Ik wil poffertjes!

Driemaal consumeert Joep Habets de poffertjesliefde.

Ik wil poffertjes! `Het eerste poffertje dat je eet is zo lekker omdat de boter nog een beetje hard is', schrijft Jonah Freud in het pas verschenen Onze smaak, de culinaire monumentenlijst van de Nederlandse eetcultuur, `Het laatste poffertje van het bord is even heerlijk, omdat het drijft in een plasje gesmolten boter waarmee je de resterende poedersuiker aan je poffertje kunt plakken'. Deze passage roept een onweerstaanbare poffertjeslust op. Het is precies zoals ze beschrijft. Je taalt jaren niet naar poffertjes, maar als de gedachte eenmaal bij je is opgekomen laat die je niet meer los tot de poffertjesliefde is geconsumeerd.

Eigenlijk hoor je ze in een echte poffertjestent op een kermis te eten waar ze op koperen of gietijzeren platen worden gebakken, maar waar vind je in deze tijd van het jaar een kermis of een poffertjestent? Dat wordt behelpen.

Op het Amsterdamse Rembrandtplein serveert l'Opéra in een Parijselijke serre poffertjes. Het is op het eerste gezicht absoluut geen zaak voor poffertjes. En op het tweede gezicht vermoed ik dat hier dezelfde kant-en-klare poffertjes worden geserveerd die bij de supermarkt in het koelversvak liggen. Ze worden in de magnetron verwarmd. Met veel poedersuiker en wat boter zijn ze best te eten, maar de poffertjes zelf houden niet over. De smaak is bleek, met in de nasmaak een zweem van karton.

Ik wil echte poffertjes! Op de Delftse markt staan de poffertjeshuizen schouder aan schouder. De handel in Delfts Blauw is eveneens goed vertegenwoordigd. De eerste onder zijns gelijke onder de poffertjeshuizen is 't Wapen van Delft. Hier heeft Bill Clinton nog als president een onverwacht bezoek gebracht. Clinton droeg de lokale eetcultuur altijd een goed hart toe. In Napels at hij pizza, in Delft poffertjes met aardbeien. De poffertjes met aardbeien worden hier nu onder zijn naam verkocht. Bill hield ook van poffertjes. De bedankbrief met zijn handtekening op briefpapier van het Witte Huis hangt ten bewijze daarvan naast de spijskaart. Niet alleen de Nederlandse eetcultuur komt aan bod, het etablissement is tegelijkertijd het Museum Johannes Vermeer. Aan de muur hangen reproducties van het werk van de Delftse schilder. Op de tafels liggen persjes en de koperen lampen zijn sinds het verscheiden van het melkmeisje niet meer gepoetst. De poffertjes zijn groot en plat en vochtig van binnen. Ze hadden nog wat meer kunnen rijzen en nog wat langer kunnen garen, maar ze hebben een rijke en aangename smaak.

De zoektocht naar het perfecte poffertje voert naar De Wensput in Doorn. Op een zonnige zaterdagmiddag is er geen kind te bekennen en vooral vijfenzestigplussers lijken poffertjes en pannenkoeken te eten. Het bruin betimmerde en boerenbonte interieur heeft het plakkerige dat pannekoekenhuizen en poffertjeskramen kenmerkt. Op elke tafel staat een flacon suikerstroop en een bus fijne poedersuiker van CSM. De inrichting houdt het midden tussen een hufterbestendige studentensociëteit en een sprookjespark. De afdakjes met dakpannen roepen associaties met een bouwmaterialenhandel op. De strijd tegen het spinrag lijkt verloren.

Maar de poffertjes zijn voorbeeldig. Ze staan een beetje bol, ze zijn gaar en van binnen zijn ze zacht en mals. De randjes zijn versgebakken krokant. De poffertjeshonger is gestild, voor een jaartje.

l'Opera, Rembrandtplein 27,

Amsterdam, 020 6204754

't Wapen van Delft, Markt 34, Delft, 015 21231568

De Wensput, Driebergsestraatweg 10, Doorn, 0343 415377