Appingedam tart de Europese Commissie

Appingedam wil met geleend geld voor zijn inwoners een hypermodern breedband glasvezelnet ontwikkelen. Maar vindt Brussel dat wel goed? Het lijkt op verstoring van de vrije markt.

Omdat de capaciteit van de huidige kabel- en telefoonnetten eindig is, moet er een nieuw netwerk komen: een supersnel breedband glasvezelnet. Een commissie onder voorzitterschap van de Haagse burgemeester Deetman (de zogeheten impulscommissie), adviseerde de regering vorige maand een garantiefonds in het leven te roepen. Met 260 miljoen euro eigen inleg hoopt de overheid 1 miljard euro aan private investeringen uit de markt te halen voor het nieuwe net.

Breedband past in de ambitieuze Europese innovatiestrategie die op de top van Lissabon in 2000 is gelanceerd. Maar wat zal de Europese Commissie in Brussel, die waakt tegen verboden staatssteun, zeggen van zo'n Nederlandse impuls?

Tegen deze vraag liep de gemeente Appingedam op, die een modern `Damsternet' wil bouwen voor 6.000 huishoudens en 300 bedrijven, genoemd naar het kanaal Damsterdiep. De gemeente financiert het project met geleend geld en het net als onderpand.

Kabelbedrijf Essent, dat naast het contract greep, protesteerde. De rechtbank in Groningen zei in september dat het project zonder toestemming van de Europese Commissie niet door kan gaan. Die toestemming had Appingedam niet gevraagd.

Deze maand onderneemt de Groningse gemeente alsnog de tocht naar Brussel. Vol vertrouwen op een groen licht, aldus wethouder G. Snakenborg van Appingedam.

De Amsterdamse hoogleraar informatierecht en advocaat E.J. Dommering is daar minder zeker van, bleek deze week op een studiedag over breedband. Gemeentelijke regie van of samenwerking met private ondernemingen kan de vrije markt verstoren, en daartegen moet de Commissie nu juist waken.

Dommering wijst op het Altmark-arrest van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg van 24 juli 2003. Dit betrof stads- en streekvervoer per bus in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Een concurrent klaagde dat de vergunninghouder slechts kon overleven met behulp van overheidssubsidie. Het Hof oordeelde dat dit geen bezwaar is, mits wordt voldaan aan vier voorwaarden:

1. Er moet sprake zijn van een algemeen economisch belang en de taak moet duidelijk zijn omschreven in een formeel overheidsbesluit.

2. De overheidsbijdrage vormt een ,,objectief bepaalde compensatie'' voor het uitvoeren van deze taak.

3. De compensatie mag niet hoger zijn dan nodig.

4. Als het gesubsidieerde werk niet openbaar wordt aanbesteed (zoals de EU in beginsel voorschrijft), moet de overheid aantonen dat het bedrijf een marktconforme kostprijsberekening hanteert.

Deze criteria vormen een ,,zware hobbel'' voor overheidssteun, concludeerde de Utrechtse hoogleraar Europees recht B. Hessel in het bestuursrechtelijk tijdschrift De Gemeentestem. Daar staat tegenover dat overheden bijdragen, die voldoen aan de Altmarkt-criteria, niet hoeven te melden. De precieze grens van deze criteria is echter niet duidelijk en de Commissie kan altijd nog achteraf toetsen. Daardoor leidt het Altmark-arrest – hoewel ,,baanbrekend'' – volgens Hessel tot ,,grote onzekerheid voor de decentrale overheden''.

Dit heeft de gemeente Amsterdam, die ook al bezig is met glasvezel, inmiddels gemerkt. Zij dacht het handig aan te pakken door een brief aan de Europese Commissie te sturen met het verzoek te bevestigen dat haar plan niet gemeld hoefde te worden. Maar de Commissie heeft wel degelijk ,,twijfels'', liet zij in juli weten en vroeg Nederland om nadere uitleg over de glasvezelimpuls.

Dommering wijst er op dat een geschiedenis zich dreigt te herhalen. De bestaande kabelnetten werden indertijd aangelegd als nutsvoorziening voor omroepdoorgifte in eigendom van de gemeenten. Deze hebben zich eerst met hand en tand verzet tegen concurrentie. Vervolgens verkochten zij hun netten voor mooie prijzen aan private ondernemers, met in het kielzog monopolievorming bij de exploitanten en nog steeds niet opgeloste conflicten over de bescherming van de kabelconsument. Appingedam wil het net na vijfentwintig jaar overigens overdragen aan een gebruikerscoöperatie.

De Altmark-criteria kunnen niet als een verrassing komen voor de gemeentelijke breedbandinitiatieven. Voetbalclubs en de plaatselijke publieke omroep, maar ook jachthavens, hebben al eerder kennis gemaakt met de EU toen zij aanklopten voor lokale steun.