Frankrijk: verhouding staat en religie toch in beweging?

In zijn artikel over de Franse visie op de Amerikaanse verkiezingen (NRC Handelsblad, 30 oktober) stelt Pieter Kottman dat de Franse scheiding tussen kerk en staat c.q. politiek als heilig geldt. Ook merkt hij op dat een Franse presidentskandidaat die ook maar één keer het woord God zou bezigen, geen enkele kans meer zou maken.

Misschien kan Kottman zijn ferme stelling die ons op zich heel vertrouwd klinkt nog eens toetsen aan het kersverse boek `La République, les réligions, l'espoir', waarin Nicolas Sarkozy, minister van Financiën en Economie, naast vijf anderen, geïnterviewd wordt (Le Monde 27 oktober j.l.). Deze Franse minister (die niet helemaal van belangstelling voor een presidentiële kandidatuur gespeend is) lijkt zich niet echt te storen aan de `heiligheid' waar Kottman op wijst. Sterker nog, Sarkozy weerspreekt zijn interviewer niet als deze vraagtekens zet bij de sfeer van `republikeins fundamentalisme' (uitdrukking van de interviewer) in Frankrijk.

Sarkozy neemt bepaalde gevolgen daarvan kennelijk serieus en hij stelt zelfs voor de oude wet van 1905 inzake de scheiding van religie en staat op bepaalde punten aan te passen. Sarkozy schaamt zich er evenmin voor te verklaren dat hij het fijn vindt om en famille naar de mis te gaan. Men vergete ook niet dat Parijs weliswaar bezwaar had tegen verwijzing naar het joods-christelijke erfgoed in het grondwettelijk EU-verdrag, maar dat Frankrijk vermelding van het begrip `religieuze traditie' in het verdrag aanvaard heeft. Dat is voor een land als Frankrijk al een grote stap. De vraag is of er inderdaad iets aan het bewegen is in Frankrijk op dit punt. Er zijn ook wel tekenen van een meer ontspannen omgang met het thema in het Franse intellectuele debat. Zal Frankrijk zich haar oude titel, `oudste dochter van de Kerk', weer gaan herinneren of liggen nog heel andere interessante ontwikkelingen in het verschiet?