Haat

Hasna El Maroudi (19) haat Theo van Gogh.

Nu hij dood is meer dan ooit.

De jongerencolumn van Spunk.

Theo van Gogh is dood. Theo van Gogh was een lul en is nu dus een dooie lul. Toch had ik hem liever niet dood gezien. Ik haatte hem en had daar mijn redenen voor, maar hij hoefde niet dood. Mijn afkeer tegen Van Gogh begon met zijn Submission part 1. ,,We moeten opkomen voor de rechten van de islamitische vrouw'', riep Hirsi Ali en Van Gogh liep er gniffelend achteraan. De film Submission gaf mij kriebels in mijn buik. Het haar op mijn armen ging overeind staan en mijn hart ging sneller kloppen. Ik haatte hem. Ik vroeg me af waarom iemand een dergelijke film wilde maken. Van Hirsi Ali was het duidelijk. Die is dusdanig getraumatiseerd door haar besnijding dat haar levensdoel de islam zwart maken is. Bij Van Gogh bleef ik vraagtekens plaatsen. Wilde hij daadwerkelijk opkomen voor de rechten van de islamitische vrouw? Wilde ook hij de islam zwart maken? Of wilde hij slechts provoceren?

Zijn doel leek mij vrij duidelijk: zorgen dat hij met zijn kop in het nieuws kwam. De islam is daar dan natuurlijk een hele goede manier voor. Iets positiefs zeggen is geen nieuws. Men wil alleen slechte dingen lezen. Men wil angst, onderdrukking, geweld en diefstal. Iets lezen over een wijkmoskee die geld verzamelt voor kankerpatiënten is niet boeiend. Onderdrukte islamitische vrouwen wel. Zijn keuze voor wat Submission uiteindelijk is geworden, is dan ook begrijpelijk. Hij wilde provoceren en dat is hem gelukt ook.

Daarom haatte ik Van Gogh. Dankzij zijn film moest ik weer duizend-en-een vragen beantwoorden over de islam. Dankzij hem moest ik de boze blikken van mijn buren naar mijn vader en broers slikken. Lopend naar de bushalte hou ik mijn hoofd gebogen omdat ik me schaam. De buren groeten niet meer. In hun blikken zie ik dat ze ons verdenken van terrorisme. Ik zie hoe ze me aankijken terwijl ik langsloop en zodra ik ze voorbij loop hoor ik gefluister. Eigenlijk wil ik roepen `alle moslims zijn moordenaars!' maar ik hou me in en fluister mezelf toe dat ze onwetend zijn.

Nu is Van Gogh dood. Vermoord door een Nederlands-Marokkaanse man. Een uur na de moord staan de online forums al volgeschreven met `kankermoslims, pleurt op naar je eigen land' of `die kut-Marokkanen moeten zich aanpassen en hun bek houden of oprotten'. Om kwart over tien gaat mijn telefoon: ,,Heb je het al gehoord? Van Gogh is vermoord. Wat vind jij daar nou van?'' Weer een kwartier later, om half elf gaat de deurbel. De buurman: ,,Vertel eens. Waarom doet iemand zoiets? Dat moeten jullie wel weten?'' De man die hem neerschoot zal alle negatieve berichtgeving over de islam en moslims wel zat zijn geweest. Dat en wat krankzinnigheid zullen vast de redenen zijn geweest van zijn daad. Om dat uit te vogelen hoef je geen moslim te zijn.

Ik haatte Van Gogh. Hij wilde zo graag provoceren en deed dat ten koste van mij. Nu hij dood is haat ik hem nog meer. Een grotere provocatie had hij in zijn wildste dromen niet kunnen voorstellen. En wederom provoceert hij ten koste van mij. De dader haat ik nog het meest. Het allereerste wat ik riep toen ik hoorde dat Pim Fortuyn vermoord was, is: `God, laat het geen Marokkaan zijn'. Bij Van Gogh heb ik minder geluk. Ik zie de kranten al koppen: ,,Van Gogh vermoord door Marokkaan!'' Ik hoor de buren weer fluisteren en ben antwoorden aan het verzinnen voor de vragen die zullen komen. Ik word zo moe van het verdedigen van mijn geloof. Dit is toch een vrij land? Laat iemand die wil provoceren gewoon provoceren en laat mij gewoon mijn geloof belijden.

www.spunk.nl