Kneedbaar

Toen Britney Spears eerder dit jaar in Rotterdam optrad, was er nogal wat gedoe omtrent haar playback-activiteiten. Althans, bij de `smaakmakende gemeente', want het overgrote deel van het publiek kon het niet veel schelen of ze nou werkelijk zong of niet. Liever een zuiver klinkende dan een vals zingende Britney, en zeg nou zelf: zo elastisch dansen en springen als zij deed, en dan ook nog eens zuiver zingen, dat is wat veel gevraagd.

De perceptie van wat een optreden moet zijn, en wat een popster eigenlijk is, wordt daarmee weer wat opgeschoven. We komen niet meer om de zangeres Britney te horen zingen, we komen om het fenomeen Britney te zien. We nemen deel aan de ervaring die het concept Britney Spears te bieden heeft, en dat zijn in haar geval dus niet de elementen die in het traditionele popmuzikantenschap als authentiek gelden. Zingen doet ze op het podium al nauwelijks meer (op, vooruit, een ballad aan de piano na) en aan liedjes schrijven heeft ze ook een broertje dood.

Britney Spears is een merk met een enorme marketingwaarde. In een heel optimistische, of cynische, bui kun je je haar nog indenken als een conceptueel kunstproject, was in de handen van haar managers en producers. Dat klinkt niet veelbelovend, maar aangezien er van dat slag volk niet de minsten te pas komen aan haar platen, is het lang niet altijd een straf om een Britney-liedje uit te zitten. En juist bij een hit-artieste als zij, bewijst een greatest hits-compilatie goede diensten.

Het nog altijd hippe producersteam The Neptunes leverde bijvoorbeeld een paar uit duizenden herkenbare beats, waarmee de houdbaarheid van `I'm A Slave 4 U' en `Boys' gered is. Ronduit onverteerbaar is de cover van de Joan Jett-klassieker `I Love Rock 'n' Roll', ook al is die geproduceerd door r&b-topper Rodney Jerkins. De nieuwe single `My Prerogative', een cover van de Bobby Brown-hit, benadrukt de grote invloed van het r&b-geluid van begin tot midden jaren negentig op de confectiepop van Britney en haar generatiegenoten.

Liever zulke soepele beats dan waterige, en zelfs met deze budgetten nogal anoniem klinkende ballads als `I'm Not A Girl, Not Yet A Woman'. Hoe dan ook deze negentien hits (al of niet aankomend) leren wel dat Britney Spears met al haar conceptuele, kneebare eigenschappen geen onprettige zangeres blijkt en wel wat stilistische terreinen aankan.

Snelle beslissers krijgen er een bonus-cd bij met een stel functionele remixen. Naast dansvloerhelden als Armand Van Helden en Miguel Migs treffen we daar zowaar Junkie XL aan, ofwel de Nederlander Tom Holkenborg. Leuk voor hem en voor onze nationale trots, maar zijn `dancehall'-mix van Outrageous maakt niet duidelijk dat hij veel van dat idioom begrijpt.

Greatest Hits

My Prerogative

(Jive, distr. BMG)

***