Cultuurindustrie

Op aandringen van de Tweede Kamer krijgt de kunstensector 10 miljoen euro extra. Dat is na een bezuiniging van 19 miljoen euro een leuk bedrag om de desastreuze gevolgen van de Cultuurnota van afgelopen prinsjesdag enigszins te verzachten.

In haar brief aan de Tweede Kamer van 2 november zet staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur) uiteen hoe zij het geld wenst te besteden. Van der Laan stelt vast dat de beschikbare middelen `in eerste instantie zullen worden aangewend voor cultuurproductie'. Hiermee sluit zij, naar eigen zeggen, aan bij de uitgangspunten van de Cultuurnota.

Een werkelijk artistiek beleid spreekt niet uit de brief. Dat acht de staatssecretaris een taak voor de Raad. Verschillende instellingen die opeens meer geld hebben gekregen, zoals De Ateliers en de jeugdopera Xynix, hebben hierover hun verbazing uitgesproken. Ze weten niet waar de waardering plotseling vandaan komt. ,,De staatssecretaris hebben we nooit bij een voorstelling gezien'', aldus een woordvoerder van Xynix woensdag in deze krant.

Een lobby van enkele bekende Nederlanders of het dagelijks versturen van een ansichtkaart naar de commissieleden van de Kamer, zoals is gedaan door Xynix, sorteert kennelijk effect. Ook het bewerken van vertegenwoordigers van de politieke partijen heeft een gunstig gevolg, zoals blijkt uit extra financiële steun voor kunstwerkplaats De Ateliers.

Wie de brief aandachtig leest, moet met een loep zoeken naar een artistiek argument. In deze tijd heeft `kunst om de kunst' geen bestaansrecht, zoals blijkt uit Van der Laans brief; kunst als politiek issue evenmin. Dat hoort bij de jaren zestig, met de utopie `als het poëtische eens politiek kon worden'. Nee. In de Cultuurnota 2005-2008 is kunst een side-issue van de economie. Dat is Van der Laans krachtige overtuiging.

Pas wanneer gezelschappen, orkesten of andere culturele instellingen een economische betekenis hebben, kunnen zij bij Van der Laan rekenen op financiële bijval en enthousiasme. Onder het kopje `Cultuur en economie' in haar brief staat: ,,Een sterke dynamische creatieve industrie vertegenwoordigt niet alleen een economisch, maar ook een cultureel belang.'' Groepen die beeldend locatietheater maken `doen het goed als cultureel ondernemer'. Fijn dat ze extra geld krijgen, maar een oordeel over de artistieke kwaliteit ontbreekt. Van der Laan keert alles om. Mensen gaan naar een kunstuiting omdat ze die mooi, bijzonder of ontroerend vinden. Zonder het te weten zijn ze een radertje in Van der Laans `creatieve industrie', een pion in een economisch bestel. De echte betekenis van kunst is tot een voetnoot verworden. De economie gaat voor.