Den Haag bewijst ook het ijshockey een dienst

Na een afwezigheid van vier jaar keerden de ijshockeyers van Den Haag dit seizoen terug in de eredivisie. ,,Van de eerste divisie word je helemaal niets wijzer.''

Het begon vorige maand met een valse start. Eindelijk mochten de ijshockeyers van de Hijs Hokij Wolves uit Den Haag weer eens meekrabbelen op het hoogste niveau, maar wat bleek luttele uren voorafgaand aan de allereerste thuiswedstrijd? Op last van de brandweer ging De Uithof op slot. Een halfjaar na de brand die het Haagse ijscentrum deels in de as legde, bleken de vereiste vergunningen (nog) niet in orde.

Voorzitter Louis Verreijen (60) toont een flauwe glimlach als hij aan de mislukte seizoensouverture van zijn club wordt herinnerd. ,,Een lelijke streep door onze rekening, zowel letterlijk als figuurlijk. Maar wat wil je? Tijdens de renovatie is men gaan bouwen zonder de vereiste papieren. Enkele ambtenaren voelden zich daardoor lelijk op de tenen getrapt.''

Een promotie/degradatie-regeling kent het Nederlandse ijshockey niet. Wie toe wil treden tot de hoogste afdeling dient simpelweg een verzoek in bij de bond. Na een afwezigheid van vier jaar waagde Den Haag afgelopen zomer de sprong, nadat de club in zowel financieel als organisatorisch opzicht orde op zaken had gesteld. ,,Den Haag moet weer een ijshockeybolwerk worden'', luidt de even simpele als ambitieuze verklaring van Verreijen, die in een lokale dealer van Skoda een bereidwillige sponsor vond.

De terugkeer op het hoogste niveau bevalt de fusieclub, in de jaren vijftig een van de vlaggendragers van het Nederlandse ijshockey, tot dusver goed. Al ging het gisteravond mis. Verloor de ploeg van trainer-coach Danny Jurgens zondag al met 7-2 van en in Heerenveen, tegen diezelfde Friezen volgde gisteren de al even pijnlijke eerste thuisnederlaag van het seizoen: 3-9. Heerenveen mag zich daardoor na vijf speelronden de trotse aanvoerder noemen van de strijd om de Challenge Cup.

Voor wat het waard is, want nu de internationals ontbreken en de daardoor uitgeholde hofleverancier, landskampioen en bekerwinnaar Amsterdam, de `tussenronde' wijselijk aan zich voorbij laat gaan, heeft de competitie meer weg van een weinigzeggende reeks veredele oefenpotjes. De nationale ploeg verblijft sinds anderhalve week in Finland, waar de selectie van bondscoach Theo van Gerwen een voor Nederlandse begrippen intensieve oefencampagne (zes duels tegen teams uit de tweede liga) afwerkt ter voorbereiding op (de eerste ronde van) het olympische kwalificatietoernooi, dat donderdag begint in het Poolse Krynica.

In de Karpaten dient Nederland af te rekenen met achtereenvolgens Kroatië, Litouwen en gastland Polen om over vier maanden mee te mogen doen aan de tweede kwalificatieronde voor de Winterspelen (2006). Daarin wachten vermoedelijk toplanden als Zwitserland en Denemarken. Het lijkt een op voorhand kansloze missie, al houdt de Nederlandse ijshockeybond (NIJB) stug vast aan de koers die vier jaar geleden werd uitgezet onder de wat kinderlijke slogan: Wij willen erbij zijn in Turijn!

Den Haag, afgelopen seizoen ongeslagen kampioen van de eerste divisie, telt slechts één international (doelman Peter Seton), maar dat is al heel wat. Tot ergernis van roerganger Verreijen kocht `buurman' Zoetermeer, herintreder in de op één na hoogste divisie, vlak voor de start van het seizoen een aantal sleutelspelers weg. Verreijen: ,,Toch wilden we hoe dan ook naar de eredivisie, want je wordt niets wijzer van wedstrijdjes waarbij het alleen maar de vraag is of het 30-0 of 31-0 wordt.''

De rentree van Den Haag, alsmede die van het eveneens uit de as herrezen Nijmegen, komt als geroepen, nadat een andere gegadigde (Utrecht) alsnog afhaakte en Amsterdam financieel op sterven na dood is. Vorig seizoen bestond de toen nog Superliga geheten hoogste afdeling uit slechts vier ploegen: Amsterdam, Geleen, Heerenveen en Tilburg. Het was, zo moesten zelfs de beleidsmakers van de ijshockeybond erkennen, `een aanfluiting'. Zo vaak speelden de teams tegen elkaar dat sommige spelers hun tegenstanders vaker zagen dan hun eigen vrienden.

Opmerkelijk genoeg kwam Den Haags terugkeer mede tot stand door toedoen van de andere clubs, die een steunfonds in het leven riepen voor herintreders. De club met naar eigen zeggen het kleinste jaarbudget (85.000 euro) maakte gretig gebruik van het solidaire gebaar. Verreijen: ,,Maar het betekent wel dat wij volgend jaar ook moeten bijdragen aan dat potje.''

Eén ding is niet veranderd in het al jaren zowel sportief als financieel noodlijdende Nederlandse ijshockey: het eindeloze gehakketak over het aantal buitenlandse spelers. In een poging de eigen jeugd meer speeltijd te gunnen en ongewisse financiële avontuurtjes uit te bannen, spraken de clubs afgelopen zomer af om komend seizoen maximaal vier imports in hun selecties op te nemen.

Het bleef bij fraaie woorden. Nadat Geleen het door de bond luidbejubelde herenakkoord nog voor de start van de bekercompetitie schond, kreeg ook Den Haag toestemming om de selectie uit te breiden met een zesde buitenlandse ijshockeyavonturier. Maar voorzitter Verreijen schaamt zich niet. ,,Geleen heeft de zaak op scherp gezet; toen zij hun woord braken, stonden wij in ons recht.''