiehuis worden voor etnografische hobbyisten, vindt Maarten Huygen, de reizende commentator.

Als het aan de burgemeester van Hoorn, G.O. van Veldhuizen, ligt, worden Bevrijdingsdag en de Dodenherdenking variaties op de stille tochten tegen zinloos geweld. Mensen verwerken hun rouw graag collectief in stoeten met een burgemeester aan het hoofd, stelt hij vast. Nou, de oorlogsherdenking moet ook die kant op. Het maakt de burgemeester niet uit of Theo van Gogh, André Hazes, Joes Kloppenburg of 100.000 vermoorde Nederlandse joden worden herdacht, als het maar gaat om vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Om de tafel in Beverwijk zitten Noord-Hollandse burgemeesters, kerkelijke functionarissen en organisatoren die Bevrijdingsdag een etnische invulling willen geven. Iedere immigrantengroep heeft zijn eigen nationaal historische rouwverwerking en bevrijding en die moeten in de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag worden ingepast. Turkse mensen, Marokkaanse mensen, Somalische mensen, allemaal ook mensen met eigen geschiedenissen net als Hollanders.

Multiple Choice, het bureau voor interculturele vraagstukken in Noord-Holland, heeft subsidie gekregen om oorlogsverhalen van etnische groepen te verzamelen en een aantal zijn gepubliceerd op de website multiplechoice.org/bevrijding. Josien Folbert, projectmedewerker voor de Interreligieuze dialoog van de protestantse kerk, vindt dat Turken en Marokkanen bij de oorlogsherdenking ook over hún verleden moeten kunnen vertellen. Zij hoorde van een Turkse Nederlander dat hij van zijn grootvader, die in de Eerste Wereldoorlog had gevochten tegen Britten en Fransen, een slecht beeld van de Europeanen had gekregen. ,,Dat weten we allemaal niet'', zei Folbert.

Maar ik vraag me af of we dat wel moeten weten. Waarom was die Turk naar het gehate Europa geëmigreerd? Wat zocht hij hier? Immigranten komen, omdat ze het hier beter vinden dan in hun eigen land. Op school kunnen hun kinderen leren hoe deze in hun ogen betere samenleving tot stand is gekomen. Ze mogen best ook hun geschiedenis aan ons vertellen, maar de overheid of het onderwijs hebben daar geen rol in. Helaas is het vak vaderlandse geschiedenis ten prooi gevallen aan het `leren leren' van het studiehuis. Voor een deel mogen leerlingen eigen periodes uitzoeken en je hoeft geen parate kennis te hebben, want je kunt alles bij elkaar zoeken op Google, ook de Tweede Wereldoorlog.

Immigranten klagen vaak dat ze er moeilijk achterkomen hoe deze samenleving werkt. De nieuwe integratie-examens zijn zo moeilijk, omdat duidelijke nationale kenmerken ontbreken. Niemand kent het volkslied, dus waarom zou een immigrant het leren? De Nederlandse identiteit is nauwelijks vastgelegd en bestaat dus alleen voor ingewijde autochtonen. Immigranten weten niet waar ze zich aan hebben te houden. Het Haarlemse CDA-raadslid Taksim Onur kwam op zijn twaalfde naar Nederland en zei dat hij voor zijn Nederlandse identiteit had moeten vechten. Het lijkt wel of twee mensen permanent voor een deur voor elkaars identiteit staan te buigen en telkens ,,na u'' zeggen, zodat ze beiden nooit door de deur kunnen. Eigenlijk zou een canon van de vaderlandse geschiedenis voorrang moeten krijgen en dus ook het oorspronkelijke verhaal achter Bevrijdingsdag en de Dodenherdenking met de jodenmoord erbij.

Ondanks alle integratiecursussen houdt de overheid vast aan multiculturalisme en de etnische identiteit van immigranten. Zelfs hun kinderen kunnen van hun leven niet 100 procent Nederlander worden. Er is een statistische integratiekaart over de sociale omstandigheden van etnische groepen. Er draait een etnische subsidie-industrie en nog steeds functioneren er etnische inspraakorganen met figuren die niemand meer vertegenwoordigen. Alsof de overheid met etnische definities alle sociale problemen kan bezweren.

Iedere niet-westerse immigrant of afstammeling wordt met zijn etniciteit achtervolgd, wat hij ook doet: deze moordenaar is ook Marokkaan net als jij, die werkloze ook een Turk. Een Nederlander mag best op eigen initiatief vasthouden aan een etnische groep, maar multiculturalisme is geen staatszaak. Qua loyaal burgerschap heeft Nederland veel te leren van klassieke immigratielanden als Frankrijk en Amerika. Ook immigranten kunnen op school met een simpele ceremonie de oorlogsdoden onder Nederlandse vlag herdenken en de overheid hoeft daar geen etnische nieuwigheden bij te verzinnen.

De site van het bureau Multiple Choice houdt zich gelukkig wel aan de periode van de Tweede Wereldoorlog. Er blijken toen wat geallieerde Marokkanen in Nederland te zijn gesneuveld, maar Somaliërs of Turken hebben er niets aan. Er is terecht ruimte voor het oorlogsverleden van bewoners van de toenmalige rijksdelen Suriname, de Antillen en Nederlands Indië, maar zelfs daar kwam onenigheid over. De oud-Indiëstrijders houden vast aan hun herdenking op 15 augustus, de dag van de capitulatie van Japan. En ze hebben gelijk, want data hebben hun betekenis, zeker voor mensen die het zelf hebben meegemaakt.

Maar tijdens het overleg op het bureau van Multiple Choice zat ook een Indonesiër die grotendeels in Nederland was opgegroeid en die hechtte aan 17 augustus, de datum in 1945 dat Soekarno de onafhankelijkheid uitriep. De zitting werd vroegtijdig afgebroken om te voorkomen dat er uren over zou worden gediscussieerd. Het laat zien wat voor etnische beerputten kunnen worden geopend. Het feest van de ene etnische groep is de rouwdag van de ander.

Nederland is niet gevormd door de Turkse strijd bij Gallipoli maar door de Tweede Wereldoorlog en andere vaderlandse gebeurtenissen. Die moeten autochtonen en immigranten leren. Haci Karacaer van de Turkse beweging Milli Görüs gaf het voorbeeld door vijf jaar geleden voor het eerst in de wijk De Baarsjes op 4 mei in zijn moskee de Dodenherdenking te houden. Later deden ze dat samen met andere religies in de Mozes en Aaron kerk. Er werd weinig over getheoretiseerd – veel moskeegangers zijn weinig geletterd – maar ze beleefden het gewoon en het beviel. Dit was eigen initiatief, niet bedacht door hulpverleners. Misschien de eerste stap naar een loyale Nederlandse islamitische kerk.