Europa en de halve maan

Turkije is weer een stap dichterbij Europa.

Volgende maand beslissen de regeringsleiders onder Nederlands voorzittersschap wanneer de onderhandelingen echt gaan beginnen.

Maar de aarzelingen zijn groot. Hoort een moslimstaat van achter de Bosporus wel bij Europa?

Atatürk heeft in de vorige eeuw het Latijnse alfabet ingevoerd, de hoofddoek uit school verbannen en de islam teruggestuurd naar de moskee.

Hoe modern is Turkije nu?

Aziz beschouwt zichzelf als een moderne Turk. Hij studeerde Frans aan een van de meest vooraanstaande universiteiten van Turkije en zit dagelijks uren achter de computer om op internet na te gaan wat er in Europa gebeurt. Natuurlijk is Aziz voor gelijke rechten voor man en vrouw: hij heeft er zelfs begrip voor dat vrouwen overspel plegen. 'Als een relatie misloopt, kan er van alles gebeuren', zegt hij wijsgerig vanachter zijn kopje thee op een terras in de toeristenwijk Sultan-ahmet in Istanbul. 'Zo gaat dat nu eenmaal.'

Maar strekt al dat modernisme zich uit tot zijn eigen familie? Wat gaat Aziz bijvoorbeeld doen als zijn jongere zuster met een christen zou willen huwen? Zijn gezicht verstrakt. 'Onze godsdienst heeft er geen bezwaar tegen als een moslimman met een christenvrouw trouwt, maar andersom mag niet', zegt hij. 'Als mijn zus mij toestemming zou vragen voor zo'n huwelijk, zou ik nee zeggen. Als ze het dan toch per se wil, moet ze er maar vandoor gaan met die jongen. Maar mijn toestemming krijgt ze niet.' En daar stopt het modernisme van Aziz.

Turkije wil al sinds mensenheugenis lid worden van de Europese Unie, maar nu de Europese Commissie heeft aanbevolen onderhandelingen met het land te beginnen, lijkt de lange mars van Ankara naar 'Brussel' begonnen.

Is Turkije eigenlijk wel modern genoeg om aan te schuiven aan de grote tafel in Brussel? Een meerderheid van de Europeanen vindt, zo blijkt uit de ene peiling na de andere, dat Turken 'anders' zijn en daarom niet in Europa thuishoren. Turken zelf denken daar heel anders over. Niet minder dan 70 procent van de Turkse bevolking is voorstander van een Turks lidmaatschap van de Europese Unie. En elke Turk, zelfs als zij vrouw is en gehuld is in het zwart, zal de vraag of Turkije modern genoeg is, met een volmondig 'ja' beantwoorden.

Maar is Turkije wel zo modern? Vorig jaar won Turkije het Songfestival met een lied waarin een uiterst schaars geklede dame al kronkelend over het toneel haar minaar verzekerde van haar eeuwige liefde. Maar in datzelfde Turkije worden per jaar ten minste honderd vrouwen vermoord, omdat zij zich 'onzedelijk' zouden hebben gedragen. Het meest barbaarse geval van deze zogeheten eerwraak deed zich voor bij de stad Mardin, toen een vrouw en haar geliefde gestenigd werden op het moment dat ze er vandoor wilden gaan om ergens anders een nieuw leven te beginnen. Schokkender nog: een groot deel van de inwoners van de streek kon de moord billijken. Als de vrouw zich maar fatsoenlijk had gedragen en haar (gehuwde) geliefde met rust had gelaten, dan was er niets gebeurd, was de opvatting. Niemand van de familie van de vrouw kwam haar stoffelijke resten ophalen in het mortuarium. Uiteindelijk hebben vrouwenorganisaties haar begrafenis geregeld.

En wat te denken van de islam zelf? De hoogste religieuze ambtenaar van Turkije, Ali Bardakoglu, liet onlangs nog weten dat het tijd wordt de koran op een nieuwe, moderne wijze te interpreteren. Europeanen, die vaak van mening zijn dat heden ten dage het fundamentalisme de uitleg van de islam domineert, kunnen het daar alleen maar mee eens zijn. Maar nog geen tien jaar geleden (in 1995) kreeg de Welvaartspartij van de moslimfundamentalist Erbakan bij parlementsverkiezingen de meeste stemmen. En dat Erbakan bepaald minder liberaal was dan Bardakoglu, bleek wel tijdens een conferentie in Arnhem in 1989, waarvan het dagblad Tercüman destijds verslag deed. 'De Europeanen zijn ziek. Wij hebben het medicijn om hen beter te maken. Geheel Europa wordt islamitisch. Wij zullen Rome veroveren', zo zei Erbakan, aldus Tercüman. Erbakan is inmiddels van het politieke toneel verdwenen, maar in zijn Welvaartspartij is de huidige premier van Turkije, Erdogan, zijn politieke carrière begonnen. En dezelfde Erdogan, die nu bezweert dat hij geen moslimfundamentalist is maar een conservatief, zat enige tijd in de gevangenis omdat hij een gedicht had voorgelezen waarin hij minaretten omschreef als 'onze wapens'. Het was ook dezelfde Erdogan die zich nog onlangs aanvankelijk groot voorstander verklaarde van het idee om overspel strafbaar te stellen om zo het 'familieleven in Turkije te beschermen'. Pas onder de allerzwaarste druk van de Europese Unie kwam hij daarop terug.

