Verdeeld Ivoorkust is weer terug bij af

De regering van Ivoorkust zoekt de strijd met de rebellen. Bijna twee jaar nadat de partijen een vredesakkoord sloten, is het land nog niets opgeschoten.

De lokale kranten sloegen zo vaak alarm dat niemand er nog in geloofde. De bevolking niet, en politici evenmin. Ook de meeste diplomaten hielden hervatting van de gevechten in Ivoorkust voor onmogelijk. Al hadden de rebellen vorige week de noodtoestand uitgeroepen in het gebied dat zij beheersen, naar zij zeiden omdat zij vreesden voor een offensief. De luchtaanval die het leger gisterochtend uitvoerde op de rebellenstad Bouaké, kwam als een volslagen verrassing. Hoewel. De avond tevoren ging het gerucht dat een offensief op handen was. Maar dat was juist het probleem: het was het zoveelste gerucht.

Ivoorkust lijkt weer terug bij af. Twee jaar geleden pleegden soldaten in ballingschap een poging tot staatsgreep. Binnen een week hadden zij het noorden van het land bezet en in de centraal gelegen stad Bouaké hun hoofdkwartier opgeslagen.

Maar het voormalige moederland Frankrijk, dat een belangrijke legerbasis in Ivoorkust heeft, kwam tussenbeide. De rebellen moesten hun opmars naar het zuiden staken. Binnen enkele maanden was de opdeling van het land een feit. Het Franse leger bewaakte het staakt-het-vuren en hield beide partijen uit elkaar.

Zo was er geen oorlog meer, maar ook geen echte vrede. In januari 2003 sloot president Laurent Gbagbo onder Franse druk en met grote tegenzin een vredesakkoord dat in zijn ogen teveel politieke erkenning aan de rebellenbeweging gaf. Die tegenzin heeft zich het afgelopen anderhalf jaar vertaald in een sluwe sabotage van de basispunten van de overeenkomst. De aanstelling van een regering van nationale verzoening bleek voor Gbagbo een te pijnlijke inperking van zijn macht.

Ondanks nobele beloften en verzoenende speeches heeft hij nooit serieus willen onderhandelen met rebellenleider Guillaume Soro, die met zijn 34 jaar ineens minister van Communicatie werd, een belangrijke functie in Ivoorkust. De regering heeft maar een handvol wetsartikelen kunnen aannemen. Steeds lag de president dwars, of zijn partij, het Ivoriaanse Volksfront.

In juli vorig jaar kondigden het Ivoriaanse leger en de militaire tak van de rebellenbeweging gezamenlijk aan dat de oorlog definitief verleden tijd was. In vechten hadden zij geen zin meer. Het woord was nu aan de politiek. De rebellen beloofden te ontwapenen zodra een aantal politieke hervormingen was doorgevoerd. Hun belangrijkste eis: presidentsverkiezingen in 2005 waaraan de controversiële oppositiekandidaat Alassane Ouattara zou kunnen meedoen.

Ouattara werd in 2000 uitgesloten op grond van zijn nationaliteit. Hij zou afkomstig zijn uit het noordelijke buurland Burkina Faso. De rebellen eisen de invoering van een wetsartikel dat Ouattara in staat stelt mee te doen aan de verkiezingen. Gbagbo vindt dat dit wetsartikel eerst in een referendum moet worden voorgelegd aan de bevolking. Maar hoe kun je een referendum organiseren in een verdeeld land? Eerst ontwapenen dus, zegt Gbagbo, zodat het land herenigd kan worden. Geen sprake van, zeggen de rebellen, die een diep wantrouwen koesteren tegen de president. Maar een president die dwarsligt, kun je niet dwingen.

De Verenigde Naties stuurden in mei een troepenmacht van ruim 6.240 man die het Franse leger moest bijstaan in het bewaken van de vrede. Beide vredesmachten hebben indrukwekkende wegversperringen opgeworpen in de bufferzone die het zuiden van het noorden scheidt. Ook heeft de VN voorbereidingen getroffen voor de ontwapening van de rebellen, die alleen op vrijwillige basis kan plaatsvinden. Maar de top van het Ivoriaanse leger heeft besloten de vredesmachten te negeren en gewoon over de bufferzone te vliegen, in plaats van de confrontatie op de grond aan te gaan.

Grote vraag is hoe de internationale vredesmachten gaan reageren. Rebellenleider Guillaume Soro heeft hen onmiddellijk veroordeeld omdat ze na de luchtaanvallen niet onmiddellijk in actie zijn gekomen. Parijs heeft de aanvallen scherp veroordeeld maar weigert ieder commentaar op de vraag of het ook gemachtigd is vliegtuigen van het bevriende Ivoriaanse leger neer te schieten. Vertegenwoordigers van de VN in Abidjan staan voorlopig niemand te woord.