`Hebben ze in Estland computers?'

Het Koninklijk Instituut voor de Tropen werkt aan een project over Europa voor basisschoolkinderen. `Ik dacht dat ze in Estland in kleinere huisjes zouden wonen', zegt Els uit groep 7.

,,Ik wist niet dat ze computers hadden in Estland'', zegt Timo (10) verbaasd. Hij is een van de leerlingen uit groep 7 van de Willibrord-basisschool in Heiloo. De klas heeft net een video bekeken over twee meisjes uit Estland. De leerlingen zijn verrast over wat ze zien als de meisjes Lil uit Tallinn en Annika uit een dorpje op het platteland hun Baltische land aan de jeugdige kijkertjes voorstellen.

,,Ik dacht dat ze in kleinere huisjes zouden wonen'', zegt Els. Dat de meisjes met de schoolbus naar school gaan, vindt zij, en de rest van haar klas, ook wel bijzonder. Maar de leerlingen merken meteen ook de gelijkenissen tussen Estland en Nederland. De Estse meisjes hebben dezelfde huisdieren en spelen graag muziek. ,,Ze gaan ook naar school en spelen ook buiten'', zegt bijvoorbeeld Joy.

Het tv-programma hoort bij het project Europe for Kids dat het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in september presenteerde. Het project laat kinderen tussen tien en veertien jaar kennismaken met de nieuwe landen van de Europese Unie. Met de televisie en een bijbehorende boekenreeks en website wil het KIT basisschoolleerlingen informeren over het leven van kinderen in andere Europese landen.

Europa zit al langer in het lespakket van de hoogste klassen van de basisschool. De kinderen leren de hoofdsteden en kunnen de Europese landen gemakkelijk aanwijzen op de wereldkaart. Maar hoe de mensen daar nu echt leven, weten ze niet. Projectleider Martine Zwart van Europe for Kids zegt: ,,Begrip voor elkaar begint met kennis over elkaar. Daarmee kun je niet jong genoeg beginnen.'' Het hele project richt zich op de overeenkomsten en verschillen in het dagelijkse leven van Europese kinderen.

Marieke Valk, leerkracht van groep 7, vindt het nuttig dat haar leerlingen zien hoe andere Europese kinderen leven. Gezien de steeds grotere eenwording van Europa, vindt ze het belangrijk dat kinderen weten hoe de buren er uitzien. ,,Ze weten nu zelfs nog niet altijd hoe België of Frankrijk er uitziet.'' En van vakanties in een Europees land houden de leerlingen alleen oppervlakkige indrukken over. Zo was een van haar leerlingen, Irene, een keer in Italië. ,,De huizen daar hebben leukere kleurtjes'', zegt Irene. ,,En de mensen zijn er best arm.'' In Spanje zijn de mensen iets donkerder, vindt Moran. Verder ziet hij geen verschil met Nederland.

De nieuwe EU-landen zijn nog niet zo populair als vakantieplek. Timo is wel een keer in kandidaat-EU-land Kroatië geweest. ,,De mensen zijn er veel aardiger.'' Max protesteert: ,,Ben ik dan niet aardig?''

In het televisieprogramma `Ik kom uit...' vertellen twee kinderen over hun school, hun hobby's en hun familie. In de boeken staat naast informatie over de geschiedenis, religie, economie en cultuur van het land ook uitleg over het dagelijkse leven van kinderen. Op de bijbehorende website vinden kinderen hetzelfde type informatie als in de boeken, maar daarnaast biedt de site interactieve spelletjes. Ook kunnen deelnemers via chatboxen met leeftijdsgenootjes uit andere Europese landen contact maken.

Eigenlijk is de oorsprong van de televisiereeks enigszins politiek van karakter. Ze heeft te maken met het streven van onder meer de Europese Commissie om de landen uit Oost-Europa bij grote Europese projecten te betrekken.

De eerste tv-afleveringen van `Ik kom uit...' werden al in 1999 gemaakt in opdracht van de European Broadcasting Union (EBU), bekend van het organiseren van de Eurovisiesongfestivals. De serie werd door de landen zelf gemaakt en bedacht. De EBU wilde op deze manier de wat minder ervaren Oost-Europese landen betrekken bij grote internationale coproducties. Dat had ook de voorkeur van de Europese Commissie die de tv-programma's subsidieerde.

Het KIT nam om verschillende redenen de televisiereeks in haar project op. Het instituut in Amsterdam kon op die manier gebruikmaken van het EBU-netwerk om Europe for Kids over 21 landen in Europa te verspreiden. Bovendien heeft televisie een groter bereik dan boeken. Maar de verspreiding van de tv-serie ging een eigen leven leiden. De meeste Europese landen besloten het programma over te nemen zonder de rest van het project. ,,Het KIT betaalt als initiator van Europe for Kids de programma's, maar we hebben er verder alle controle op verloren'', klaagt Zwart.

Het tropeninstituut concentreert zich vooral weer op de boeken en de website. ,,Wat we nu doen, is de website en de boeken aanbieden en verwijzen naar de organisatie die in dat betreffende land de uitzendrechten van `Ik kom uit...' heeft.'' Wel is het KIT bezig met een Engelse editie van de boeken. Voor de vertaling naar andere talen zoekt het instituut nog partners in andere lidstaten van de Europese Unie.

In Nederland hebben zo'n negenhonderd scholen een Europe for Kids-pakket aangevraagd, al is de school in Heiloo tot nog toe een van de weinige die er echt mee werken. Zo'n duizend pakketten zijn intussen ook in België verspreid. De Willibrord-school in Heiloo maakt gebruik van de boekenreeks en de televisieserie. ,,Ik heb nog niet naar de bijbehorende website gekeken'', bekent juffrouw Marieke Valk van groep 7. ,,Maar ik ga de site toch niet gebruiken voor de les. Het is hier op school niet zo eenvoudig om met de hele klas te internetten.''

Voelen de kinderen in Heiloo zich inmiddels al wat meer Europeaan of toch meer Nederlander? Lisa zegt: ,,Als ik me moest voorstellen aan een Amerikaan, zou ik zeggen dat ik Nederlander ben. Als hij niet weet wat dat is, zeg ik dat ik Europeaan ben.''