De erfenis van Atatürk

Over de vraag hoe modern Turkije is, wordt niet alleen in Europa, maar ook onder Turkse historici en politicologen heftig gediscussieerd. Kemal Karpat is hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Wisconsin in de Verenigde Staten. In Turkije is hij een ster: aan de vooravond van de grote navo-top in Istanbul in juni gaf hij een avond college op televisie over de modernisering van Turkije. Karpat, die als een van de eersten in Turkije na de Tweede Wereldoorlog opnieuw aandacht vroeg voor de rijke erfenis van het Ottomaanse Rijk, is van mening dat 'modernisering' en 'Europeanisering' niet per definitie hetzelfde zijn. In het laatste stadium van het Ottomaanse Rijk was er een vorm van modernisering met een eigen Turks-Ottomaanse inhoud. Maar die rijkdom, aldus Karpat, ging verloren met Atatürk, die in 1923 de Republiek stichtte en die tot op de dag van vandaag in Turkije wordt bewonderd als vader des vaderlands. Het huidige Turkije, aldus Karpat, betaalt nu nog steeds de rekening voor die verarming: de modernisering van Turkije is incompleet en verwrongen, vindt hij.

Zafer Toprak is economisch historicus, hoogleraar aan de prestigieuze Bogazici-universiteit en hoofd van het Atatürk Instituut van Politieke Hervormingen. Net als Karpat is hij van mening dat de 'Europeanisering' van Turkije begon tijdens het Ottomaanse Rijk - maar zonder de Republiek, aldus Toprak, zou zij nooit hebben kunnen voortschrijden. Voor Suna Kili daarentegen, hoogleraar politicologie aan dezelfde universiteit, begon de modernisering pas met de Republiek en Atatürk. Zo vervuld is zij van de vader van de Republiek, wiens opvolger, Ismet Inönü, bij haar ouders over de vloer kwam, dat zij een boek over het 'Atatürkisme' schreef. Daarin prijst zij deze leer aan als een 'paradigma' voor de modernisering, dat een groot aantal landen in de Derde Wereld direct zou kunnen overnemen.

Ook arabist Andrew Mango, die een vuistdikke biografie van Atatürk schreef, geeft hem een grote rol in de modernisering van Turkije. Maar volgens Mango 'stolde' de leer van Atatürk na diens dood. Wat een pragmatische, flexibele doctrine was geweest voor 'Europea- nisering', werd een verzameling onwrikbare dogma's. Pas nu, aldus Mango, is Turkije in staat om de stappen te nemen naar een democratie die Europa al lang geleden heeft gezet.

Uniek in de moslimwereld

Het Ottomaanse Rijk - weinig bezoekers aan Istanbul zullen die 'zieke man van Europa' zien als een voedingsbron van Europeanisering. Alleen al een kort bezoek aan het Top-kapi-paleis in Sultanahmet overtuigt de gemiddelde Europese bezoeker ervan dat de Ottomanen weinig gemeen hadden met Europa. Terwijl in Europa in de loop der eeuwen het bestuur steeds dichter bij het volk kwam, leefde de Sultan in afzondering met zijn echtgenotes en staf in de harem. Meer dan met de buitenwereld, zo suggereren ook veel gidsen, hield de Sultan zich bezig met de kleine intriges in zijn harem.

Toch werd in het Ottomaanse Rijk de eerste stap naar modernisering gezet. 'Daar gebeurde iets wat uniek is in de moslimwereld', zegt Karpat: de elite besefte dat het anders moest, omdat het staatsapparaat eenvoudigweg niet meer voldeed. 'Hervorming kwam van binnenuit', aldus Karpat. 'Niemand zei dat het anders moest.' Maar behalve van binnenuit kwamen de hervormingen ook van bovenaf - en daarmee begon een fenomeen in Turkije dat buitenlandse waarnemers tot op de dag van vandaag frappeert: de kloof tussen de elite en het volk. Zo is een van de belangrijkste zakenlieden van Turkije, Güler Sabanci, een vrouw, maar tegelijkertijd loopt nog steeds een groot deel van de dames zelfs in een stad als Istanbul met een hoofddoek en luistert gedwee naar de echtgenoot. De elite in steden als Istanbul is agnost of - de nieuwste mode - boeddhist, maar in veel dorpjes op het platteland heeft de imam het nog steeds voor het zeggen.

