De echte broodjes aap

Apevlees is zoet. Veel bewoners van Kameroen zijn er dol op. Het heeft een `lichte smaak', zeggen ze. Het vlees van de gorilla's en chimpansees wordt gesudderd of geroosterd en de afgekloven schedels liggen later op sierplanken in de keukens uitgestald. Alsof er veel moed voor nodig was om de dieren in de val te lokken of neer te schieten.

Over `bushmeat' gaat het net verschenen tekst- en fotoboekje Van apenhachee tot jachttrofee. Samen met fotograaf Kadir van Lohuizen reisde Harm Ede Botje kriskras door Kameroen om stropers, handelaren, boswachters, ontwikkelingswerkers en ambtenaren te spreken die met de illegale jacht en stroperij te maken hebben. Olifanten, krokodillen en antilopen vallen ook in de categorie `bushmeat'. Een antiloop brengt in de handel 7,50 euro op, een python 35 euro en een mannetjes-gorilla doet het twee keer zo goed als een vrouwtje: honderd euro, een maandsalaris in dat land.

Officieel mag het allemaal niet. De overheid houdt toezicht, met te weinig mensen op een oppervlakte waar België vijftien keer in kan. Die overheid graait zelf ook in alle richtingen. Als het Nederlands duo meegaat op stroperspatrouille en twee oude grijze mannen wegens illegale visvangst worden betrapt, nemen de toezichthouders de buit voor `moeder de vrouw' lekker mee naar huis. Je kunt natuurlijk ook voor te veel geld een vergunning kopen om giraffes en leeuwen neer te schieten. Daar komen vooral Fransen op af. Een dikke Duitse tandarts wil alleen met huid, kop en gewei huiswaarts keren – het vlees interesseert hem geen moer, vertelt hij. Er hangt al van alles in zijn Münchense kelder. Beren en herten uit Polen, een nijlpaard en een zebra uit Zuid-Afrika, `alleen de leeuw ontbreekt nog'. Dat komt goed uit, zeggen de dorpsbewoners, `want met dat geld van de tandarts kunnen wij een nieuwe school bouwen.'

Tegelijkertijd trekken nomaden met hun grote kuddes koeien dwars door de natuurreservaten van Kameroen. Lastpakken zoals leeuwen en jakhalzen vergiftigen ze onderweg. En met zoiets als overbegrazing hebben ze zich nog nooit beziggehouden. `Niemand ploegt en zaait, iedereen oogst alleen maar', zegt de Noorse arts die er een reservaat beheert en voortdurend tegen het lokale, kortetermijndenken oploopt. Bij wijze van waarschuwing schiet hij maar weer eens een paar nomadische koeien dood.

Terug naar de apen, die aan het eind van het boekje weer aan bod komen. De voormalige legerofficier Drori uit Israël redt wat te redden valt. Hij komt de gorilla's en chimpansees in kooien bij handelaren tegen, want vlees moet vers zijn. Vissers bewaren de kadavers in de diepvries en de bakker verkoopt broodjes aap. Door veel te netwerken met politie en journalisten hoopt Drori op naleving van de wetgeving en publieke aandacht. Geen week of hij wordt met de dood bedreigd, want in tegenstelling tot de `gevestigde, politiek correcte' hulporganisaties is hij niet bang voor de overheid.

Het boekje is vooral interessant omdat alle betrokken partijen aan het woord komen – van stropers tot neokolonialen – en omdat Harm Ede Botje niet neigt naar `leunstoelsentimenten', zoals een van de gesprekspartners het verregaande, westerse engagement ten aanzien van de dierenwereld omschrijft. Om foto's te kunnen maken moest Kadir van Lohuizen wel eens geld op tafel leggen, want `blank' is altijd `rijk' in Afrika. Dat weigerde hij, maar de onopgesmukte zwartwit-opnamen die hij wél kon maken brengen de problemen goed in kaart: de duistere jungle, de kale savannen, de dode apen en antilopen, de patrouilles en de handelaren die het zonder eten en geld ook niet redden. Het wordt griezelig stil in Kameroen, vertelde me pas een reizigster die met een boot daar the heart of darkness was binnengevaren. Nu weten we precies het wie, wat, waar en waarom van die stilte.

Kadir van Lohuizen en Harm Ede Botje: Van apenhachee tot jachttrofee; jagen in Kameroen. Mets & Schilt, 128 blz. €20,–