Waarom wij zo goed zijn

Nederlandse architectuur en `design' kunnen al tien jaar lang rekenen op veel buitenlandse bewondering. False Flat. Why Dutch Design Is so Good, een Engelstalig boek van de Britse uitgeverij Phaidon, is er het nieuwste bewijs van: het is één grote ode aan de Nederlandse architectuur en vormgeving. Het boek bestaat uit tientallen presentaties van het werk van bureaus voor grafische vormgeving (Thonik Studio, Mevis en Van Deursen en vele anderen), ontwerpers van meubels en ander huisraad (Richard Hutten, Vincent de Rijk en vele anderen) en architecten (Rem Koolhaas, MVRDV en vele anderen). Naast de wervende tekstjes van Adam Eeuwens, een Nederlandse criticus die in Los Angeles werkt, bestaan ze uit vele illustraties. Irma Boom, die zelf in False Flat voorkomt, heeft het boek, zoals het hoort in de huidige Nederlandse grafische vormgeving, een meer dan volle bladspiegel gegeven plus een storend geintje: Betsky's tekst is gezet in een letter in drie verschillende groottes die bijna om de pagina wisselen.

Aaron Betsky, de Amerikaanse directeur van het Nederlands Architectuurinstituut, heeft het grote essay geschreven dat antwoord geeft op de vraag `waarom Nederlands design zo goed is'. Hij zoekt de verklaring in het poldermodel, een ander Nederlands verschijnsel dat, tot voor kort althans, op buitenlandse bewondering kon rekenen. Op een bijna marxistische manier laat hij zien hoe de bovenbouw – de succesrijke architectuur en vormgeving – wordt verklaard uit de basis – het poldermodel, de typisch Nederlandse overlegeconomie die voortkomt uit de strijd tegen het water.

Meer dan elders worden architecten en vormgevers in Nederland in staat gesteld om experimentele en vernieuwende ontwerpen te maken, stelt Betsky vast. Door de ruimhartige subsidies en beurzen die het poldermodel hun biedt en door kunstzinnige opdrachtgevers als musea, instituten en theaters die veel geld besteden aan drukwerk en boeken, hoeven Nederlandse vormgevers en architecten niet puur commercieel te werken en kunnen ze zich onttrekken aan de kapitalistische dwang om te maken wat het grote publiek wil, zo luidt Betsky's redenering.

Betsky is niet de eerste die een verband legt tussen de polder en Nederlandse kunst, architectuur en vormgeving. Vaak is de polder gebruikt om bijvoorbeeld Nederlandse kunstuitingen als De Stijl en Mondriaan of de hardnekkige traditie van het modernisme in de Nederlandse architectuur te verklaren. Opmerkelijk is wel dat False Flat verschijnt op het moment dat het Nederlandse poldermodel bijna op de mestvaalt van de geschiedenis is beland. Juist nu het poldermodel de schuld krijgt van de slechte economische prestaties van Nederland en ook verantwoordelijk wordt gehouden voor de middelmatige Nederlandse beeldende kunst, verschijnt Betsky's lofzang op de polderarchitectuur en -vormgeving. Het lijkt er veel op dat dit niet komt doordat Betsky zo dwars is, maar doordat hij het grootste deel van zijn tekst al een jaar of vijf geleden heeft geschreven, toen het poldermodel in binnen- en buitenland nog veel aanzien genoot. Weliswaar schrijft hij in een paar zinnen dat Nederland nu een vertraging beleeft in de economische groei en dat globalisering noodzaakt tot een aanpassing van het poldermodel, maar deze argumenten lijken inderhaast toegevoegd aan een oude tekst.