Historicus Zafer Toprak vindt die kloof geen reden om de modernisering van de Ottomanen als onbelangrijk af te doen. 'Zo werkt modernisering nu eenmaal, in Europa zelf begon het ook met een kleine elite.' Liever staat hij stil bij de grote stappen die de Ottomanen hebben gezet. Zo werd tijdens de periode van het zogeheten Tanzimat (begin negentiende eeuw) een hele lijst van individuele rechten opgesteld, die een belangrijk fundament vormden voor een rechtsstaat zoals in Europa. In 1876 kwam het zelfs tot een zeer liberale grondwet die gemodelleerd was naar die van België.

Maar vaak, zo werpt historicus Karpat tegen, was het zwakke punt van de hervormingen dat zij door de Ottomaanse elite werden geïnitieerd en veelal tot doel hadden om het staatsapparaat te versterken. Mede als reactie daarop kreeg de bevolking - vaak ten onrechte - het gevoel dat de hervormingen tegen haar waren gericht - en dus zocht zij steeds meer aansluiting bij de islam om haar onvrede te uiten. En zo begon ook in het Ottomaanse Rijk de traditie die tot Erbakan en zijn Welvaartspartij voortduurde - de islam als protestideologie. Pas na 1870, aldus Karpat, ontstond er een intelligentsia die onafhankelijk was van de staat en die naar een vorm van modernisering zocht die de eigen Ottomaanse identiteit niet verloochende. Volgens Karpat was de schrijver Ahmet Mitat Effendi een goed voorbeeld van deze stroming: 'Hij verwerpt Europa niet, maar wil tegelijkertijd Turk blijven. Hij reisde naar Parijs, stond op de bres voor de rechten van vrouwen - maar hij was tegelijkertijd Turk en moslim.'

Volgens Karpat had deze stroming een grote invloed kunnen hebben, als de geschiedenis niet anders had beslist. In de negentiende eeuw viel het Ottomaanse Rijk immers steeds meer uit elkaar. Vooral op de Balkan, die vaak als kern van het Rijk werd gezien, verloor het almaar meer gebied. Het Ottomaanse Rijk werd als een gewond dier dat steeds meer de hoek werd ingedreven. Ook intern desintegreerde het: de Griekse en Armeense minderheden voelden zich steeds minder 'Ottomaan' en zochten steeds meer aansluiting bij etnische medestanders buiten de grenzen van het Rijk. Zo vierden de Grieken en Armeniërs in Istanbul feest toen het Ottomaanse leger tijdens de eerste Balkanoorlog (1912) door legers uit Bulgarije en Griekenland in de pan werd gehakt. Economisch ging het slecht: een steeds groter deel van de Ottomaanse economie kwam onder invloed van Europese 'buitenlanders'. En in 1912 begon een lange serie van oorlogen en strijd die - via de Eerste Wereldoorlog en de Onafhankelijkheidsstrijd - zou resulteren in de uitroeping van de Turkse Republiek in 1923. Nog was Turkije niet verloren, maar al te veel scheelde het niet meer.

Huilende Turken

Maar toen kwam Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938). Nog steeds is de liefde in Turkije voor de Vader van de Turkse Republiek ongekend. Veel Turken huilen als er een onbekende foto van hem boven water komt en nog steeds staat het verkeer in heel Turkije twee minuten stil op 10 november, net na de klok van negen uur 's ochtends, toen Atatürk in 1938 stierf. Op het Taksim-plein, in het hart van Istanbul, staat een groot monument voor de Onafhankelijkheid waarin Atatürk prominent aanwezig is. Bij elke feestdag in Turkije wordt het monument overladen met bloemen - en van elk begeleidend lint spreekt de liefde voor Atatürk. Die liefde slaat onmiddellijk om in woede als de buitenwereld de grootheid van Mustafa Kemal niet erkent. Zo veroorzaakte het Amerikaanse blad Time een grote rel in Turkije toen Atatürk niet voorkwam op de lijst van de honderd 'groten van de twintigste eeuw'. Hoe durfden ze, die misbaksels daar in Amerika, was de Turkse reactie - hadden die Amerikanen ooit wel eens een geschiedenisboek gelezen? Had Atatürk eigenlijk wel fouten? 'Welbeschouwd maar één', zegt Suna Kili, 'en dat is dat hij niet lang genoeg leefde. Had hij meer tijd gehad, dan zou hij zijn missie helemaal hebben kunnen volbrengen.'

