Fat ladies en giganten

Op Malta staan monumentale bouwwerken ruim duizend jaar ouder dan de Egyptische piramides. Maar de bescherming van het archeologische erfgoed laat te wensen over.

NU MALTA onderdeel is van de Europese Unie wil het laten zien dat het meer is dan zon, zee en een verdachte 12-1 nederlaag. De kleine eilandengroep ten zuiden van Sicilië heeft bijvoorbeeld monumentale bouwwerken die ruim duizend jaar ouder zijn dan de Egyptische piramides. Dat is één van de boodschappen van de door de Maltezers zelf samengestelde tentoonstelling Malta, Tempels en Tombes, 5200-750 v. Chr. in het Amsterdamse Allard Pierson Museum. Wat op zo'n tentoonstelling niet of nauwelijks aan de orde komt, is dat de bescherming van het inderdaad indrukwekkende archeologisch erfgoed op Malta en het daarbij horende wetenschappelijk onderzoek in de loop der tijden te wensen over gelaten hebben.

Enkele van de megalithische bouwwerken op de twee grootste eilanden, Gozo en Malta, zijn altijd zichtbaar geweest en dus opgevallen aan reizigers die de eilanden aandeden. De grootste is de zuidelijke tempel van Ggantija op Gozo, die 26 bij 24 meter groot is. De gebouwen vallen op door hun hoge muren – sommige stenen zijn acht meter hoog en wegen twintig ton – en hun plattegrond met twee tot zes apsissen. Ieder had zo zijn eigen idee over wie de monumenten had gebouwd. In de zeventiende eeuw meende een Italiaanse passant dat ze alleen het werk van giganten geweest konden zijn. Een eeuw later dacht een tekenaar in dienst van Lodewijk XVI aan de Foeniciërs als bouwers. En Charles Brochtorff, een kunstenaar van Duitse afkomst die van de megalieten schetsen en aquarellen maakte, hield het op `druïden'. Pas in het begin van de twintigste eeuw, toen Themi Zammit, een lokale arts, bij opgravingen nieuwe tempels had ontdekt, ontstond het idee dat alles het werk was van een prehistorische cultuur. Een cultuur met grote technische vaardigheden, want Zammit vond ook een in de rotsen uitgehouwen onderaards grafcomplex van drie niveaus.

recalibratie

Het duurde nog tot de jaren zeventig voordat de echte ouderdom van de Maltese monumenten duidelijk werd. De Engelse archeoloog Colin Renfrew ontdekte dat er wereldwijd iets mis was met de tot dan uitgevoerde C14-dateringen. Na recalibratie met behulp van jaarringen rolden er voor de megalithische monumenten in Europa ineens veel oudere dateringen uit. De oudste bouwwerken op Malta bleken uit 3500 voor Christus te stammen.

Dat maakte de vraag wie ze gebouwd hadden extra interessant. David Trump van Cambridge University was daarom al vanaf de jaren zestig op zoek naar nederzettingen. Zijn enige vondst tot dan toe waren de resten van twee hutten bij Skorba. Zij dateerden echter uit de periode vóór de eerste tempelbouw, toen vanaf Sicilië rond 5200 voor Christus de eerste bewoners Malta bereikten.

Politieke veranderingen maakten vervolgens een voorlopig einde aan het wetenschappelijk onderzoek op Malta. Dom Mintoff, de leider van de Maltese Labourpartij, had tevergeefs geprobeerd om Malta onderdeel van het Gemenebest te maken. Na die mislukking maakte hij van Malta een socialistische heilstaat, zette de Engelsen buiten de deur en zocht toenadering tot landen als Libië en Noord-Korea.

In die jaren deden de Maltezers zelf weinig aan onderzoek; aan de universiteit van Malta was zelfs geen studie archeologie. Na Mintoffs terugtreden in 1984 waren Engelse wetenschappers weer welkom en kon een team van Cambridge University onder leiding van Michael Stodart en Caroline Malone op Gozo weer verder gaan met opgraven. Met hulp van een aquarel van Brochtorff ontdekten ze in de buurt van de tempel van Ggigantaj een tweede ondergronds grafcomplex met onder andere honderdduizenden menselijke botten.

