Drie Britse militairen gedood bij Bagdad

Drie Britse soldaten zijn gisteren in Irak gedood bij een zelfmoordaanslag, een week na hun omstreden overplaatsing naar de omgeving van Bagdad.

De drie zijn leden van de Black Watch, een regiment Schotten, dat op Amerikaans verzoek een groep mariniers kwam aflossen die worden ingezet bij Fallujah. Hun dood heropent de controverse over de gok die premier Blair nam door hun overplaatsing goed te keuren. Hoge officieren van de eenheid en Defensiekringen zeiden vorige week te geloven dat Blair de risico's van de missie niet besefte, en dat de publiciteit rond de overplaatsing de Britse eenheid tot doelwit zou maken. Tot nu toe zijn 76 Britse militairen in Irak omgekomen, waarvan een minderheid door oorlogshandelingen.

Politiek en publieke opinie hadden ook grote reserves bij de overplaatsing vanuit de relatief rustige zuidelijke zone rond Basra naar de zogeheten `driehoek van de dood', even ten zuiden van Bagdad.

De eenheid legde gisteren een pontonbrug over de Eufraat en begon patrouilles aan de overzijde, waar vandaan rebellen het Britse kamp elke dag hadden bestookt. Een pantserwagen werd daar gistermiddag beschadigd door een bom langs de weg. Toen een tweede pantserwagen te hulp schoot, bestookten de rebellen de wagens met mortieren. En toen de Britten versterkingen aanvoerden en een checkpoint inrichtten, blies een Irakees met een bom zichzelf op. Daarbij vielen de drie doden en raakten acht Britten lichtgewond.

Premier Blair zei gisteren dat de Black Watch ,,heroïsch werk'' doet, dat ,,van cruciaal belang is om democratische verkiezingen in Irak te laten doorgaan''. De commandant van het regiment, overste James Cowan, zei dat het verlies ,,ons niet zal afhouden van het succesvol vervullen van onze taak''.