De schoonheid saboteren

De jonge dichter Tsead Bruinja slikte lsd en zag toen in rozen het aanstaande verval.

,,Ik kom voort uit de muziekcultuur.''

Als kleine jongen viel de dichter Tsead Bruinja (1974) uit het raam van zijn ouderlijk huis in Rinsumageest. Hij keek naar de wolkenluchten boven Friesland en raakte zo geboeid door de ruimte dat hij zijn evenwicht verloor. Nu woont Tsead Bruinja in een eindeloos lijkende, smalle straat van de Amsterdamse wijk De Baarsjes achter het Mercatorplein. De gevelrij aan de overkant vormt een gesloten wand. Zojuist verschenen Batterij, opvolger van zijn debuut Dat het zo hoorde (2003), en de royale, tweetalige bloemlezing Droom in blauwe regenjas/ Dream yn blauwe reinjas waarin de nieuwe dichters van Friesland zijn vertegenwoordigd.

In de verantwoording op de bloemlezing noemt Bruinja de `verweiding' van tal van Friese poëten, net zoals koeien van de ene weide naar de andere verplaatst worden. Voor de dichters betekent dat het verlaten van de `ouderlijke stee' van de jeugd naar een nieuwe, eigen woonplek. Die laatste ligt vaak in de stad. De groene weiden, aldus Bruinja, zijn soms een `plek van wreedheid en hevige emoties. De doden zijn er doder en de borsten zijn er bloter. Het is een gebied dat verlangt naar een poëzie in een klassiek ritme'.

Dit concluderen Bruinja en medesamensteller Hein Jaap Hilarides naar aanleiding van het gedicht `Oever' van Abe de Vries, dat toepasselijk begint met de regel `dit land is ruimte'. De samenstellers kwamen er al lezend en kiezend achter dat ze zich lieten leiden door enkele wezenlijke aspecten van de Friese taal en de Friese dichtkunst, namelijk de muzikaliteit van het vers, het `zangrijke' Fries en de absurde, vaak bondige formuleringen. Bovendien zijn deze gedichten ruwer dan het meer gestileerde, esthetisch verantwoorde vers in de huidige poëzie. Inhoudelijk spelen natuurmystiek en een mythologische ervaring van het Friese landschap als paradijs een rol, al is dat paradijs maar al te vaak verloren. De bloemlezing is bedoeld als aanvulling op de in 1994 verschenen historische bundel Spiegel van de Friese poëzie.

Bruinja: ,,Meer dan de helft van de dichters uit Droom in blauwe regenjas heeft het Friese land verlaten en woont in Groningen of Amsterdam. De meesten gingen studeren in Groningen of werden aangetrokken door het culturele aanbod van de grote stad. Er schuilt denk ik ook iets van verzet in. Je wilt je aan de vaak benauwende Friese gemeenschap onttrekken. Ik wil mijn Friese verleden niet romantiseren. Mijn eerste gedichten schreef ik in het Engels, het waren eerder songteksten. Ik was toen veertien jaar. Er hoorde ook muziek bij. Pas toen ik een keer, als student Engels, uit Londen terugging naar het noorden en tussen Hoek van Holland en Rotterdam populieren zag, sprong er een vonk over. De bomen herinnerden me aan `thuis'. Ik schreef mijn eerste gedicht in het Nederlands. Sindsdien wissel ik het Fries en het Nederlands af.''

Intuïtief

De keuze voor een vers in de ene of andere taal gebeurt vaak `intuïtief'. ,,Het begin dient zich aan als een regel of een beeld, en daarna moet ik verder'', legt hij uit. ,,Dan heb ik geen vrijheid meer. Een gedicht schrijven is een dwingende en geconcentreerde bezigheid, daarna ben ik ofwel doodmoe of ik stuiter vol energie door de straten.'' De gedichten van Bruinja zijn niet altijd eenvoudig te duiden. In zijn stijl houdt hij op zorgvuldige wijze het midden tussen een min of meer anekdotisch verhaal en de neiging tot abstracte taalmuziek. Is de bundel Dat het zo hoorde nog herkenbaar als wortelend in een romantische literaire traditie, Batterij is harder en vooral explosiever van toon. Bijna alle gedichten eindigen met een woord of een korte, compacte regel, zoals: `mijn mond', `wees in kilte/ bedreven' of `adem'. Dat slot staat er als een hamerslag. Bruinja ziet het zo: ,,Het hele gedicht heeft dat laatste beeld opgeladen, zoals een batterij het licht in een zaklamp veroorzaakt.''