En die missie was Europeanisering. Onder leiding van Atatürk werd in korte tijd een groot aantal revolutionaire veranderingen doorgedrukt. Befaamd zijn de beelden van de Vader van de Republiek die zijn volk ertoe bracht het Arabische alfabet af te zweren en over te gaan op het Europese. Ook de fez, het hoofddeksel waar generaties Ottomaanse mannen zich mee hadden getooid, werd taboe. Even befaamd zijn de veranderingen die hij - vaak tegen de zin van velen - doordrukte in het maatschappelijk leven. Zo hadden mannen en vrouwen tot dan toe nooit met elkaar gedanst. Maar Atatürk, die het sociale onderscheid tussen mannen en vrouwen maar onzin vond, stapte daar overheen en dwong hen dat wel te doen. Zelf gaf hij in 1925 op een bal in Izmir het voorbeeld door met de dochter van de gouverneur aldaar te dansen. Terwijl westerse muziek door de zaal weerklonk, volgden alle gasten van het bal trouw het voorbeeld van de leider. Maar waarschijnlijk werden velen van hen bijna fysiek onwel van een praktijk die zo sterk inging tegen de Ottomaanse traditie. Zelfs vandaag de dag dansen bijvoorbeeld op bruiloften op het platteland bij Konya mannen in eerste instantie alleen met mannen en vrouwen met vrouwen. Pas uren later, als de 'vreemden' weg zijn en alleen de familie over is, gaan mannen en vrouwen met elkaar dansen.

Natuurlijk was er weerstand tegen de hervormingen van Atatürk, maar dat verhinderde de leider niet om door te gaan. Zo plaatste hij de islam, die hij beschouwde als een van de redenen van het verval van het Ottomaanse Rijk, onder ferme controle van de staat. Nog steeds worden Turkse imams door de staat opgeleid en gescreend, voordat ze naar de moskee mogen. En als een imam een persoonlijke 'fout' in zijn levenswandel heeft zoals gokken of alcohol, dan zullen de autoriteiten daar niet al te veel aan doen, terwijl daarentegen elke neiging om de islam al te letterlijk te interpreteren onmiddellijk wordt afgestraft.

Een van de grootste strijdpunten in Turkije sinds Atatürk is de hoofddoek. Hij is verboden in 'publieke plaatsen' als universiteiten, ministeries en het Turkse parlement. Atatürk zag de hoofddoek als symbool van de onderdrukking van de vrouw. Maar nog steeds nemen veel Turkse vrouwen rigoreuze maatregelen om hem te kunnen dragen. Zo zijn er in Istanbul speciaalzaken voor pruiken die de dames over hun hoofddoek heen kunnen trekken om zo alsnog de universiteit in te kunnen. Weerstand tegen zijn hervormingen verhinderde Atatürk niet om op volle snelheid door te gaan. Zo stimuleerde hij een geadopteerde dochter om pilote te worden. Volgens de Turkse hagiografie komt haar zelfs de eer toe als eerste gevechtspilote in de geschiedenis te hebben deelgenomen aan gevechtshandelingen. De conclusie ligt voor de hand: na Atatürk was Turkije nooit meer hetzelfde, Turkije was een 'Europese' natie geworden.

Verlichtingsmens

Of was het toch allemaal niet zo simpel? Volgens Atatürks biograaf Mango was Atatürk wel degelijk een Verlichtingsmens, die geloofde in het idee van een universele beschaving waarvan Turkije deel uit moest gaan maken. Daarbij was met name de Franse Revolutie het grote voorbeeld: daar was de notie van het burgerschap ontwikkeld die Atatürk ook in Turkije wilde realiseren. Maar die verering voor Europa was uiteindelijk toeval: had het zwaartepunt van de wereldbeschaving ergens anders gelegen in de jaren twintig, zegt Mango, dan had Atatürk zich daar ongetwijfeld op gericht.

Het was niet de enige paradox in het karakter van de vader van de Turkse Republiek. Hij geloofde in de bevrijding van vrouwen, maar tegelijkertijd was hij zelf nooit in staat om een gelijkwaardige relatie met een vrouw te onderhouden. En net als de helden van de Franse Revolutie geloofde hij in democratie, maar was hij van huis uit buitengemeen autoritair en als een Ottomaanse Sultan alleszins bereid om anderen zijn wil op te leggen. En ondanks zijn verering voor de Europese cultuur ging het Atatürk uiteindelijk om Turkije - zijn doel was dat land op te stoten in de vaart der volkeren. Met name die laatste twee paradoxen maakten dat de Europeanisering van Turkije uiterst problematisch werd.

