Toch weer geen eigenzinnige Citroën

Het meest gebezigde cliché betreffende automobielen luidt: ze lijken zo op elkaar! Er zijn maar weinig ontwerpers die iets origineels kunnen toevoegen aan de wetmatigheden die nu eenmaal aan een auto kleven: het ding had en heeft grofweg vier wielen, een motor en een aantal zitplaatsen. Het is geen kunst om exorbitante sportwagens te tekenen, maar wees maar eens origineel wanneer het een auto voor Jan en alleman betreft.

Een merk dat qua eigenzinnigheid een naam had hoog te houden, is het Franse Citroën. Tot en met de CX en BX, de beste Citroën ooit, viel er voor designfreaks en techniekjunks veel te genieten, maar na het noodgedwongen samengaan met Peugeot, dat andere Franse merk, werden de ontwerpideeën wat magertjes.

Tijdens een wandeling door een willekeurige showroom van Citroën staren u voertuigen in diverse, hoogglans gepoetste vormen aan: de pittige C2 voor de jongste doelgroep, de opbollende C3, dé auto voor fitte VUT'ers en francofiele onderwijzers en daarbij ook nog eens verkrijgbaar met of zonder dak. De C5 oogt weer heel decent, op het saaie af en de Xsara Picasso, Citroën's MPV, voor wiens naam als typeaanduiding de fabriek een smak geld heeft moeten overhandigen aan de nazaten van de grote kunstenaar, is van een agressie wekkende nuffigheid. Aan het busje met de aanduiding C8 is werkelijk kraak noch smaak te ontdekken. Of zoals de bijbehorende Citroën-verkoper het zo treffend wist uit te drukken: we maken geen auto's meer voor zonderlingen en kunstenaars.

De lucratieve markt van middenklassemodellen is overvol en wordt bestookt door fabrikanten van verschillende nationaliteiten. Zusterbedrijf Peugeot is er buitengewoon succesvol met de 307, Citroën komt met haar ondertussen wel erg bedaagde Xsara niet meer in de top-40 van vaderlandse autoverkopen voor. Daar moet binnenkort verandering in komen want over enkele weken wordt er in de showrooms een plaatsje vrijgemaakt voor een langverwachte nieuwkomer: de C4.

Het vierdeurs sedanmodel heeft een fraai en niet al te uitdagend koetswerk dat enigszins aan een banaan doet denken, de coupéversie heeft twee onhandig grote deuren en een rechtstandig afgehakte achterkant, wat als sportief dient te worden opgevat. Beide varianten maken gebruik van bodemplaat, ophanging, motoren en onderdelen die afkomstig zijn uit de welgevulde voorraadschuren van het moederconcern PSA en ook gebruikt worden voor modellen van Peugeot. Opvallend is de uiterlijke gelijkenis van de vierdeurs met die van de nieuwe Ford Focus die over enkele maanden op de markt zal verschijnen. Het enige opvallende aan het koetswerk is het enorme logo dat zich uitdagend uitstrekt tussen de koplampen, die zich achterwaarts, richting de voorruit, lijken te verwijderen.

Het beloofde eigenwijze is niet aan de buitenzijde te ontdekken, dus maar een kijkje in het interieur genomen. Waarbij ogenblikkelijk het dashboard opvalt: het is een hedendaagse interpretatie van het briljante dashboard uit de CX van alweer zo'n dertig jaar geleden. Het instrumentencluster is verplaatst naar boven op het dashboard, toerenteller en diodes voor richting en licht zijn achter het stuurwiel gebleven. In het doorzichtige melkglas wordt met vier centimeter hoge cijfers de rijsnelheid geprojecteerd, de leesbaarheid is zowel overdag als 's nacht voortreffelijk. Bijzonder is ook het stuur, het middenstuk waarin de airbag zijn huisje heeft – en waaruit hij hopelijk nooit zal ontsnappen – staat stil wanneer u aan het stuurwiel draait. Aan het huisje zijn verschillende functies middels knoppen en druktoetsen gemonteerd waarmee u de snelheidsbegrenzer, cruise controle, audio en boordcomputer kunt bedienen.

Klinkt allemaal aardig, een tikkeltje innovatief zelfs, maar de werking ervan is matig. Er had wat meer tijd moeten worden besteed om dit prima idee wat verder uit te werken. Dat geldt ook voor de afwerking van het een en ander: die is losjes tot wel heel losjes te noemen. Een geurverspreider via de airconditioning is natuurlijk een leuke gimmick, maar kan niet verdoezelen dat ook deze C4 wéér geen eigenzinnige Citroën is geworden.

Het interieur oogt fris en fleurig, de stoelen zijn comfortabel en alles bevindt zich daar, waar het zich hoort te bevinden. Wegligging en stuurgedrag zijn bovengemiddeld en doen denken aan die van de Peugeot 407. Geen geniaal hydropneumatisch veer- en remsysteem ditmaal, eens hét verkoopargument van Citroën. Koppigheid loont, kijk naar een buitengewoon succesvol merk als BMW dat al zijn auto's blijft voorzien van de aloude en beproefde achterwielaandrijving. Helaas, bijna alle auto's lijken tegenwoordig op elkaar, in clichés schuilen nu eenmaal de grootste waarheden.