In dezelfde periode waren op Malta ook twee Nederlanders actief, kunsthistoricus Ad van der Blom en cultureel antropologe Veronica Veen. Een stapeltje krantenknipsels uit de Maltese pers maakt duidelijk dat hun aanwezigheid niet onopgemerkt verliep. Met toestemming voor veldverkenningen op zak ging het echtpaar uit interesse voor neolithische culturen op Gozo op zoek naar nederzettingen uit de vroegste bewoningsfase. Naar eigen zeggen vonden ze er enkele tientallen. Het Nationaal Museum zag echter niets in de vondsten. Het echtpaar, dat op het eiland vindplaatsen door projectontwikkeling verwoest zag worden, stapte toen naar de pers. De situatie liep uit op een ruzie, arrestatie van het echtpaar `wegens ongeoorloofde opgravingen' en een rechtszaak. Van der Blom zegt te hebben gewonnen, maar volgens de samenstellers van de tentoonstelling is het echtpaar vrijgesproken om diplomatieke problemen te voorkomen.

hotel

Malone kent het tweetal. Ze deelt hun zorgen over de vernietiging van vindplaatsen door grootschalige projectontwikkeling. ``In de jaren zestig en zeventig is bijvoorbeeld een hotel op een tempelcomplex gebouwd.'' Met de recente oprichting van de erfgoedinstelling Heritage Malta is wel iets verbeterd, maar onlangs dreigden nog een paardenstal en enkele stortterreinen bij tempels gebouwd te worden.

Over de wetenschappelijke inhoud van het werk van Van der Blom en Veen zegt ze: ``Ze hebben interessante plekken ontdekt. Maar het probleem op Malta is dat het een rotseiland is met bijna geen stratigrafie. Scherven liggen aan het oppervlak en dan hangt het maar van je definitie af wanneer je van een nederzetting spreekt. Ik zou zeggen dat je minstens een concentratie van vijftig meter diameter nodig hebt. Wij hebben later één van de door hen gevonden locaties onderzocht en daar niet zo'n concentratie gevonden.'' Nog een probleem: ``Ze hebben niets in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd.'' Er schiet Malone nog iets te binnen: ``Veen zegt aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een Moeder Godin en een mogelijk matriarchale maatschappij.''

Malone heeft in 1995 een artikel over het onderwerp geschreven in het Groningse tijdschrift Caeculus. De grote pleitbezorgster van Moeder Godinculturen was de van oorsprong Litouwse archeologe Maria Gimbutas (1921-1994). Op basis van de beelden en beeldjes die bekend staan als de Fat ladies meende zij dat er ook op Malta een Moeder Godinverering bestond. Malone: ``De sekse van de meeste beeldjes is ambigu. Ze hebben wel vetlagen, maar borsten en vagina's ontbreken. Verder hebben we ook vele fallussen opgegraven.''

Tien jaar geleden zijn de Engelsen gestopt met opgraven. Maar in de jaren erna, constateert Malone, hebben de Maltezers zelf niet veel gedaan. ``Wij hebben in Engeland ongeveer twintig jonge Maltese archeologen opgeleid, maar afgezien van enkele reddingsopgravingen hebben ze geen eigen onderzoek gedaan.''

De Maltezer archaeologen zeggen op hun beurt dat ze al tien jaar wachten op de publicatie van de Engelse opgravingen. Ze hebben wel al gehoord dat er genoeg interessante resultaten zijn. Uit het onderzoek van de honderdduizenden botten zou bijvoorbeeld blijken dat de bewoners van Malta in de zogenaamde Zebbug Fase, net voor de bouw van de tempels, zeer gezond waren. In de daaropvolgende Tempelperiode (3500-2500 v.Chr.) en met name in de Tarxien Fase (3000-2500 v.Chr.) zou de gezondheid steeds sterker achteruit zijn gegaan. Het zouden tekenen zijn van een geïsoleerde eilandbevolking die door overbevolking in moeilijkheden kwam en zijn heil zocht in religie door de bouw van steeds omvangrijkere tempels.

Tentoonstelling: `Malta, tempels en tombes, 5200-750 v.chr.' Allard Pierson Museum, Oude Turfmarkt 127, Amsterdam. T/m 27 februari 2005.