De weg kwijt op de toetsen

Edgardo Vega Yunqué is een Amerikaanse auteur van Puerto-Ricaanse afkomst die al drie boeken op zijn naam bracht maar met Vidamía, of zoals het boek in zijn volledigheid in het Amerikaans is getiteld, No Matter How Much You Promise to Cook or Pay the Rent You Blew it Cauze Bill Bailey Ain't Never Coming Home Again, zijn meest ambitieuze boek heeft geschreven.

Die Amerikaanse titel, met een verwijzing naar de bekende traditional Bill Bailey Will You Please Come Home? geeft de sfeer van het boek beter weer dan de Nederlandse; het is een boek dat swingt, in die zin dat het nadrukkelijk midden in het New Yorkse jazz-milieu is geplaatst van de jaren zestig tot negentig. Het doet oppervlakkig denken aan Oscar Hijuelos' Mambo Kings Play Songs of Love, en wat dat boek was voor de muziekscene van de jaren vijftig en zestig is in sommige opzichten Vidamía voor de decennia erna.

De roman voegt zich in twee even lange als brede tradities van de Amerikaanse roman: het `coming of age'-verhaal, gekoppeld aan het verhaal van de immigrant die zijn weg probeert te vinden in de smeltkroes die steeds minder blijkt te smelten. Maar daarnaast past de roman ook heel duidelijk in de Latijns-Amerikaanse traditie van (zeker in dit geval té) breed opgezette familiegeschiedenissen. De Vidamía uit de titel is de dochter van de nog voor haar geboorte gescheiden Ier Billy Farrell en de Puerto-Ricaanse Elsa. Hoewel ze in het Latino-milieu van haar moeder opgroeit raakt ze steeds meer benieuwd naar haar Ierse vader, een Vietnam-veteraan. Billy was voor hij naar de oorlog vertrok een talentvolle jazzpianist, die de aandacht trok van Miles Davis en op het punt stond als blanke tot de kring van de grootste jazzmusici uit zijn tijd te worden toegelaten. Na zijn terugkeer uit de oorlog is hij niet alleen een paar vingers kwijt (een ellendige, maar niet onoverkomelijke handicap voor een pianist, zoals zijn omgeving hem blijft voorhouden), maar kampt hij ook met een diep trauma wegens (vermeende) schuld aan de dood van een bevriende soldaat.

In de dikste van de vele verhaallijnen raakt zijn dochter, naarmate ze steeds meer vertrouwd raakt met het milieu van haar vader en vervreemdt van dat van haar (ondertussen puissant rijk hertrouwde) moeder, geobsedeerd door het idee hem weer aan het spelen te krijgen om hem op die manier uit zijn peilloze depressies te trekken. Dat lijkt te lukken, maar de hernieuwde kennismaking met de zwarte en witte toetsen heeft een gecompliceerdere uitwerking op Billy dan Vidamía hoopte. Zijn suïcidale neigingen worden sterker. Nadat zij met de creditcard van haar stiefvader een piano voor hem heeft gekocht slaagt zij er toch in Billy enthousiast te krijgen voor een optreden met haar nieuwe, saxofoon spelende vriendje Wyndell. Maar uiteindelijk lukt het allemaal niet, want in een gewelddadige (en wat te vrijblijvend ingevoegde) apotheose komt hij om bij een wraakoefening.

Yunqué heeft in deze omvangrijke roman ten minste een aantal uiterst beeldende hoofdstukken geschreven; hij blijkt op zijn best bij onderwerpen als seksualiteit, de Amerikaanse obsessie met ras, en natuurlijk de muziek. Vooral de relatie van Vidamía met haar halfzusjes leidt tot mooie en kleurrijke scènes. De auteur meldt in een nawoord dat hij met dit boek eer heeft willen bewijzen aan `twee oorspronkelijke kunstvormen' van het Amerikaanse continent: de jazz uit de Verenigde Staten en de Mexicaanse muurschilderingen, die gigantische tableaux die dikwijls een hele historische episode willen uitbeelden. De inspiratie van de jazz doet het boek wel degelijk aanstekelijk swingen, maar met zijn pretentie een tableau à la Diego Rivera op te zetten heeft de auteur zich nu juist iets vertild.

Het boek geeft een mooi beeld van het multiraciale New York in de tweede helft van de vorige eeuw, maar Yunqué had er beter aan gedaan de muur waarop hij dit beeld neerzette iets kleiner te kiezen. Er wordt te veel en te uitgebreid familiegeschiedenis verteld, de diverse culturele erfenissen krijgen wel erg veel ruimte en de auteur ontsnapt niet aan het gevaar van sentimentaliteit dat deze materie al snel met zich meebrengt. Desalniettemin is dit, zeer verdienstelijk vertaalde, boek, voor lezers die zich voor de tijd en het milieu interesseren absoluut wat in Amerika heet `a good read'.

Edgardo Vega Yunqué: Vidamía. Uit het Engels vertaald door Jacques Meerman. The House of Books, 672 blz. €19.50

Het optreden van Edgardo Vega Yunqué op vrijdag 12 november om 21.30 uur in de Nassau's Room van de Koninklijke Schouwburg is uitverkocht.