Meldingssysteem virussen achterhaald

De crisis rondom het dodelijke sars-virus maakte vorig jaar duidelijk dat regels voor landen om elkaar te waarschuwen bij besmettelijke ziektes tekortschieten.

In een bar in het Palais des Nations, het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in Genève, zit een groep Afrikanen. Pennen in de aanslag, pakken papier op schoot. De duisternis valt, de belichting is beroerd. ,,Ik verpest mijn ogen,'' roept er één, met zijn neus op een document. Hij en honderden andere vertegenwoordigers uit 192 landen onderhandelen hier twee weken lang over nieuwe spelregels voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Een tafel verder confereren wat Arabieren, met dadels erbij die de VN tijdens ramadan gratis verstrekken. Overal bellen diplomaten en nationale ambtenaren met hun hoofdsteden. Het is ploegen geblazen: komende vrijdag moet er een blauwdruk klaarliggen voor wat de WHO in de toekomst wel en niet mag doen.

De WHO heeft die nieuwe spelregels dringend nodig. De organisatie én de wereld zelf zijn de oude regels, uit 1969, ontgroeid. Volgens die regels – International Health Regulations – hebben landen alleen de plicht om gevallen van cholera, pest en gele koorts aan de WHO te melden. Die stuurt dan experts, staat gezondheidsautoriteiten bij om de crisis onder controle te krijgen, geeft adviezen aan andere landen, luchtvaartmaatschappijen, enzovoort.

Iedere krantenlezer kent de berichtjes: `WHO: negatief reisadvies voor land X'. ,,Maar bij veel ziektes die tegenwoordig een bedreiging vormen voor de internationale volksgezondheid'', zegt Max Hardiman van de WHO, ,,kunnen wij officieel niet optreden. Ze staan namelijk niet op de lijst.''

Dat bleek vorig jaar wel tijdens de sars-crisis. Toen China in april 2003 eindelijk WHO-experts binnenliet, waren er al honderden slachtoffers gevallen – ook buiten China. Al die tijd wist eigenlijk niemand wat sars was – niemand mocht erbij om de kenmerken van de nieuwe ziekte te onderzoeken. Omdat er dus ook geen WHO-adviezen over waren, organiseerden allerlei landen in paniek hun eigen `bescherming'. Wereldwijd werden beurzen afgelast, vluchten geannuleerd, mensen in quarantaine gezet, ziekenhuizen in paraatheid gebracht. Op veler verzoek kwam de WHO toch in actie. Ze trad daarmee feitelijk buiten haar boekje – maar zo werd de ziekte wel relatief snel ingedamd.

Als sars op de lijst had gestaan, had de WHO er nog eerder bij kunnen zijn. Dan waren er misschien niet alleen minder mensen gestorven, maar had het ook een hoop economische schade gescheeld. Een deel van die schade, zeggen velen, was toch het gevolg van overreactie. Eén van de grootste horloge- en juwelenbeurzen ter wereld, Basel World, claimt nu miljoenen van de Zwitserse overheid omdat in 2003 veel Aziatische standhouders het land niet in mochten.

Uitbraken van sars, Ebola en infectieziektes waar men lang van dacht dat ze uitgeroeid waren, hebben de onderhandelingen over nieuwe regels in een stroomversnelling gebracht. ,,Iedereen is het erover eens dat een mondiaal beheersingssysteem meer dan ooit nodig is'', zegt Lejo van der Heiden, onderhandelaar namens het Nederlandse ministerie van VWS. ,,Als ergens een ziekte opduikt, kan de andere kant van de wereld 36 uur later ook besmet raken.''

Eenvoudig is het niet, om die regels op te stellen. 192 landen moeten bij consensus beslissen. Iedereen komt met wensen, eisen en taboes. ,,Iedereen wil informatie over wat er in andere landen gebeurt, maar niet iedereen wil melden wat er in eigen land gebeurt'', zegt WHO-onderhandelaar Hardiman. ,,Als je een ernstige ziekte meldt, krijg je meteen een stigma. Dat kan veel geld kosten.'' Ook hij kan zich de woede van Canada herinneren, toen de organisatie tijdens de sars-crisis een negatief reisadvies uitvaardigde.

Eén van de twistpunten in Genève is de lijst met ziektes die landen moeten melden. De Europese Unie wil er vanaf, omdat er altijd ziektes niet opstaan. En zelfs als ze er op staan, worden ze soms laat gemeld: het kost weken om tbc vast te stellen. De EU ziet meer in een goede omschrijving van het begrip `internationale bedreiging van de volksgezondheid': als ergens een ziekte opduikt die aan de kenmerken van zo'n bedreiging voldoet, moet die gemeld worden, punt uit.

De EU steunt het voorstel van de WHO om een boomstructuur te gaan gebruiken, met simpele vragen die alleen met `ja' of `nee' beantwoord kunnen worden en pijltjes die naar de onontkoombare conclusie `melden' leiden. Maar de VS en andere landen willen er per se een lijst met ziektes bij, om zeker te zijn dat bepaalde zaken meteen gemeld worden.

De Amerikanen, vaak sceptisch over VN-organisaties, willen de WHO een grote rol geven. Dat heeft onder meer te maken met hun angst voor bioterreur. Washington wil botulisme, pokken en het inademen van anthrax op die lijst hebben en zou de WHO zelfs willen inschakelen bij het opsporen van de toedracht. Landen als Iran voelen daar niets voor. Ook anderen zijn bang dat de WHO dan als lange arm van Amerika wordt gezien. ,,Als ze haar neutrale rol verliest, komt ze bepaalde landen niet meer in'', hoor je in de wandelgangen. De Amerikaanse missie geeft geen uitleg: ,,Too delicate''.

De delegaties hebben nog een week om eruit te komen. Maar er zijn méér delicate kwesties en velen vrezen dat er nóg zo'n marathon nodig is om alles af te maken. Bovendien hebben sommige landen uit geldgebrek maar één persoon naar Genève gestuurd. Dus komt er maar één werkgroep tegelijk bijeen. Rijke landen, die simultaan wilden vergaderen, moesten dit wel accepteren. Want een VN-conferentie die al begint met ruzie, weet een ingewijde, ,,komt helemáál niet vooruit.''