Mohammed B. lijkt op de daders van `Madrid'

Voldoet de moord op Theo van Gogh aan bekende terroristische patronen? Ja en nee. De moordenaar voldoet aan een bekend profiel, maar zijn daad niet.

Mohammed B., de verdachte van de moord op filmer Theo van Gogh, voldoet in veel opzichten aan het profiel van de radicale moslimterrorist zoals deze in de afgelopen jaren in Europa is opgedoken. De groep van acht verdachten van ,,strafbare feiten, mogelijk van terroristische aard'' die inmiddels is gearresteerd wijst er op dat de politie de mogelijkheid openhoudt dat de moord is voortgekomen uit een groep met terroristische plannen. Niettemin past de moord op Van Gogh niet in het patroon van de extreme moslimterreur zoals deze de laatste jaren is uitgevoerd.

Verdachte Mohammed B. liet niet alleen een pamflet op het lichaam van zijn slachtoffer achter dat oproept tot de jihad tegen ongelovigen, hij droeg ook een testament bij zich. Dat laatste is in zwang geraakt in de jaren tachtig. Zelfmoord mag dan door een meerderheid van de moslims resoluut worden afgewezen als in strijd met de islam, de radicale salafistische stromingen die achter de terreur van de laatste jaren zitten, hanteren het middel met enthousiasme. Het testament van Mohammed Atta, een van de zelfmoordterroristen die zich tegen het WTC in New York te pletter vlogen, bleef bewaard door een fout in de bagage-afhandeling. Het aantreffen van dergelijke ,,testamenten'', waarin God en de familie om vergiffenis wordt gevraagd, geldt sindsdien als een goede indicatie voor nauwe betrokkenheid bij terreur. De bewoordingen waarin Mohammed B. zijn `testament' heeft gesteld, zijn echter geheel nieuw.

Ook de spaarzaam bekendgeworden details uit het leven van Mohammed B. lijken in veel opzichten op die van de verdachten die betrokken waren bij de aanslagen in Madrid in maart van dit jaar, waarbij 192 doden vielen: een verleden van kleine vergrijpen, contacten met radicale vrienden, recentelijk een teruggetrokken bestaan leiden. De radicale indoctrinatie blijkt het best aan te slaan bij moslims in een gemarginaliseerde situatie en met gefrustreerde ambities.

Van op personen gerichte acties door de terreurgroepen was tot dusver echter geen sprake. De aanslagen waren altijd gericht op het veroorzaken van zo veel mogelijk doden en gewonden.

De doelwitten kunnen daarbij symbolisch zijn, zoals bij de aanslagen van de elfde september of vorig jaar in Casablanca. Maar de aanslagen op de treinen in Madrid bewijzen dat het veroorzaken van een maximaal aantal slachtoffers voorop staat. Als er sprake is van een georganiseerde moord op Van Gogh en niet van een individuele actie, dan zou er een nieuwe weg zijn ingeslagen door het extreme moslimterrorisme. Het noemen van mogelijke andere doelwitten zou hier eveneens op wijzen.

De gegevens die bekendgeworden zijn na de aanslagen in Casablanca en Madrid bevestigen dat de organisatie van radicaal islamitische terreurgroepen zeer onsamenhangend is. Lokale groepen haken als het ware in zodra is bekendgemaakt wie de nieuwe vijand is. Ze zoeken hooguit contact voor financiering en andere logistieke steun. In Europa is er daarbij sprake van een nieuwe generatie van terroristen, zonder ervaring in oorlogen als in Afghanistan of Bosnië.

Dat het niet ondenkbaar is dat in Nederland dergelijke terreurcellen bestaan, bleek al eerder. De Spaanse politie maakte herhaaldelijk melding van contacten in Nederland en België van voortvluchtige verdachten van de aanslagen in Madrid. In een van de afgeluisterde telefoongesprekken van een van de hoofdverdachten, de in Italië gearresteerde Ahmed R.O. (alias Mohammed de Egyptenaar), wordt Nederland met name genoemd. `Je moet weten dat er een groep klaarstond in Nederland. Later, om verschillende redenen, is die knoop uiteengevallen en op dit moment staat er nog maar één klaar, hij is zenuwachtig, komt net uit de gevangenis, maar alles op zijn tijd', aldus Ahmed R.O.

Belangrijk bij het opbouwen van radicale cellen is de rol van de geradicaliseerde moslimgroepen die dienen als een plek om handlangers te ronselen en ideologisch klaar te stomen voor hun martelaarschap. Zowel in Spanje als in Marokko speelt daarbij vooral de wahabitische islam een belangrijke rol. Deze zeer orthodoxe stroming binnen de islam wordt vooral verkondigd in moskeeën die gefinancierd zijn door Saoedi-Arabië. De salafistische groeperingen waaruit een groot deel van de terreurgroepen bestaan, is een nog radicalere afsplitsing van het wahabisme die door Al-Qaeda wordt gebruikt als samenbindende religieuze factor.

In de moslimgemeenschap in Spanje is bij herhaling opgeroepen om de imams van het wahabisme uit de moskeeën te weren. Dit ook, omdat de traditionele geloofsrichting van de Marokkanen de malakitische school betreft, een richting die weinig met het wahabisme te maken heeft. De laatste stroming zou vooral aanslaan bij het radicale deel onder de jongere moslims in Europa vanwege hun sterke behoefte zich met de islam te identificeren. Een dergelijke identificatie ging tot dusver vooral gepaard met het verwerpen van de westerse normen en waarden als zodanig, niet met het aanvallen van uitgesproken critici van de islam.