De modernisering van Europa ontleende haar dynamiek aan de nieuwe groepen die steeds weer vochten om een plaats op het politieke toneel: eerst de adel, toen de middenklasse, daarna het proletariaat - uiteindelijk veroverde iedereen zijn plaats onder de politieke zon. Maar in Turkije bestonden die groepen nauwelijks. 'De Ottomaanse economie stond onder controle van buitenlanders', zegt Suna Kili, 'en daardoor was er geen middenklasse zoals in Europa.' In de steden, waar wel een middenklasse was, kreeg die in de lange oorlogsjaren aan het begin van de twintigste eeuw een doodklap toebedeeld.

'Er was geen moslimmiddenklasse die dat predicaat verdiende', zegt ook Andrew Mango. 'De middenklasse bestond vooral uit christenen. Zo stond de vakbeweging in Istanbul voor een belangrijk deel onder controle van de Grieken.' De tragiek van die lange jaren van oorlog was dat de christelijke minderheden, die altijd een prominent deel van het Ottomaanse Rijk uit hadden gemaakt, het veld moesten ruimen. In 1919 bezette Griekenland een deel van Anatolië. Bij de emigratie die daarop volgde werd de Griekse minderheid gedecimeerd. Ook de gruwelijke slachtingen onder de Armeniërs in 1915 en 1916 reduceerden het numerieke belang van die christelijke groep. Het resultaat was dat de nieuwe Turkse Republiek van nul af aan moest beginnen.

De verdwijning van de christenen was zo desastreus, dat Atatürk speciale curssussen in de Republiek liet organiseren voor lassers. 'Er waren geen moslims te vinden die twee stukken metaal aan elkaar konden lassen', zegt Mango. Daar kwam nog bij dat het analfabetisme in de nieuwe Republiek zeer hoog was. In de Republiek der Nederlanden kon in de zeventiende eeuw al zo'n 80 procent van de bevolking lezen en schrijven, aldus de Londense hoogleraar Jonathan Israël. Bij het begin van de Turkse Republiek in 1923, zegt Suna Kili, lag dat op het platteland maar rond de 7 procent. In de steden was het hoger, maar ook daar werd de 80 procent absoluut niet gehaald.

Het gevolg was dat de 'Europeanisering', zelfs al ten tijde van Atatürk, begon vast te lopen. Atatürk zelf was een positivist, die volgens zijn biograaf Mango aan het einde van zijn leven wellicht zelfs atheïst was geworden. 'Ik heb geleerd van het leven, niet van een boek dat uit de hemel komt', zei hij toen. Maar met de verdwijning van de grote christelijke minderheden was de nieuwe Turkse Republiek een homogene moslimnatie geworden, waarvan de overgrote meerderheid van de bevolking meer vertrouwen stelde in de plaatselijke imam dan in de regering in Ankara. Als gevolg daarvan werd de elite van de nieuwe Turkse Republiek steeds autoritairder. Ze sloot zich steeds meer af voor de bevolking. 'Er was geen middenklasse in Turkije en ook geen proletariaat zoals in Europa', zegt Suna Kili. 'Die leegte bij de modernisering van Turkije werd opgevuld door het leger en door een moderne bureaucratie.' Turkije begon, zeker na Atatürk, op één punt steeds meer op de Sovjet-Unie te lijken. De communistische partij van de Sovjet-Unie beriep zich op het proletariaat, maar omdat die klasse er nauwelijks bestond, was het de partij zelf die de maatschappij aan de haren de moderne tijd in wilde trekken. Eenzelfde jacobinisme ontstond in Turkije: bij gebrek aan een middenklasse en een proletariaat moest de nieuwe elite Turkije vormgeven. 'Turkije werd een derdewereldland met een eerste-wereld elite', zegt Andrew Mango.

De elite in Turkije begon daarom uiterst ambivalent te denken over democratie. Voor Atatürk was democratie ooit het uiteindelijke doel, maar zolang het volk daar niet 'rijp' voor was, eigenden de nieuwe bureaucratie en het leger zich het recht toe in te grijpen om de republiek te redden. 'Democratie is mooi', zegt Kili, 'maar je kunt het voor de meest verheven maar ook voor de meest gruwelijke doelen misbruiken. Heeft Hitler de Weimar-Republiek niet gebruikt om aan de macht te komen?'

En zo verschilde de modernisering van Turkije zeer van die van Europa. In Europa ging meer republiek vaak samen met meer democratie. Maar in Turkije stonden ze op gespannen voet. Met te veel democratie, zo vreesde de elite, zou Turkije zich vrijwel zeker transformeren tot een land waar de islamitische wet (de sharia) zou worden ingevoerd. De elite in Turkije voelde zich dan wel Europees en geloofde in democratie, maar diezelfde elite was altijd bang om onder de voet gelopen te worden.

