Is er voldoende gewezen op beveiliging Van Gogh?

Het opiniestuk van Ayaan Hirsi Ali in NRC Handelsblad van 3 november, heeft mij bijzonder geraakt. Ik vind het moedig dat mevrouw Hirsi Ali openlijk uiting geeft aan haar schuldgevoelens, omdat zij Theo van Gogh heeft meegesleept in een riskant avontuur dat hij met de dood heeft moeten bekopen. De kritiek van mevrouw Hirsi Ali op de `Amsterdamse driehoek', die Van Gogh niet voorzag van de beveiliging die hij haars inziens behoefde, stemt bovendien tot nadenken. Ook over de rol van Hirsi Ali zelf. Zij stelt dat ze misbruik heeft gemaakt van Van Goghs onterechte gebrek aan angst. Daarmee geeft ze aan beter dan hij beseft te hebben welk gevaar hij liep. En waarschijnlijk zelfs beter dan de Amsterdamse driehoek, die anders dan vermoedelijk Hirsi Ali zelf niet op de hoogte was van de feitelijke bedreigingen en de ernst daarvan. Wat heeft de toch slagvaardige politica zelf in de afgelopen weken ondernomen om op de noodzaak van beveiliging te wijzen? Heeft ze op alle Amsterdamse deuren gebonkt? Heeft ze de publiciteit gezocht om ons allen te doordringen van het levensgevaar waarin Van Gogh verkeerde? Ik ben benieuwd naar haar reactie.