Zoals veel van zijn generatiegenoten, de dichters die in het begin van de jaren negentig debuteerden, maakt Bruinja gebruik van muziek tijdens zijn voordrachten. Het lezen van poëzie door een vaak verlegen dichter voor de microfoon heeft voor hen afgedaan. Bruinja: ,,Ik kom voort uit de muziekcultuur. In de voor mij beslissende jaren als dichter, zo in de beginjaren van mijn middelbare school, luisterde ik naar muziek van The Doors en de symfonische rock van Marillion, met een zanger als Fish. Ik las de songteksten, vooral die van Jim Morrison, en raakte geboeid door associaties die ik vaak niet begreep, maar die me boeiden. Met een vriend maakten we onze eigen muziek met mijn teksten. We hadden een viersporenrecorder, gitaar, een drumcomputer en gebruikten samples. De muziek speelt tijdens mijn optredens een belangrijke rol, niet als achtergrond maar als gelijkwaardige kunstvorm. Een voordracht is elke keer anders. Ik kan stiltes langer nemen, want dan komt de muzikant aan bod. Veel dichters schrikken van hun eigen stem wanneer zij die horen, bijvoorbeeld op een recorder. Ik heb daar geen last van. Van vroeg af ben ik gewend aan mijn eigen stem. Als ik dicht, dan hoor ik mijn stem in mijn hoofd. Er klinkt het ritme. Toch houd ik ook van dichters voor wie het voorlezen op zijn ouderwets gaat, zoals het laatste optreden van Kees Ouwens tijdens Poetry International in Rotterdam. Het was intiem en puur, intens, verstild.''

Het was een verbouwde boerderij, ingeklemd tussen twee echte boerderijen, waar Tsead Bruinja de eerste acht jaren van zijn leven woonde. Zijn vader oefende het beroep uit van wasmachinemonteur. Door de economische teruggang in de jaren tachtig nam zijn vader een baan in het dorp Kollum aan als conciërge. Daar kwam het gezin in het midden van het dorp te wonen tegenover het politiebureau. ,,De verhuizing van het platteland naar het dorp heb ik altijd verschrikkelijk gevonden'', zegt Bruinja. ,,Ik zou zo in dit huis van vroeger willen wonen. Vanuit Kollum moest ik elke dag met de bus heen en weer naar het atheneum in Leeuwarden. Dat ging met zo'n oude Fram-bus. Het was of de uitlaatgassen via een slang weer terug de bus in gejaagd werden, zo verstikkend was het daarbinnen. Ik kreeg erge hoofdpijn, raakte overspannen. In de stad werd neergekeken op wie van het boerenland kwam. Maar de grens tussen oorzaak en gevolg is niet duidelijk te trekken. Ik zat in een hoekje gedichten te schrijven en misschien deden de medeleerlingen daarom wel zo neerbuigend.''

In Dat het zo hoorde wijdt Bruinja een prachtig gedicht aan dit huis van zijn prille jeugd dat hij `Brief' noemt: ,,(...) in de verbouwde boerderij aan de smal kronkelende landweg/ huizen een deel van je dromen/ en spoken achter het lichtelijk vergeelde vitrage van de ramen/ van toen je vader nog rookte en in de stenen/ kraakt het langzaam van herinnering aan warmere dagen/ van vloeibaarheid en zonnewind''. Dit gedicht is een mooi voorbeeld van Bruinja's door het Friese land en zijn Friese jeugd geïnspireerde poëzie. Het stroomt. Dat deed hij al vanaf zijn eerste gedichten, de taal laten stromen. Op de bladspiegel staan de gedichten er als tekstblokken, massief. Bruinja zegt `niet te houden van het pittoreske wit om de gedichten heen'. Evenmin heeft hij het op leestekens, hoofdletters en interpunctie, sterker: in geen enkel gedicht van zijn hand is een komma te bespeuren, laat staan een hoofdletter.

