Rigoletto: tenor niet op dreef

Toen Luciano Pavarotti in 1963 voor het eerst bij de Nederlandse Opera zong in de Amsterdamse Stadsschouwburg, was dat optreden geen groot succes. Toch werd Pavarotti later wereldberoemd als de `King of High C's'.

De Maltese tenor Joseph Calleja, voor wie Pavarotti hèt voorbeeld is en van wie wordt gehoopt dat hij een nieuwe Pavarotti wordt, maakte gisteravond zijn debuut bij de Nederlandse opera in Verdi's Rigoletto. Maar Calleja kon bij de première in zijn favoriete rol van Hertog van Mantua geen furore maken. Hij leek niet geheel bij stem of was vermoeid, hij klonk wat `kelig' en vibreerde nogal. Zijn hoge noten, zoals in het bravourenummer La donna è mobile, straalden niet en hadden geen imponerende lengte.

De losse nummers van Calleja oogstten slechts minieme applausjes. Aan het slot kreeg hij niet meer dan bescheiden publieke bijval. De superieure achteloosheid waarmee Calleja zijn Don Juan-rol begon in Questa o quella was achteraf nog wel het beste van de tenor. Zijn postuur benadert al flink dat van Pavarotti, hopelijk gaat Calleja's zingen de rest van de maand alsnog in die richting.

De reprise van Rigoletto in de enscènering van Monique Wagemakers is als geheel wel een forse verbetering ten opzichte van de eerste reeks in 1996, nu is de techniek geperfectioneerd. Deze Rigoletto blijft een moeilijke, maar fascinerende krachttoer. De eerste fel-realistische opera uit de geschiedenis wordt hier verbeeld in een volkomen abstract decor met een effectvolle en esthetische geometrie. Al zien we een brandende hel, verder ontbreekt elk naturalisme. Rigoletto is zelfs zijn bochel kwijt.

De voorstelling is een gevisualiseerde dramaturgische analyse. De nar Rigoletto, beheerst door wrok, staat overal buiten. Het mooist wordt dat gesymboliseerd als hij op een lijn van licht in de donkere ruimte zweeft. Aan het hof van de hertog is Rigoletto een marginale figuur, bij hem thuis woont nog slechts een paar maanden zijn dochter Gilda, wier verleden duister blijft. Als de hertog haar heeft verleid, heeft Rigoletto nog meer reden om de al ingehuurde moordenaar zijn werk te laten doen. Maar Gilda offert zich op en neemt zijn plaats in. Rigoletto krijgt zijn dochter in een lijkzak mee.

De personages zijn hier vooral pionnen in het schaakspel tussen vervloeking en noodlot. Overvloedig pathos wordt in toom gehouden, ook door de Milanees Daniele Callegari, die het goed spelende Nederlands Philharmonisch Orkest dirigeert. Het grote leed wordt eerder terughoudend aangeduid dan maximaal met veel gesnik en gesnotter uitgemeten.

De titelrol is goed bezet met Anthony Michaels-Moore, ondanks zijn vocaal `jonge' en weinig vaderlijke uitstraling die ook daarmee past in het concept van abstrahering. Het hoogtepunt daarvan is Gilda's etherische aria Caro nome, die Cinzia Forte met vloeiende lyriek en gestoken coloraturen zingt op een witte trap naar de hemel.

Voorstelling: Rigoletto van G. Verdi. Gezien: 4/11 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 30/11.