Twee generaties Palestijnen staan klaar om Arafat op te volgen: Mahmoud Abbas (69)

Mahmoud Abbas, beter bekend als Abu Mazen, was nauw betrokken bij de geheime onderhandelingen met Israël die leidden tot het historische vredesakkoord van Oslo in 1993. Tien jaar later, in mei vorig jaar, kreeg hij een nieuwe kans om het vastgelopen vredesproces vlot te trekken. Hij werd benoemd tot premier namens de Palestijnse Autoriteit. Maar al na nauwelijks vier maanden gooide hij de handdoek in de ring.

De aanhoudende aanvallen van Palestijnse militanten (Hamas) op Israël frusteerden de uitvoering van de `routekaart naar vrede' die had moeten leiden naar een onafhankelijke Palestijnse staat. Abbas was niet bij machte het Palestijnse geweld in te dammen. Want evenzeer maakte een bittere machtsstrijd achter de schermen met Arafat, die weigerde de zeggenschap over de Palestijnse veiligheidsdiensten aan hem over te dragen, een (voorlopig) eind aan zijn ambities.

Mahmoud Abbas, in 1935 geboren in de huidige Noord-Israëlische stad Sfad, geldt als een pragmaticus, die bij voorkeur achter de schermen opereert en daar een groot netwerk van contacten in het Midden-Oosten aan heeft overgehouden. Hij studeerde rechten in Egypte en in Moskou.

Hij is een van de weinige overlevenden van de generatie die met Arafat in de jaren zestig de PLO oprichtte, en hij begeleidde hem in ballingschap in Jordanië, Libanon en Tunesië. Door zijn inbreng in vredesgesprekken met Israël geniet hij een zeker mate van vertrouwen in Washington en Jeruzalem. Maar ondanks zijn lange staat van dienst mist hij volgens waarnemers door zijn intellectuele instelling het charisma van een Palestijnse leider die het geweer of de granaat in de hand heeft gehouden.