Hoe autoritair Turkije was geworden, bleek al in de vroege jaren dertig. Atatürk zelf gaf toen een van zijn beste vrienden opdracht een nieuwe partij te beginnen. Een gezonde oppositiepartij, zo meende hij, was goed voor het land en zou de politieke dynamiek bevorderen. De regerende partij, de chp, was toen al een verzameling partijbaronnen geworden. 'Het was een kliek die alleen nog maar aan zijn eigen positie dacht', zegt Karpat. De nieuwe partij was onmiddellijk een succes, al was het maar omdat ze kritiek leverde op de chp. Aanhangers van de nieuwe formatie, aldus Karpat, waren absoluut geen moslim-extremisten, ze wilden alleen meer democratie en een beter bestuur. Maar de partijbaronnen, die bang werden voor hun eigen positie, gingen naar Atatürk en zeiden dat de partij wel degelijk moslim-extremistisch was. En dus greep Atatürk in: de partij werd ontbonden, zijn leider weggestuurd naar het buitenland als ambassadeur.

Pikant genoeg schiep de elite daarmee zijn eigen monster. Uiteindelijk is een grote meerderheid van de Turkse bevolking er absoluut niet op uit om Turkije te veranderen in een nieuw Iran of Afghanistan. Voor de verkiezingen van 2002 hielden grote kranten enquêtes waaruit keer op keer bleek dat alleen een kleine minderheid in Turkije de islamitische wet in het land wil invoeren. 'Maar de seculiere elite drukte zo'n zwaar stempel op de maatschappij dat de mensen een tegenwicht wilden', zegt Karpat. En omdat die elite zo seculier was, lag het tegenwicht voor de hand: de islam.

De allerlaatste keer dat dit tot een aanvaring leidde, was ten tijde van de moslimfundamentalistische premier Erbakan (1996/97). 'Erbakan zei: ik geef jullie volop islam, maar ik ga jullie ook goed voeden, zodat je lekker van je islam kunt genieten.' Volgens Karpat was de overgrote meerderheid van de aanhangers van de partij meer geïnteresseerd in het 'voedsel' (dat wil zeggen: een betere economie en een beter bestuur) dan in de 'islam'. Maar het Turkse leger, dat zich beschouwt als beschermer van de principes van Atatürk, begon steeds meer te geloven dat Erbakan van Turkije een nieuw Iran wilde maken en zette hem opzij. Maar ook zonder die coup, zegt Karpat, was het tot ernstige conflicten gekomen tussen de kleine, moslim-extremistische vleugel en de grote meerderheid die veel meer geïnteresseerd was in een goed bestuur.

Etnische problemen

De 'Europese elite' wantrouwde dus het volk wegens vermeend moslim-extremisme. Maar de Europeanisering liep ook stuk op etnische problemen. Als adept van de Franse Revolutie geloofde Atatürk in de stelling dat een natie-staat één taal behoort te hebben. Maar zijn opvolgers interpreteerden dat op zo'n strikte manier dat elke vorm van 'etniciteit' verdacht werd. 'Waar het mij uiteindelijk om gaat?', vraagt Mevlüt Çetinkaya, directeur van de nieuwe Koerdische taalschool in Istanbul. 'Ik wil als eerste klas burger worden gezien, niets meer en niets minder.'

In het Turkije van na Atatürk, dat geloofde in de theorie van het burgerschap, bestond er geen enkele belemmering voor Koerden om hoge ambten te vervullen. Voorwaarde was dan wel dat zij 'geassimileerd' waren en geen 'etnische eisen' stelden. Koerden die dat wel deden, kregen steeds meer problemen. Het dieptepunt van deze ontwikkeling was natuurlijk de oorlog tussen aanhangers van de Koerdische Arbeiderspartij (pkk) van Abdullah Öcalan en het Turkse leger in Zuid-Oost Turkije. In deze jaren zakte Turkije zo diep, dat er weinig tot niets over leek te blijven van de idealen van Europeanisering en democratisering. Koerdische partijen werden opgeheven en activisten verdwenen in de gevangenis of nog erger.

De tragiek van deze situatie was dat Turkije zich beriep op de waarden van de Verlichting en de Franse Revolutie, maar niet besefte dat de democratie in Europa zich steeds meer ontwikkelde in de richting van een systeem waarbij de burger niet alleen via de stembus maar op alle niveaus inspraak heeft. Pas toen de oorlog in het zuidoosten luwde en steeds duidelijker werd dat gelovige moslims in Turkije veel moderner waren dan de elite altijd dacht, kon het land een inhaalslag gaan uitvoeren.

Handleiding voor democratie

In de Ottomaanse tijd had Turkije geen voorbeeld voor hervorming, zegt Karpat. Maar dat is er nu wel: de Europese Unie. Om lid te kunnen worden van de Unie, moet Turkije immers voldoen aan de criteria van Kopenhagen. Europeanen zien die criteria meestal als basisvereisten voor de rechtsstaat en mensenrechten, maar tegelijkertijd zijn zij een soort handleiding voor participerende democratie. Omdat nog steeds een overgrote meerderheid van de Turkse bevolking lid wil worden van de Unie, hebben die criteria groot gewicht in Turkije. Meer dan generaties van oppositiepartijen heeft 'Kopenhagen' Turkije omgevormd tot een nieuw land, dat na al die jaren ernst maakt van het Atatürkiaanse ideaal van politieke macht van het volk.