Vinex-besluit

Een belangrijke aanwijzing voor de ouderdom van de tekst is dat Betsky beweert dat het ministerie van VROM vijf jaar geleden besloot om in het kader van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex) anderhalf miljoen huizen te bouwen, terwijl het Vinex-besluit al dertien jaar oud is. Een andere aanwijzing is dat de veranderingen die zich in de jaren negentig in het poldermodel hebben voorgedaan, aan Betsky blijkbaar voorbij zijn gegaan. Zo brengt hij Hageneiland, een door hem bewonderd woonwijkje van architectenbureau MVRDV in de Vinex-wijk Ypenburg, in verband met de Nederlandse sociaal-democratie. Maar Hageneiland heeft niets te maken met sociaal-democratie en de wereldberoemde Nederlandse sociale woningbouw. Het wijkje, dat bestaat uit koopwoningen die zo'n 240.000 euro moesten kosten in 2001 en huurwoningen van zo'n 850 euro, is ontwikkeld door Amvest, een projectontwikkelaar voor wie winst op de eerste plaats komt. Hageneiland is het gevolg van de verzelfstandiging van de woningcorporaties en de liberalisering van de woningbouw in de jaren negentig, maar daarover staat in False Flat geen woord.

Er staat wel meer aanvechtbaars in Betsky's ode aan Nederland. Zo is de titel, `Vals Plat', ontleend aan de fietstocht die Betsky wel eens maakt vanuit zijn huis in de Alexanderpolder naar het Nederlands Architectuurinstituut in het centrum van Rotterdam. De heenweg is zwaarder dan de terugweg, zo merkt Betsky op. Hij wijt dit niet alleen aan de wind die meestal uit het westen waait, maar vooral aan de diepte van de Alexanderpolder die een paar meter lager ligt dan het centrum van Rotterdam. Nu is het al onwaarschijnlijk dat op een afstand van een kilometer of tien een verschil van zes meter tot een merkbare maar onzichtbare helling (vals plat) leidt, maar aangezien de hoogteverschillen tussen Nederlandse polders gewoonlijk worden overbrugd door korte stijging tegen dijken moet Betsky's ervaring van vals plat wel op suggestie zijn gestoeld.

Ramen

Betsky's tekst is soms ronduit raadselachtig. Zo schrijft hij over de huizen van de architecten MVRDV op Hageneiland: `Toen namen de architecten een eenvoudig besluit: ze lieten alle ramen weg.' Vervolgens beweert hij in de volgende zin dat de huizen zo `helemaal interieurwerelden werden met uitzicht op de eindeloze veranderende Nederlandse luchten.' Op een foto in False Flat is te zien dat de huizen van MVRDV wél gewoon ramen hebben.

Over de door Rem Koolhaas ontworpen Kunsthal schrijft hij dat hij zijn moeder die klaagde over de steile en voor oudere bezoekers moeilijk begaanbare hellingbanen in dit gebouw, uitlegde dat de architect dit met opzet had gedaan. Het was Koolhaas' bedoeling dat bezoekers zich zouden ergeren. `Het was een manier om de ergernis over de wereld te vergroten. Eenmaal geërgerd, sta je ook open voor de sensualiteit van de wereld.' Hopelijk nemen architecten deze bewering van Betsky niet al te serieus.

Vaak maakt Betsky fouten. Anders dan hij suggereert, is bijvoorbeeld niet Kropholler de architect van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, maar Van der Steur. En anders dan hij schrijft heeft de Oranje Vrijstaat niets te maken met zeventiende-eeuws Nederland, maar met negentiende-eeuws Zuid-Afrika en het `alternatieve' Nederland van 1970. K.P.C. de Bazel ontwierp niet de `Dutch Bank' in Amsterdam, maar het gebouw van de Nederlandsche Handelsmaatschappij. Verder zal over enkele decennia de meerderheid van de Nederlandse bevolking niet bestaan uit allochtonen, maar zal dit naar verwachting alleen het geval zijn in de grote steden. Ook het jaar van oplevering van het gebouw waarin hij zelf werkt, het Nederlands Architectuurinstituut van Jo Coenen, dateert Betsky verkeerd: geen 1988, maar 1993.

Aaron Betsky en Adam Eeuwens: False Flat. Why Dutch Design Is So Good. Phaidon, 400 blz. €69,95