God en de lessen van het Democratisch verlies

De Democraten likken hun wonden en ontdekken dat zij een belangrijk deel van het electoraat hebben verspeeld: zuidelijk en religieus Amerika.

John Kerry en zijn Democratische partij vragen zich af water mis is gegaan. Na twee op een haar na verspeelde presidentschappen, na verlies in de Senaat én in het Huis van Afgevaardigden vinden veel Democraten dat het tijd wordt voor kritische introspectie. Maar de kwestie is, waar moet zij beginnen?

Verkiezingsdag heeft de Democraten geleerd dat bijna alles wat er fout kon gaan voor de partij, fout is gegaan. Met een zittende president die zwaar onder vuur lag, een scherp verdeeld land, een aanhoudende onpopulaire oorlog in Irak en een economie aan scherven leek een zege voor presidentskandidaat Kerry geenszins onmogelijk. Maar het gebeurde niet. In staten waar Democraten van oudsher sterk stonden, werden ze verslagen. Praktische het hele zuiden koos voor Bush. Het binnenland keerde de Democraten massaal de rug toe. En zelfs in de grote steden, traditioneel Democratische bastions, boekten de Republikeinen winst.

Voormalig presidentskandidaat en Huis Afgevaardigde Richard Gephardt is niet over de teleurstelling heen. Maar na twee dagen piekeren is hij net als veel andere Democraten ervan overtuigd dat met het partijprogramma van Kerry weinig mis is geweest. Wat er mis was had alles te maken met presentatie en tactiek. Daar, zegt Gephardt in The New York Times, zijn de Republikeinen beter in geweest. ,,Zij hebben gebruik gemaakt van de infrastructuur van de wapenlobby en religieuze organisaties.''

De Democratische senator Christopher Dodd uit Connecticut, die als één van de weinige Democraten wél werd herkozen, is het daarmee eens. Maar hij gelooft ook dat de Democraten hebben verleerd om aansluiting te vinden ,,bij de hoop en de idealen van het volk''. ,,We zijn niet meer in staat om om te gaan met het waardensysteem van de mensen'', zegt hij tegenover Associated Press.

Volgens een Democratische partijfunctionaris die anoniem wil blijven (,,te gevoelig''), komt dat doordat de Verenigde Staten naar rechts zijn opgeschoven, maar de partij niet. ,,Ik geloof dat er een culturele verschuiving gaande is in dit land' ', zegt hij eveneens in The New York Times. ,,Dit land is meer conservatief geworden. Die basis groeit. Senator Bob Graham, die nog vóór de Democratische voorrondes zijn kandidatuur voor het presidentschap opgaf, gelooft dat zijn partij derhalve moet leren duidelijk te zijn over fundamentele kwesties, zoals de oorlog in Irak of de anti-terreurstrijd. En dat, zonder telkens te struikelen over zaken die met ,,God, wapens en homo's'' hebben te maken.

Maar juist dat ene, voor Amerika cruciale onderwerp - religie, blijkt lastig bespreekbaar voor veel Democraten. John Podesta, chef-staf onder president Bill Clinton, vindt dat zijn partij een duidelijke positie moet innemen als het gaat om God. ,,De suggestie `wanneer je religieus bent, ben je conservatief' is heel gevaarlijk voor de Democraten'', zegt hij in The Wall Street Journal. ,,De meeste mensen willen zien dat je sterke morele waarden hebt en ze eisen authenticiteit.''

Het zijn vooral conservatieve christenen geweest die Bush massaal hebben gesteund en het is die stem, die de Democraten in de toekomst moeten zien aan te boren. Maar de hamvraag is, hoever willen de Democraten daar voor gaan. Moet de partij op zoek naar centristen uit het zuiden, zoals vice-presidentskandidaat John Edwards, die bekend is met conservatieve onderwerpen? Of schoffeert de partij daar juist haar linkse achterban mee?

Enkele Democraten putten troost uit de gedachte dat de Republikeinen in 1976, na het verlies van president Gerald Ford, vreesden voorgoed gemarginaliseerd te worden. Sommige partijleden vroegen zich toen serieus af of de beschadigde partij niet beter van naam kon veranderen.

Maar, stelt Philip Klinker, auteur van het boek The Losing Parties in The Christian Science Monitor, de kans voor verliezende partijen om het Witte Huis of het Congres terug te winnen, hangt niet zozeer af van wat zij als partij doen, maar vooral van wat er in de wereld of in eigen land gebeurt, en hoe de partij met de macht in handen daarop reageert. De gijzelingskwestie in Iran deed de Democratische president Jimmy Carter uiteindelijk de das om. Toen kamen de Republikeinen weer aan de beurt. ,,De Democraten moeten zeker nagaan waar ze mee bezig zijn, maar waar het echt op aan komt is hoe Bush de komende vier jaar presteert''.