Jeen van den Berg

Het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen heeft een bewogen periode achter de rug. Eerst was er het goede nieuws van Jeen van den Berg, in 1954 winnaar van de Elfstedentocht, die dozen vol persoonlijke eigendommen afleverde. Meteen daarna volgde het bericht van de dood van vaste bezoeker Willem Augustin, die vanaf 1941 aan alle tochten had meegedaan. We concentreren ons nu op het goede nieuws, want maandag schreef ik in deze krant al over Willem.

Er zal geen schaatser in Nederland zijn die meer prijzen heeft gewonnen dan Van den Berg. We mogen hem ons dan vooral herinneren door 1954, maar als we ons tot dat jaar beperken, doen we de Fries tekort. Ongeveer een halve eeuw lang deed hij mee aan wedstrijden – en tot op hoge leeftijd won hij ook. ,,Alles wat ik won, mocht van mijn vrouw één zomer in de huiskamer staan, maar daarna moest het naar zolder'', vertelde Van den Berg me toen ik vorige week in Hindeloopen bij zijn dozen stond. ,,Anders werd het te vol.'' Een wijs besluit, want zo'n duizend bekers en medailles beneden bewaren is misschien wat te veel van het goede.

Het verhaal gaat dat een kleinzoon van Van den Berg hem pestend had gezegd dat hij alles zou weggooien als opa zou overlijden. Met een bleke neus van schrik zou Van den Berg daarna alles in zijn auto hebben geladen en naar het Schaatsmuseum van Gauke Bootsma zijn gereden. Met ook nog eens twintig plakboeken met alles uit zijn schaatsleven. Bootsma besloot meteen daarop zo snel mogelijk een tentoonstelling in te richten met dit materiaal.

Van den Berg kreeg een idee toen hij naar zijn medailles staarde. ,,Ik ga alles verkopen'', zei hij. ,,En de opbrengst geef ik aan de gehandicaptensport. Iedereen mag dus een beker van me hebben.'' Maar dat zag Bootsma helemaal niet zitten: ,,Nee Jeen, dat kan niet. Al je spullen moeten bij elkaar blijven en niet over heel het land worden verspreid. Als je wilt, geef ik je wel geld voor de gehandicaptensport. En als we die tentoonstelling organiseren, zet ik een bak erbij waar mensen geld in kunnen doen.'' Dat vond Van den Berg ook goed, en dus blijft de collectie bij elkaar. Gelukkig maar, want in feite is hier een halve eeuw aan schaatsgeschiedenis verzameld.

Daar zorgen ook de plakboeken voor. Ze zijn heel speciaal, verzekerde Bootsma me toen hij die aan het doorbladeren was. ,,Die foto heb ik nog niet en dat artikel ook niet. Wat een prachtige boeken.''

Dat gebeurde allemaal vorige week donderdagochtend in een opgewekte sfeer. Meteen na mijn vertrek ging Bootsma kijken waar Willem Augustin toch bleef, want hij was er nog steeds niet. In zijn huis werd hij gevonden met een hersenbloeding. De afloop kennen we helaas.

jurryt@xs4all.nl