Kok keert ten halve

Het woord `uitdaging' is een hedendaags eufemisme voor een vrijwel onmogelijke klus. `Facing the challenge' is dan ook onbedoeld een even ongeïnspireerde als treffende naam voor het voortgangsrapport dat oud-premier Wim Kok woensdag uitbracht over het zogenoemde `Lissabonproces' van de Europese Unie. In 2000 spraken de Europese leiders in de Portugese hoofdstad af dat de Unie in 2010 de meest dynamische economie ter wereld moest zijn. Dat was een ambitieuze doelstelling. De conclusie van het rapport-Kok is nu dat, bijna halverwege de rit, Europa vrijwel niets is opgeschoten.

In het verleden heeft de Europese Unie ook al eens een ver doel geformuleerd waar naartoe gewerkt kon worden: de voltooiing van de interne markt. Destijds was het streefjaar 1992, en de strategie bleek succesvol. Niet alleen omdat de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, de Fransman Jacques Delors, zich met zijn volle gewicht achter het project zette. Ook omdat het doel zelf, de interne markt, concreet was en tastbare maatregelen vergde. Bovendien was `1992' per definitie een gezamenlijk project van de lidstaten. Hetzelfde gold voor de totstandkoming van de monetaire unie en de invoering van de euro. Daarbij werd 1999 de streefdatum waar concreet naar toegewerkt kon worden, met een tastbaar resultaat.

Dat is bij `Lissabon' anders. Hoewel er wel degelijk een gezamenlijk belang is voor de EU-lidstaten om een dynamische economische omgeving te creëren, zijn de maatregelen die genomen moeten worden in wezen nationaal. Het uiteindelijke doel is, anders dan bij vorige grote Europese projecten, niet zozeer technisch en tastbaar, maar in de grond maatschappelijk. Om een voorbeeld te noemen: de productiviteit in Nederland is per gewerkt uur vergelijkbaar met die in het grote voorbeeld, de Verenigde Staten. Het welvaartsverschil tussen de twee zit voor het overgrote deel in het aantal gewerkte uren – dat in Nederland beduidend kleiner is. Om de kosten van de vergrijzing te kunnen dragen, zullen er hier meer uren gemaakt moeten worden. Maar dat is een nationale kwestie, die in Nederland dezer dagen tussen kabinet en sociale partners wordt uitgevochten. Inzet daarbij is uiteindelijk de balans tussen welvaart en werklast. Die afweging verschilt niet alleen tussen de VS en Europa, maar ook binnen Europa zelf.

Een gezamenlijke Europese strategie, zoals die in het Lissabonproces is afgesproken, veronderstelt dat er bij de EU-lidstaten een eensluidende maatschappijvisie bestaat die kan worden verwezenlijkt met grensoverschrijdende maatregelen. Die zijn er beide onvoldoende. Het stellen van een onhaalbare streefdatum heeft de teleurstelling over `Lissabon' al bij voorbaat ingebouwd.

Kok was destijds zelf een van de regeringsleiders die hun handtekening zetten onder een project dat bij nader inzien vooral een geval was van vrijblijvende wensdenkerij. Hij erkent nu in zijn rapport impliciet zijn eigen nederlaag. Het rapport is realistisch waar het de aanbeveling doet het Lissabonproces in handen te geven van de lidstaten, waarbij de Europese Commissie jaarlijks bijhoudt in hoeverre zij gevorderd zijn. Meer zit er inderdaad niet in.