Iederwijs

In zijn column `Een wijs alternatief?' over `Iederwijs' als nieuwe vorm van onderwijs (W&O, 30 oktober) neemt Leo Prick het sterk op voor het kind van de ouders die kiezen voor zo'n school. Hij vindt dat deze ouders hun kind tekort doen. Dat lijkt op het eerste gezicht een redelijk argument. Hij gaat daarbij echter uit van de bestaande situatie in het basisonderwijs, waar het vooral gaat om de basisvaardigheden van rekenen en taal. Vaardigheden die volgens hem van belang zijn om in onze maatschappij te kunnen functioneren. `Iederwijs' zou daar volgens hem in tekort schieten. Daar is hij op grond van wat hij weet, of beter denkt te weten, nu al zeker van. Het is op grond van de karikatuur die hij schetst van dit onderwijs wel duidelijk dat hij niet gelooft in de visie van `Iederwijs'. Waar hij aan voorbijgaat zijn de doelen die bij in deze scholen juist meer nadruk krijgen dan in het reguliere onderwijs. Het gaat hier om vaardigheden zoals samenwerken, waarbij leren via communiceren met de ander voorop staat: `De dynamiek tussen leerlingen van verschillende leeftijden die met en van elkaar leren, is een van de grootste krachten van Iederwijs.' (citaat van de website van Iederwijs). In het bedrijfsleven weten ze heel goed dat deze vaardigheden van groot belang zijn. Het is daarom ook geen verrassing dat het bedrijfsleven al snel bereid bleek om dit nieuwe initiatief van onderop te steunen. Anders dan Prick had het bedrijfsleven alle vertrouwen in de rol van docenten bij dit initiatief. Het zou Prick sieren als hij wat meer vertrouwen in de betrokken docenten zou tonen. Hij zou ook eerst de resultaten kunnen afwachten van dit soort vernieuwend onderwijs. Dan zou misschien uit onderzoek kunnen blijken dat deze vorm van onderwijs net zo effectief is als het reguliere onderwijs. Dat de kinderen het onderwijs ook nog leuk vinden is dan mooi meegenomen.