Vroeger konden politieagenten het volk uitknijpen tot de gemiddelde Turk erbij neerviel - maar tegenwoordig geven steeds meer Turken een grote mond terug als de politie smeergeld eist en dreigen zij de zaak aanhangig te maken bij een van de vele mensenrechtencommissies die Turkije inmiddels kent. Omdat de elite deelname aan de Unie beschouwt als in lijn met de idealen van Atatürk, blijkt ook bijvoorbeeld het leger bereid een stap terug te doen uit de politiek. Nu Koerden, onder druk van Europa, een begin van sociaal-culturele rechten hebben gekregen - zoals de opening van taalscholen waar Koerdisch wordt onderwezen - is ook hun band met de Republiek versterkt. En in tegenstelling tot andere landen in de regio is in Turkije de steun voor moslim-extremistische bewegingen de afgelopen jaren eerder afgenomen dan toegenomen. Gelovige moslims beseffen dat Turkije - als God het wil - deel gaat uitmaken van een organisatie waar de overgrote meerderheid van de bevolking christen is. En dus is Turkije een centrum geworden van de progressieve islam waar moslimdenkers proberen de islam te verzoenen met het 'moderne leven'.

En zo komt Turkije steeds dichter in de buurt van het Europese ideaal van de democratie. Hoe dichter Turkije bij Europa komt, hoe meer 'zij' aan de Bosporus op 'wij' van Londen, Parijs en Amsterdam zullen gaan lijken. Dat een meerderheid van de Turkse bevolking moslim is, hoeft daarbij nauwelijks een belemmering te zijn. 'Ik ken meisjes met hoofddoek die ik zou willen omschrijven als ultra-feministes', zegt Kemal Karpat.

'In Turkije bestaat een sterke stroming van islamitisch humanisme', aldus Andrew Mango. 'De (voormalige) hoogste ambtenaar op het directoraat-generaal religieuze zaken, Mehmet Nuri Yilmaz, zei altijd: godsdienst is wat een mens tot mens maakt.' Hoe liberaal die islam geworden is, bleek de afgelopen jaren steeds meer. Zo liet diezelfde Mehmet Nuri Yilmaz verordonneren dat zakenlieden geen vijf keer per dag meer hoeven te bidden, zoals de letter van de koran vereist, maar bijvoorbeeld maar twee keer per dag. Ze moeten in die twee keer dan wel de intensiteit van vijf keer benaderen. En ook de scherpe scheiding tussen mannen en vrouwen, die in veel Arabische landen nog geldt, is in Turkije bij de geloofsbeleving opgeheven. Volgens veel godsdienstwetenschappers in Turkije zijn er eigenlijk op de wereld maar twee plekken waar aan een progressieve, humanistische islam wordt gewerkt: in West-Europa, waar moslims te midden van christenen leven, en in Turkije. Hoe dichter Turkije bij Europa komt, hoe humanistischer en liberaler die islam zal worden.

Gespleten persoonlijkheid

Het ongekeerde is ook waar: als Europa Turkije van zich afstoot, zal dat land steeds minder Europees worden. Europees is namelijk niet per definitie een compliment in Turkije. 'Over welk Westen hebt u het nu eigenlijk?', zegt Suna Kili. 'Het Westen van Erasmus, Jean-Jacques Rousseau, John Locke, of over het Westen dat ingreep in Afghanistan, het Westen dat huis hield in Algerije, het Westen van Auschwitz? Volgens mij heeft het Westen een gespleten persoonlijkheid.' Volgens Kili koos Atatürk van de twee gezichten van het Westen 'het mooie gezicht'.

Natuurlijk was ook Atatürk zich bewust van het 'andere Europa'. Dat het Ottomaanse Rijk in de negentiende eeuw steeds meer ineenzakte, was voor een aanzienlijk deel ook te wijten aan machinaties van de Europese landen die landen als Griekenland en Bulgarije tegen de Ottomanen opzetten. In de Eerste Wereldoorlog koos het Ottomaanse Rijk de zijde van Duitsland, maar dat kwam het te staan op een invasie van de Geallieerden bij Gallipoli (1915). De aanval, op instigatie van Winston Churchill, was een groot echec voor de Geallieerden, maar voordat zij zich terugtrokken vonden duizenden en duizenden Turken de dood op de stranden. Tegenwoordig zien liberale Turken Gallipoli vooral als een symbool van de waanzin van de oorlog, zonder daarbij direct met de vinger naar Europa te

wijzen. Maar Gallipoli was niet het einde. Na de Eerste Wereldoorlog bezetten de Engelsen (en Fransen) enige tijd Istanbul, en de Grieken hielden huis in Izmir. Van meet af aan was de strijd van Atatürk niet alleen een strijd voor modernisering, maar ook voor onafhankelijkheid.

