De ruime beurs van George Bush

Beleggen volgens de `Bush-index' van bedrijven die profiteren van het presidentschap van George W. Bush was de afgelopen jaren zeer winstgevend. In zijn tweede termijn wordt dat ingewikkelder.

Wie had gerekend op een enorme koerssprong na de bevestiging van de verkiezingsoverwinning van George W. Bush op woensdag, moet enigszins teleurgesteld zijn. Op papier heeft Bush' zege zo'n beetje alles mee voor de aandelenkoersen, maar uit het magere sprongetje van Wall Street en de Europese beurzen op woensdag en donderdag bleek dat niet.

Nu kan het zijn dat de overwinning door de beurzen al van te voren in de prijzen was verwerkt. Daar lijkt het niet op. Typische `Bush-aandelen' deden het beter dan gemiddeld op woensdag, dus was er wel degelijk sprake van enige opluchting.

De Bush-aandelen zijn terug te vinden in de zogenoemde Bush-index van de Newyorkse beleggersboetiek ISI, International Strategy & Investment. Farmacie-aandelen horen erbij, omdat Kerry de prijzen van medicijnen aan banden wilde leggen, en Bush tegen goedkopere parallelimport van merkmedicijnen uit vooral Canada was. Dan zijn er financiële instellingen, waaronder vooral beleggingsmaatschappijen, die kunnen profiteren van Bush' plan om de sociale zekerheid in de VS, voorzover die er is, in de richting te sturen van persoonsgebonden investeringsplannen. Levensverzekeraars zouden daar juist onder kunnen lijden. Bush-aandelen zijn er ook in de tabakssector, die kan rekenen op een mildere aanpak dan onder de Democraten, zeker nu ook de Senaat en het Huis van Afgevaardigden steviger in Republikeinse handen komen.

Bush' beoogde maatregelen tegen de juridische wildgroei aan claims en schadevergoedingen in de VS zijn gunstig voor bedrijven die onder vuur liggen. Autofabrikanten mogen rekenen op een minder hardvochtige en tragere invoering van nieuwe milieu-eisen aan hun producten. Daar bovenop komt het permanent maken van de afschaffing van de dividendbelasting – ook goed voor aandelen.

Grote winnaars van de eerste termijn van Bush waren de private zorginstellingen, vanzelfsprekend de defensie-industrie en de oliesector, die zich minder hoefde te bekommeren om milieuvoorschriften en op omstreden plekken mag boren. Een speciaal voor vandaag samengestelde en gewogen Bush-index van defensie, private zorg en oliebedrijven laat (zie de grafiek) dan ook een spectaculaire stijging zien. Waar beleggers sinds Bush' aantreden begin 2001 gemiddeld geen droog brood konden verdienen op Wall Street, laat de Bush-index een rendement van ruim 120 procent zien in nog geen vier jaar. Dividenden zijn niet eens meegerekend. Fraai is te zien hoe de Bush-index vlak voor de verkiezingen van deze week even schrok, en daarna flink opveerde toen Bush' herverkiezing zeker was.

Het is daarom des te wonderlijker dat de algemene stemming op de beurzen niet uitbundiger was deze week. Het wordt wat begrijpelijker als de bredere context waarin de aandelenkoersen zich de komende tijd begeven erbij wordt gehaald. Daarbij gaat het niet om de vuistregels, zoals het adagium dat aandelenkoersen altijd dalen in het eerste jaar van de termijn van een nieuwe of herkozen president. Dat kan zo geweest zijn, maar het zegt weinig over de toekomst. Regels zijn er om gebroken te worden. De vaste klanten van Harry's bar, ooit Ernest Hemingways vaste stek in Parijs, voorspelden sinds 1924 alle uitslagen van de presidentsverkiezingen juist, met uitzondering van Gerald Ford in 1976. Maar ditmaal zaten zij er naast.

Bush' beleid lijkt goed voor aandelen, maar er staat het nodige tegenover. Allereerst is er natuurlijk de sterk gestegen olieprijs, die hoe dan ook effect heeft op de aandelenkoersen. Wat door bedrijven en consumenten extra aan olieproducten moet worden uitgegeven, kan niet meer aan iets anders worden besteed. Hogere olieprijzen zijn in de praktijk op te vatten als een belastingverhoging, en drukken de overige consumptie, en daarmee de economische groei. Het precieze verband tussen de buitenlandse politiek van het Witte Huis en de sterk gestegen olieprijs is moeilijk te kwantificeren, want er spelen tal van andere factoren mee. Maar het valt moeilijk te ontkennen dat het verband er is.

Op de tweede plaats komt het begrotingsbeleid, dat nu in de VS op zelfde voet doorgaat. De markten vertrouwen Bush' strategie niet helemaal dat de VS vanzelf uit de begrotingsproblemen (het tekort is nu meer dan 4 procent) groeien. Op de obligatiemarkt, altijd gevoelig voor een verwacht extra aanbod van Amerikaans schuldpapier, waren de reacties op de herverkiezing dan ook licht negatief. Dat geldt al helemaal voor de Amerikaanse dollar, die meteen verzwakte.

Als laatste is er de economische groei in de VS, waarover gisteren de zoveelste tegenstrijdigheid het licht zag. Hoewel de meeste indicatoren wijzen op een afnemende groei, bleek het aantal banen in oktober te zijn toegenomen met een verbluffende 337.000 en werd de banengroei over september en augustus flink opwaarts bijgesteld. Beleggen onder Bush kan achteraf simpel zijn geweest, maar in de four more years die nu zijn aangebroken wordt het er niet eenvoudiger op.