Haaien zijn heel erg lief

In het Veerse Meer zitten haaien. Dat gelooft niemand, maar is echt waar. Als je heel goed oplet, zie je soms zo'n driehoekige vin boven water komen.

Die haaien zijn daar naar binnen gespoeld. Aan het begin van de zomer laten ze namelijk door de sluizen allemaal zeewater uit de Oosterschelde het meer in lopen. En dan spoelen die haaien mee. De haaien houden zich muisstil onder al die zwemmers, surfers en zeilers.

Is dat eng? Welnee. In het Veerse Meer eten ze bijna alleen maar dode vissen. Voor voeten en armen van jongens en meisjes hebben ze helemaal geen belangstelling.

Haaien zijn eigenlijk heel lief. Je moet maar eens in het zeeaquarium van de dierentuin een hondshaai in zijn ogen kijken. Dat is een ontzettende lieverd! Je zou hem zó meenemen en aan het strand vrijlaten.

Iedereen vindt haaien extra gemeen omdat er eentje in de film Jaws mensen opeet. Maar de kans dat iemand waar dan ook ter wereld door een haai wordt opgegeten is tienduizend maal kleiner dan dat iemand onder een bus komt. Of honderdduizend keer kleiner dan dat iemand door een valse hond wordt gebeten.

Doordat bijna iedereen haaien rotbeesten vindt, maakt het niemand wat uit dat ze heel hard bezig zijn uit te sterven. Vooral in Azië worden ze bij honderdduizenden gevangen voor de haaievinnesoep. Dat gaat zo. Vissers vangen een haai. Ze snijden alleen maar zijn vinnen eraf en gooien de haai dan overboord. Daar gaat de stuurloze vis natuurlijk dood. En dat is gemeen.

Gelukkig beginnen mensen ook in de gaten te krijgen dat haaien belangrijk zijn voor de zee. Haaien eten naast dode vissen ook levende vissen. Als er geen haaien meer zijn, komen er te veel van die levende vissen. Dan raakt de zee in de war en wordt ziek.

Dat type haai dat in die film speelde, een `mensenhaai', is op een lijst met beschermde diersoorten terechtgekomen. Daar staat hij goed hoor, tussen lieve wolven, koddige wurgslangen, en aardige krokodillen.