De dwaalwegen van sokken

Zijn er mensen die niet houden van Erwin Mortier? Mensen die zich ergeren aan zijn omzichtige manier van vertellen en zijn onthaaste stijl, doorspekt met Vlaams dialect? Die al na zijn debuut Marcel (1999) genoeg hadden van zijn proustiaanse beschrijvingen van een jeugd op het Vlaamse platteland, of van zijn pogingen om het terugwijkende verleden te behoeden voor de vergetelheid? Misschien zijn ze er wel, die lezers, maar ik ben er niet een van. Ieder boek van Mortier – en gelukkig publiceert hij nog frequenter dan hij van uitgever wisselt – is een welkome nieuwe kennismaking met zijn tot poëzie gestolde wereld en met zijn roerende taferelen uit het rozevingerige verleden.

Ook Alle dagen samen, de kortste novelle die Mortier schreef, valt niet tegen. Opnieuw maken we vanuit het perspectief van een klein jongetje kennis met een groot plattelandshuis en een markante Vlaamse familie. Dood en nieuw leven komen samen in een hete zomerweek, waarin de overgrootvader van de hoofdpersoon op sterven ligt en de kleine Markus moet wennen aan het idee dat hij binnenkort een broertje of zusje krijgt. Het is druk in huis, aanvankelijk door doktersbezoek (dat Markus doet terugdenken aan de vorige zomer, toen hij met zware koortsen in bed lag), later met familieleden die afscheid van opa Edouard nemen en komen helpen rondom de begrafenis. Tussen alle bedrijvigheden door worden ook pijnlijker sterfgevallen in de familiekring en daarbuiten aangestipt: een zusje dat in de vijver is verdronken, twee neven die zich hebben verhangen, een andere overgrootvader die onder de trein kwam, een overgrootmoeder die door kanker is weggeteerd. `Dood kent de dwaalwegen van sokken in de zachte ravijnen van het matras,' denkt de hoofdpersoon. `Dood heeft tijd genoeg, meer dan alle dagen samen.'

Uit dit laatste citaat blijkt de vervreemdende vertelsituatie die Mortier kiest. Het zijn de gedachten en gevoelens van een jongetje van vijf die we lezen, maar ze zijn verwoord, gereproduceerd, in de lyrische taal van een oudere schrijver. `Hem houden de woorden nog voor zich,' staat er wanneer de zwijgzaamheid van de jongen ter sprake komt. `Mondjesmaat mag hij van hun kruiken drinken'. Net als in Mijn tweede huid (2000) beschrijft Alle dagen samen hoe een jongen zich de woorden eigen maakt, troost en volwassenheid vindt in de taal: `Hij wil wakker blijven en luisteren naar zijn eigen hoofd, want in de nacht zijn het de woorden die hem uitproberen, niet andersom. Ze trekken hem aan, als laarsjes, monsteren zijn oppervlak in een spiegel.'

Mortier zelf drinkt gulzig aan de kruiken met woorden. Je kunt wel zeggen dat hij slurpt. Op iedere pagina parelen zinnen die je eindeloos op je tong kunt laten walsen, en niet alleen omdat er zulk sappig Vlaams idioom in te vinden is. `In zijn hoofd liggen de dagen losgeslagen,' lezen we aan het begin van het boek, waarna een ritmisch verantwoorde metafoor over een zolder vol papieren volgt. En: `Swegens heeft moeite met de woorden. Ze likt niet hard genoeg aan de lijm op hun achterkant, waardoor ze loslaten van de dingen die ze wil benoemen en gaan dwalen.' Markus' mijmeringen over de dood en het doodgaan zijn al even elegant opgeschreven; zelfs een spin die tot het bittere eind op een prooi heeft zitten wachten, krijgt een eigen miniatuur-lijkrede: `Als je lang genoeg wacht tot er iets gebeurt, verdwijn je.'

Het is allemaal zó verzorgd en beschaafd gestileerd dat je bijna opgelucht bent als Mortier in hoofdstuk 7 (op tweederde van de novelle) stijlbreuk pleegt. Plotseling ligt het perspectief niet langer bij de oudere woordkunstenaar die zich verplaatst in het jongetje dat hij ooit was, maar bij grootmoeder die zich in een monoloog tot een familielid richt. Een hoofdstuk later schakelt Mortier af en toe over naar de tweede persoon enkelvoud (`Even denk je dat ze naar jou zit te staren...'), en pas in de slotdelen komt het oorspronkelijke perspectief weer terug – de lezer enigszins in verwarring achterlatend.

Een perfect boek is Alle dagen samen dus niet, en critici zouden daarbij kunnen opmerken dat er bitter weinig gebeurt, zelfs voor de negentig spaarzaam bedrukte bladzijden die de novelle beslaat. Het is de stijl die telt. Niet-ontvankelijke lezers kunnen zich gaan voelen als de spin uit het vijfde hoofdstuk: `Als je lang genoeg wacht tot er iets gebeurt, verdwijn je.' Alle anderen zullen genieten van de poëzie waarin de gedachten van `Markske' zijn gegoten. Erwin Mortiers nieuwe uitgeverij De Bezige Bij heeft een speciaal platenlabel (`Zoem') waarop schrijvers hun eigen boeken voorlezen. Het is zaak dat Mortiers laatste verhaal daar zo snel mogelijk in wordt opgenomen. Bijkomend voordeel: het past zonder coupures op een dubbelcd.

Erwin Mortier: Alle dagen samen. De Bezige Bij, 96 blz. €14,50 (geb.)