Lang werkende artsen missen vaak de diagnose

Jonge artsen die 32 uur achter elkaar werken, knikkebollen meer en maken vaker fouten dan artsen met een dienst van 16 uur. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek van Harvard University (New England Journal of Medicine, 28 okt). Nederlandse arts-assistenten mógen helemaal geen 32 uur werken. Het officiële maximum is 16 uur achter elkaar en gemiddeld niet meer dan 48 uur per week. Maar nog niet de helft van de ziekenhuizen respecteerde de voorschriften, bleek in 2000 uit een rapport van de Arbeidsinspectie. En vier jaar later heeft een kwart van de instellingen die in 2000 hun jonge dokters te lang achter elkaar lieten werken hun leven nog bniet gebeterd. Dat blijkt uit vervolgonderzoek dat later deze maand in meer detail wordt gepubliceerd.

De Amerikaanse onderzoekers vergeleken de prestaties van arts-assistenten op een intensive care, met een werkweek van 85 uur en aaneengesloten diensten van 32 uur, met jonge dokters die gemiddeld 65 uur per week werkten en die daarbij diensten van maximaal 16 uur draaiden. Uit continue elektrische meting van de oogactiviteit bleek dat de lang werkende geneeskundigen twee maal zo vaak het voor knikkebollen karakteristieke wegdraaien van d eogen te vertonen. De bijbehorende bewustzijnsdalingen hadden een duidelijk effect: de lang werkende artsen maakten 20% meer fouten in behandeling en medicatie en misten ruim vijf maal vaker de juiste diagnose dan hun uitgeslapen collega's. Zo vergat een vermoeide arts dat een patiënt een pacemaker had en duwde een katheter door het bloedvat waar de draad van de pacemaker al zat. Een andere slaperige arts gaf antibiotica aan een patiënt waarvan bekend was dat hij daar niet tegen kon. Als uitgeslapen artsen voor een IC patiënt zorgen, gaat er gemiddeld in een op de zes dagen iets ernstig fout. Bij patiënten van vermoeide artsen gebeurt dat eens in de vijf dagen.

Een commentator in het artikel in het New England Journal of Medicine wijst er op dat door kortere werktijden het aantal overdrachten toeneemt. En overdrachten zijn beruchte momenten waarop informatie verloren gaat. De commentator haalt een voorbeeld aan van een patiënte die een overdosis slaappillen had genomen. Drie artsen in drie verschillende diensten zagen de vrouw en beschreven haar als `lethargisch', alleen was ze in de eerste dienst wat slaperig en in de derde dienst in een diep coma en werd net op tijd ontdekt dat ze beademd moest worden.

Nederlandse arts-assistenten vallen sinds 1 augustus 2004 onder een Europese arbeidstijdenrichtlijn waarover veel gesteggel is. Het Europese hof van justitie stelde in 2003 dat een arts aanwezige uren, ook als ze slapend worden doorgebracht, als werktijd gerekend en betaald moeten worden. De Duitse arts-in-opleiding Norbert Jaeger had er een zaak van gemaakt. Overheden en de Europese commissie proberen er onderuit te komen, want de arts die al slapend wacht op patiënten die snel een dokter nodig hebben wordt hierdoor erg duur. Belangenverenigingen van arts-assistenten, waaronder de Nederlandse, vinden de conclusie van het Europese hof terecht: van rusten tijdens een dienst komt vaak niets en áls je rust, liggen de meeste jonge dokters toch met gespitste oren te luisteren of hun dienstsein roept. De organisaties wijzen er ook op hoe vreemd het is dat in de geneeskunde miljarden omgaan in het ontdekken en optimaliseren van therapieën maar dat weinig wordt geïnvesteerd in het voorkómen van menselijke fouten door oververmoeidheid en slechte overdrachten.