Een Maasai in spijkerbroek blijft een strijder

Semeyian Nassei is zielsgelukkig als ze naar haar geboortekraal reist bij de Ngorongorokrater in Noord-Tanzania. Haar nauwe spijkerbroek wringt pijnlijk wanneer ze door de knieën gaat opdat mannen in rode lendendoeken haar kunnen begroeten door hun hand op haar hoofd te leggen. Hoewel gekleed als een moderne tiener uit de stad Arusha, gedraagt ze zich volgens de archaïsche omgangsvormen van haar Maasaivolk uit de wildernis. Ze zwijgt gehoorzaam wanneer de mannen praten.

,,Ik voel me hier heel erg thuis'', mijmert ze in haar ouderlijke onderkomen van modder en koeienstront. Maar dan geeft ze een radicale wending aan het gesprek: ,,Wist je dat een MP3 nog veel méér megabytes kan opslaan?''

De wereld op zijn kop. Een ui in een fruitsalade. Er klopt hier iets niet. Ik ben met twee Maasai naar de Ngorongoro gereisd voor een verhaal over het nomadenvolk. De goed opgeleide, 22-jarige Semeyian uit Arusha wilde me graag introduceren bij haar familie die in de bush bleef leven. Maar er is één probleem vertelt ze nu pas: ,,Ik spreek de taal van de Maasai niet meer.'' Er klinkt schaamte in haar stem.

Mijn andere reispartner is Lenomboi Ormiendo, een Maasai uit Kenia. Het valt me voor het eerst op hoe ongemakkelijk hij zich gedraagt, als een vreemdeling. In het onwezenlijke Nairobi, of de verachtelijke landbouwgebieden, hoort hij niet thuis, hij is er op en andere planeet. Maar hier wonen mensen van zijn eigen stam en toch kan hij nauwelijks met ze communiceren. ,,Ze spreken een heel ander dialect, ik versta er geen donder van'', moppert hij. Een oud vrouwtje komt naar hem toe, verbaasd over zijn vreemde accent. ,,Ben je misschien een medicijnman'', wil ze weten. Een donderlach van de aanwezigen. We besluiten onze gesprekken te voeren in het Kiswahili, de linga franca van Oost-Afrika.

De afgelopen weken reisde ik van de Keniaanse hoofdstad Nairobi twee keer naar Maasailand, in volledig tegengestelde richtingen. De eerste keer reed ik driehonderd kilometer noordwaarts in Kenia, nu ben ik vierhonderd kilometer zuidwaarts in Tanzania. Tot anderhalve eeuw geleden heersten de Maasai in Oost-Afrika, ze hadden het grootste grondgebied en waren militair het sterkste. Hoewel die machtspositie afbrokkelde door droogtes, dierenziektes, geslachtsziektes en de komst van roze mensen, leven zij ook vandaag nog wijd verspreid in Oost-Afrika.

De Maasai van Kenia en Tanzania lijken op elkaar maar zijn verschillend. In taal, gewoontes en kledij. ,,Het lijkt wel of ze een onderbroek op hun voorhoofd dragen'', schimpt Lenomboi over de Maasai in de Ngorongoro. Alleen in Tanzania versieren de Maasai hun voorhoofden met banden van witte kralen.

Het overheidsbeleid van Kenia en Tanzania verdeelde de Maasai verder. In Kenia liet de overheid jarenlang de cultuur en leefwijze van het nomadenvolk ongemoeid. De kleurrijke nomaden mochten in de voetsporen van hun voorvaderen blijven lopen. Maar ze zijn intussen wel gemarginaliseerd geraakt in de geldeconomie. Ze zijn vooral nachtwakers voor de rijken in Nairobi of objecten voor begerige toeristen.

In Tanzania daarentegen probeerde de regering moderne staatsburgers van hen te maken en dat betekende dat ze landbouw moesten bedrijven. Veel Maasai gingen er mee in die vaart der volkeren. Ze rijden op fietsen en `hakken in het hoofd van God', zoals ze akkerbouw omschrijven .

De Maasai in en rond de Ngorongoro vormen een uitzondering. Zij mogen in een wildreservaat leven, terwijl dat elders in Oost-Afrika is verboden. De Maasai stropen niet, het is niet voor niets dat de meeste wilde dieren in Oost-Afrika in en rond een woongebied van de Maasai leven.

We bezoeken een overheidsbestuurder in Ngorongoro. Hij noemt het samenleven van mens en dier in een wildreservaat een experiment. ,,Ook Maasai zullen veranderen en hun primitieve levenswijzen afzweren'', vertelt Asantad Melita. Hij noemt zich een ex-Maasai en is gestoken in een kantooruniform. Lenomboi en Semeyian draaien onrustig op hun stoelen. ,,Maasai mogen in de Ngorongoro het natuurlijke aangezicht niet verstoren en alleen leven in stronthutten, zonder elektriciteit.''

Hij bemerkt het ongenoegen bij Semeyian over zijn taalgebruik en zegt: ,,En kabaal van moderne tieners is al helemaal uit den boze.'' Maasai zijn strijders, warmhartig en opvliegend. Lenomboi en Semeyian stappen demonstratief op. ,,Die man heeft zijn Maasai-ziel verkocht'', roept Semeyian boos. ,,Wij doen hier iets heel bijzonders'', praat Melita onverstoord door, ,,maar het experiment is pas geslaagd als de Maasai uit de Ngorongoro zijn verdwenen om elders moderne huizen te bouwen en ze het rijk hier weer aan de beesten hebben gelaten.''