Beveilig nu alle publieke figuren

Het is ridicuul te denken dat de AIVD bij machte is alle potentiële daders van een aanslag in de gaten te houden. Het is beter om potentiële slachtoffers optimale bescherming te bieden, meent Rob de Wijk.

Begin dit jaar verscheen een notitie van de Inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD over jihad-rekrutering in Nederland. Dat rapport werd door veel politici weggehoond vanwege de constatering dat een toenemend aantal moslims zich door opiniemakers in het maatschappelijk verkeer onheus bejegend voelt. De opmerkingen waarmee de AIVD toen werd weggehoond, worden ook nu weer gemaakt: het kan niet zo zijn dat het vrije woord in gevaar is. De moord op Theo van Gogh bewijst dat dit wel het geval is. En de bedreigingen aan het adres van Ayaan Hirsi Ali in de brief die op zijn lichaam werd gevonden, versterkt deze constatering.

Na deze moord kunnen politici en andere opinieleiders hun rol niet meer bagatelliseren. Maar het beëindigen van het publieke debat is geen oplossing. Voor het vrije woord moet echter wel een prijs worden betaald. Dat geldt voor degenen die zich in het publieke debat mengen en voor de maatschappij zelf.

Dat mensen die polariseren extreme reacties kunnen uitlokken, heeft de moord op Pim Fortuyn wel aangetoond. Nu heeft een extremistische moslim een filmmaker en commentator van het leven beroofd. En de ministers Donner en Remkes veronderstellen dat de dader door een `bredere beweging' van jihadisten wordt gesteund. Dat doet het ergste vrezen voor de toekomst. Voor publieke figuren geldt daarom in toenemende mate dat het vrije woord daar begint waar de persoonlijke vrijheid ophoudt.

Persoonsbescherming wordt in toenemende onontkoombaar. Het is voor de AIVD onmogelijk om alle potentiële daders in de gaten te houden. Het fundamentalisme is wijdverspreid. Een deel van deze fundamentalisten is extremist en roept op tot de jihad. Zij zijn onderdeel van een veel grotere groep waarvan geen concrete aanwijzingen bestaan dan dat deze op het punt staat verder te radicaliseren. En juist uit deze groep lijkt de moordenaar van Van Gogh afkomstig te zijn. Voeg daar allerlei andere radicale groepen aan toe die ook een mogelijke bedreiging kunnen vormen, en het is duidelijk dat dit een onrealistische uitbreiding van de AIVD vereist.

Als het om de bescherming van opinieleiders gaat, is een andere aanpak nodig. De Amsterdamse hoofdofficier De Wit zei na de moord op Van Gogh dat er ,,geen concrete informatie was over bedreigingen die moesten leiden tot persoonsbeveiliging''.

Het is echter fundamenteel verkeerd op dergelijke concrete dreigingen te wachten. De gedachten van individuen die al dan niet impulsief reageren, zijn niet door de AIVD te lezen. En de AIVD is evenmin in staat om in alle terroristische cellen te infiltreren.

Een andere aanpak moet daarom van de potentiële slachtoffers zelf uitgaan – een overzichtelijke en relatief kleine groep. De eerste stap is het in kaart brengen van deze risicogroep: politici, commentatoren en andere smaakmakers die door hun publieke uitingen risico's aantrekken. De tweede stap is het opstellen van een persoonlijk risicoprofiel, en stap drie is de overheidsbeslissing al dan niet te handelen.

Het Nieuwe Stelsel Bewaking en Beveiliging dat na de moord op Fortuyn is ontwikkeld, somt specifieke risico aantrekkende functionarissen op waarover de rijksoverheid als eerstverantwoordelijke een besluit neemt aangaande extra veiligheidsmaatregelen. Publieke figuren zoals Van Gogh vallen daar niet onder. Dat moet veranderen. Dat is een nationaal belang. Want inmiddels weten we dat de moord op dergelijke nationale figuren tot een crisissituatie kan leiden. Er is dus een direct maatschappelijk belang dat de rijksoverheid zich intensiever met hun veiligheid bemoeit.

Van Gogh wilde geen beveiliging. Het is schrijnend dat juist zijn dood heeft aangetoond dat een dergelijke houding ontoelaatbaar is. Alle opinieleiders moeten aanvaarden dat de overheid een afweging maakt tussen het maatschappelijk belang van hun veiligheid en hun privacy.

Persoonbeveiliging moet kunnen worden afgedwongen. Dat betekent overigens automatisch dat de rekening voor hun beveiliging bij de overheid wordt gedeponeerd. Dat zijn concreet de kosten van het vrije woord.

Het zou mij overigens niet verbazen als opinieleiders in dit klimaat steeds meer aan zelfcensuur gaan doen, voor zover dat al niet gebeurt. Sommigen zullen zich ervan bewust zijn dat hun harde taal de maatschappij polariseert. Anderen zullen niet bereid zijn de rekening voor persoonsbeveiliging zelf te dragen en daarom hun toon matigen. Weer anderen zullen niet bereid zijn hun privacy in te ruilen voor veiligheid. Tot slot is er een kleine groep die zich uit het publieke debat zal terugtrekken. Het zijn stuk voor stuk aanwijzingen dat het vrije woord nu al het slachtoffer is geworden.

Prof.dr. Rob de Wijk is directeur van het Clingendael Centrum voor Strategische Studies.