,,Hoewel ik mijn gedichten graag voordraag en de voordracht van wezenlijk belang is, ontken ik de vorm van het gedicht op de pagina niet. Ik laat me sterk leiden door de verdeling van het zwart-wit bij het vaststellen van de lengte van een versregel en waar ik enjambementen plaats. Ik vind komma's niet mooi en ze vertragen het stuwende ritme van een tekst. Ik besef dat het dubbelzinnig is: voordracht én woordbeeld. Net zoals mijn meertaligheid iets dubbels heeft. Ik leef in een soort dubbeltalig laboratorium met muziek én tekst, Fries én Nederlands.'' Bruinja heeft een pluriforme omgang met het vers: ,,Door de voordracht verandert een gedicht. De toeschouwer ziet daar een dichter staan, ziet zijn kleren, hoort de stem. Je kunt je als performer niet onzichtbaar maken of uitwissen, al ga je achter een muur staan. Dan nog denkt de toeschouwer dat die muur de dichter is. Aan de andere kant is het een misverstand te denken dat het lezen van een gedicht in een stil hoekje van je kamer een volstrekt ongestoorde bezigheid is. Ook in een huiskamer kan van alles gebeuren, zowel binnen als buiten. Hier beneden mij woont een drugsdealer. Junks staan vaak op het raam te bonzen, al hangt er een stuk papier waarop staat `Onbevoegden mogen niet kloppen op het raam'. Die onrust dringt ook hier mijn werkkamer binnen', ook al lees ik in alle afgezonderde stilte de gedichten van mijn lievelingsdichters.''

Pink Floyd

Vooral Amerikaanse schrijvers als Jack Kerouac, Walt Whitman en Raymond Carver strekten hem in de begintijd tot voorbeeld. Daarnaast de popzangers Jim Morrison van The Doors en Roger Waters van Pink Floyd. Aan hen heeft hij de magie en de kracht van associaties te danken. De dichter en uiterst compact schrijvende auteur Carver heeft hem beïnvloed bij het schrijven van Batterij, waarin een romantische toonzetting als die van het debuut geen enkele kans krijgt. ,,Met Batterij wilde ik de schoonheid saboteren'', zegt hij. ,,In Dat het zo hoorde is er sprake van het verlangen van een ik-figuur naar de ander, een geliefde bijvoorbeeld. Maar telkens ervaart die ik de afstand tot de ander. Ik heb de afstand die er bestaat tussen mensen steeds meer als thema van mijn gedichten gekozen. Ik wil die afstand met taal overbruggen zonder dat ik in staat ben het probleem van de distantie op te lossen. Dat moet ook niet, want dan verlies ik mijn onderwerp. Mijn fascinatie schuilt erin met taal een ander te bereiken, een geliefd iemand. Taal geeft glans aan de inhoud, vormt het uiterlijk. Als je een auto verkoopt, verkoop je ook geen motorblok op vier wielen. De ontwerper doet zijn uiterste best op de vorm.''

Niet altijd zijn klank, het ritme of de muziek van een eerste, geïnspireerde regel de bron van een gedicht. Dat kan ook weleens een gebeurtenis zijn. Levendig herinnert Tsead Bruinja zich het bezoek dat hij bracht aan een vriendin van wie hij verwachtte dat het iets zou worden. Dat gebeurde niet. Hij had een bos rozen meegenomen, ze praatten wat, gebruikten lsd en door de invloed van dit roesmiddel zag hij opeens in de rozen het aanstaande verval. Hij schreef stiekem op een briefje dat hij voor haar verborg: `ik zie de roos als een wrak in aanbouw'.

Het werd niks met de liefde, maar het gedicht mag er zijn. Bruinja: ,,Mijn gedichten beginnen vaker met een verhaal. Dat houdt de associaties in toom. Toen, bij dat meisje op de bank, dacht ik: `Wat doe ik hier?' Als ik een gedicht schrijf, dan stel ik me die vraag niet. Ik ga op in het gedicht, zoals ik vroeger opging in de ruimte en de wolken boven me in Friesland.''

`Batterij', uitg. Contact.

`Droom in blauwe regenjas', uitg. Contact en uitg. Bornmeer, Leeuwarden.

Optredens: 12/11 Crossing Border, Koninklijke Schouwburg, Den Haag; 27/11 De Wintertuin, Nijmegen. Tournee met `Droom in blauwe regenjas' t/m 19/11. Inl.: www.tseadbruinja.nl; www.droominblauweregenjas.nl.