Het socialisme komt eraan

Politici kunnen maar het beste nastreven met hun beleid zo veel mogelijk leed te verminderen, zo luidt een wijze les uit het verleden. Wanneer zij maximalisering van geluk nastreven, loert misrekening, totalitair streven en uiteindelijk onderdrukking en geweld.

Aan de Vlaamse socialistische partijleider Steve Stevaert is zulke voorzichtigheid niet besteed. Steve `Stunt', zoals hij in België wordt genoemd, heeft een theorie ontwikkeld over het Bruto Nationaal Geluk. Dat moet volgens hem naast het Bruto Nationaal Product een ijkpunt voor beleid zijn. PvdA-leider Bos verwees er onlangs instemmend naar in de Tweede Kamer.

Bos beschouwt Stevaert als een geestverwant – een onconventionele en populaire sociaal-democraat. Het kán, volgens Stevaert: socialisme dat `perfect opgewekt en optimistisch' is en toch oog heeft `voor de noden die er zijn' in de samenleving. Als partijvoorzitter heeft Stevaert de SP inmiddels omgevormd in het `kartel' SP.A/Spirit. De toevoeging is van de Vlaamse regionalisten, jarenlang door de sociaaldemocraten als vijanden beschouwd.

De bundel Socialisme is gratis presenteert Stevaert, ex-minister en ex-burgemeester van Hasselt, als politicus die een `nieuw en fris socialisme op de sporen zet'. Een denker dus, maar wel een vreemde. Zo blijkt een stuk over de Belgische identiteit een lofzang op de frietkot en bevat de bundel maar liefst twee vrolijke inleidingen op een kookboek van twee vrienden. De hoofdmoot van het boek wordt gevormd door twee lange interviews, één door Yves Desmet, politiek hoofdredacteur van De Morgen, daterend uit de verkiezingscampagne van 2002, en één door Stevaerts persoonlijke medewerker.

In beide gesprekken toont Stevaert, van oorsprong caféhouder, zich een spitsvondig bedenker van verrassende plannen en plannetjes. Hij is steeds op zoek naar socialisme op een koopje. Het bekendste voorbeeld is meteen zijn grootste wapenfeit tot nu toe. In 1997 maakte Stevaert als burgemeester van Hasselt het openbaar vervoer gratis. Dat is na zeven jaar een succes: er rijden meer bussen en minder auto's, en het blijkt goed betaalbaar voor de stad. Nu kijkt hij verder. Het leerplichtonderwijs kan gratis, maar ook bijvoorbeeld trouwen met de rode loper. Uit- en oprollen kost veel meer dan gewoon laten liggen, redeneert Stevaert, en het is nog goed tegen de klassenverschillen ook.

Met de air van een slimme middenstander presenteert Stevaert zich als een verlichte sociaal-democratische variant op de neoliberaal – net Bos dus. Stevaert helpt dat beeld nog door woordspelig leentjebuur te spelen, bijvoorbeeld met een pleidooi voor `durfsocialisme'. Zijn `gratisfilosofie' oogt als een slimme aanvulling op het liberale principe dat om alles van waarde geconcurreerd moet worden. Maar `gratis' betekent gewoon dat diensten collectief worden gefinancierd, niet door de gebruikers. Anders gezegd: belastingen – en niet de markt – zijn goed voor alles wat van publiek belang is. Zo komt het frisse socialisme van Stevaert tenslotte neer op klassiek sociaal-democratisch vertrouwen in collectieve regelingen. Door de markt te weren, wil Stevaert bovendien de beschaving redden van het neoliberalisme. Toch minstens zoveel Marijnissen als Bos dus. Het ontbreekt er nog maar aan zijn boekje, vanwege het publieke belang dat het hebben moet, gratis zou zijn. Maar het kost 14 euro 95.

Steve Stevaert: Socialisme is gratis. Houtekiet, 206 blz. €14,95