In de luwte van de taal

Dat Nadeem Aslam elf jaar werkte aan Kaart voor verdoolde geliefden, voel je aan elke zin. Neem bijvoorbeeld een van de eerste zinnen van het boek: `De sneeuwjacht heeft de lucht geschoond van wierookgeur die anders de huizen komt binnendrijven vanaf het nabijgelegen meer met de lattensteiger die doet denken aan een xylofoon.' Een lattensteiger als een xylofoon? De zin schreeuwt in zijn wonderlijkheid om aandacht. Vergelijken tot je erbij neervalt, dat is de inhoudelijke en literaire preoccupatie van deze roman.

Boekhandelaar Shamas en zijn vrouw Kaukab zijn vanuit Pakistan naar Engeland gekomen in de hoop op een beter leven voor hun drie kinderen. Dasht-e-Tanhaii, zo noemen de immigranten de Noord-Engelse industriestad, wat `het braakland der verlatenheid' of `de woestijn der eenzaamheid' betekent. Spil van het verhaal is de eremoord op Shamas' broer Jugnu en zijn jongere verwesterde vrouw Chanda door haar twee broers. Door ongetrouwd samen te gaan wonen hebben ze de schande over de gemeenschap afgeroepen. De roman is cyclisch opgezet en volgt in vier seizoenen de periode na de moord op het stel. In rijke metaforiek beschrijft Aslam de verschillende schakeringen van het weer in relatie tot het emotionele gestel van zijn personages en hun uiteenlopende visies op de moord.

Interessant is dat Aslam (1966), die met deze roman de longlist voor de Booker Prize haalde, het perspectief kiest van de eerste generatie migranten, en niet dat van de kinderen, zoals auteurs als Zadie Smith en Hari Kunzru plachten te doen. In Kaart voor verdoolde geliefden meent de gesluierde Kaukab dat Jugnu en Chanda de moord over zich af hebben geroepen, en als lezer word je aangespoord je in haar te verplaatsen. Kaukab kan niet wennen aan de verderfelijke verwestersing van haar kinderen en probeert krampachtig vast te houden aan haar strikte islamitische gewoonten. Shamas daarentegen probeert zich wel aan te passen, maar komt voor een ander dilemma te staan: zijn verwestersing betekent dat hij verliefd wordt op een andere vrouw.

Tel de keren dat de personages `Engels', `Pakistaans', `moslim', `westers', `blank', `onrein', `koran' en `puur' in de mond neemt, en het gaat je duizelen. Een welwillende lezer kan de door verschil geobsedeerde personages als een kritische boodschap van de auteur opvatten en de nadrukkelijke aanwezigheid van de metafoor als de aangewezen stijlfiguur om inhoud en vorm op elkaar aan te laten sluiten, maar er is iets merkwaardigs met Kaart van de verdoolde geliefden aan de hand. `Taal kan een zekere beschutting bieden tegen gruwel en verschrikking', zoals wanneer het woord spuitje wordt gebruikt voor `vergiftiging', schrijft Aslam halverwege zijn roman. Zo is het precies met Kaart van de verdoolde geliefden: de ernst van zoiets als eerwraak verdwijnt onder een comfortabele deken van literair ornament.

Niet alleen de personages gaan ten onder aan hun neiging tot vergelijken, ook Aslams onderneming bezwijkt onder zijn nadrukkelijke metaforische schoonschrijverij. Dat blijkt vooral wanneer de personages te sterk spreekbuis worden van de literaire verlangens van de auteur en in al te kunstmatige metaforen met elkaar gaan praten: `Waarom verft u het niet behoorlijk? Het is net een lichte vlek in de vacht van een lapjeskat', aldus de verwesterde dochter tegen haar moeder Kaubab. En wanneer een buurvrouw bij Kaukab een sluier komt lenen, vertelt ze dat zij gaten in haar sluier heeft die `zo groot zijn als San Franciscokoekjes'. Hier kom je niet dichter op de huid van de personages, maar op die van de verteller, die je vanachter de schrijftafel ziet glunderen om zijn metaforische vondsten.

Dat neemt niet weg dat Kaart voor verdoolde geliefden prachtige fragmenten bevat. De sterkste passages zijn die waarin Aslam zijn neiging tot mooischrijverij weet te onderdrukken en zich op het verhaal concentreert. Zo is er de schitterende beschrijving van de prille verliefdheid tussen Shamas en Kaukab. Hoe versiert een man een vrouw die verstopt zit achter een burqa? Als hij op een dag het literaire supplement komt lenen, blijkt zij zojuist de krant gebruikt te hebben om een patroon voor een vestje uit te knippen. Zij geeft hem vol schaamte de verknipte krant mee: thuis zal hij zo de maten van haar bovenlijf kunnen leggen. Vervolgens stuurt hij haar met onzichtbae inkt geschreven liefdesberichten in de krant die ze samen delen. De inkt wordt zichtbaar wanneer ze de krant strijkt.

Mooi is ook de passage waarin Kaukab uit protest tegen de eerste blanke vrouw van Jugnu die hij meeneemt naar hun huis voor een diner, de linzensoep opdient in vier schoenen. Niet altijd schurkt de metaforiek tegen het kitscherige aan; soms is het ook verrassend, bijvoorbeeld wanneer Aslam de donkerrode glans van haar dat net met henna is geverfd vergelijkt met de glans `zoals je die op fotonegatieven ziet' of een trouwring die versmolten is met de vinger vergelijkt met `vlees dat vast blijft zitten aan de grill bij een barbecue'.

Kaart voor verdoolde geliefden is bij vlagen een gewaagd literair lefstuk dat uit zijn voegen barst van actuele aardse zaken, zoals islamitisch geweld, eerwraak en afvalligen. Maar door de fixatie op metaforische schoonschrijverij en op het verschil tussen Oost en West neigt de roman te veel naar een oefening in islamitisch exotisme.

Meer nog dan de wereld en meer nog dan grootse literatuur, voel je de aanwezigheid van de auteur, ploeterend op zijn meesterwerk in zijn werkkamer, ver verwijderd van de echte wereld, verscholen in zijn beschutte huis van mooie metaforiek.

Nadeem Aslam: Kaart voor verdoolde geliefden. Vertaald uit het Engels door Nieke Miedema en Harm Damsma. Mouria, 448 blz. €22,50

Nadeem Aslam treedt zaterdag 13 november om 23u30 op in de Nassau's Room van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.