Hoezeer Atatürk ook zelf in de valkuil van het nationalisme kon vallen, bleek aan het einde van zijn leven. In Europa deden eind jaren dertig ruimschoots racistische theorieën opgeld, die de Turken indeelden bij het - lagere - gele ras. Mede als reactie daarop begon Atatürk, die omringd werd door louter paladijnen en die veel te veel alcohol dronk, zelf te geloven dat Turken misschien zelfs wel een superieur ras zijn. Zo geloofde Atatürk aan het einde van zijn leven in de zogeheten theorie van de Zonnetaal. Elke vorm van taal, zo was de gedachte, vond uiteindelijk zijn bron in de verering van de zon. Maar omdat vooral Turken de zon vereerden, lag de conclusie voor de hand dat alle talen in de wereld uiteindelijk afstamden van het Turks. Toen Atatürk nog leefde, durfde niemand in Turkije die theorie te betwisten. Na zijn dood werd ze snel vergeten. Maar dat neemt niet weg dat er een directe lijn loopt van Atatürk naar de extreem-nationalistische minister van Volksgezondheid Durmus, die na de grote aardbeving van 1999 bloed uit het Westen weigerde, omdat Turks bloed 'anders' is. Weinig Turken denken zo extreem, maar vaststaat dat het Turkse nationalisme gekenmerkt wordt door diepe, diepe eenzaamheid - het Turkse spreekwoord dat 'Turken geen vrienden hebben in deze wereld behalve andere Turken' wordt nog steeds dagelijks aangehaald in Turkije.

Of toch niet? Met de toenadering tot Europa hebben ook Turken aan zelfvertrouwen gewonnen. 'Vroeger zagen Turken contacten met Europeanen als een zero sum game, zegt Mango. 'Als de Europeanen vrolijk werden, wisten de Turken zeker dat ze hadden verloren.' Door de toenemende contacten tussen Turkije en West-Europa is die onzekerheid minder geworden. Mango: 'Een van de mooiste dingen die ik premier Erdogan heb horen zeggen, was het antwoord op de vraag: wat doet u als de Europese Unie u nul op het rekest geeft? Dan hebben we altijd onszelf nog, zei hij. En dat gaf me moed, de Turken winnen aan zelfvertrouwen.'

Nee van Europa

Maar wat zal er van dat zelfvertrouwen overblijven als de politieke leiders van Europa in december toch nee zeggen en de onderhandelingen niet willen beginnen? Turkije is bezig om - met behulp van het imf - zijn economie te herstructureren. Dat loopt goed, maar een van de pilaren van het herstel is de verwachting dat de onderhandelingen met Europa gaan beginnen. Als dat niet gebeurt, zal de beurs een zware klap krijgen en ook de Turkse munt, de lira, zal gaan duikelen. Veel Turken zullen dan hun schulden - vaak in dollars of euro's - zien stijgen. Het ligt voor de hand dat Turken zich dan massaal zullen afkeren van Europa en op zoek zullen gaan naar een alternatief.

En zo is het antwoord op de vraag 'hoe modern en Europees is Turkije?' uiteindelijk verrassend eenvoudig: Turkije wordt net zo Europees als Europa het zelf wil maken. In de jaren tot 2019 - tot zolang zou het volgens premier Erdogan kunnen duren voordat Turkije lid is - kan het proces van de Europeanisering nog grote stappen vooruit zetten. Welbeschouwd is die vijftien jaar niet meer dan de periode die Atatürk nodig had om de Republiek op poten te zetten. Maar als Europa in december nee zegt, zou in diezelfde vijftien jaar wel eens een heel ander Turkije kunnen opdoemen: xenofoob, onzeker, en verscheurd door interne conflicten. De keus is aan Europa. M

Bernard Bouwman is correspondent van NRC Handelsblad in Istanbul.

Lynsey Addario (Corbis) is fotograaf in Istanbul.

[streamers]

Maar liefst 70 procent van de Turken is voorstander van toetreding tot de EU.

Vorig jaar won Turkije het Songfestival met een lied van een uiterst schaars geklede dame.

Veel Turken huilen als er een onbekende foto van Atatürk boven water komt.

De modernisering van Turkije is incompleet en verwrongen.

'De middenklasse in het Ottomaanse Rijk bestond vooral uit christenen.'

'Ik geef jullie volop islam, maar ik ga jullie ook goed voeden.'