VS vragen opheldering over Lubbers

De Verenigde Staten hebben VN-secretaris-generaal Kofi Annan gisteren om opheldering gevraagd over de manier waarop hij de aanklacht wegens seksuele intimidatie tegen de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, de Nederlandse ex-premier Ruud Lubbers, heeft afgehandeld.

Ze willen weten waarom Annan de conclusies van het onderzoeksbureau van de Verenigde Naties naast zich heeft neergelegd.

Het bureau achtte Lubbers schuldig en pleitte voor ,,gepaste maatregelen''. Annan negeerde dat advies en concludeerde dat de beschuldigingen ,,niet houdbaar waren op een rechtsgeldige basis''. Wel gaf hij Lubbers in een brief een berisping en sprak hij zijn bezorgdheid over het incident uit tegenover het personeel van UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

De Amerikaanse VN-ambassadeur bij de Verenigde Naties, John Danforth, zei gisteren dat de kloof tussen de conclusies van het onderzoek en het besluit van de secretaris-generaal schreeuwt om een toelichting. ,,We begrijpen niet wat de reden is voor dit verschil en we willen er graag meer van weten.''

De woordvoerder van Annan kon geen commentaar geven op het Amerikaanse verzoek. Lubbers was niet voor commentaar bereikbaar. Zijn woordvoerder op het hoofdkantoor van UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, verwees naar een eerdere reactie van Lubbers. Bij die gelegenheid had hij het onderzoeksrapport ,,belabberd'' en ,,zonder grond'' genoemd. Hij hield vol dat Annan hem had vrijgepleit.

De 51-jarige medewerkster van UNHCR die eind vorig jaar door Lubbers zou zijn geïntimideerd, heeft vorige maand beroep aangetekend tegen het besluit van Annan. Maar zo'n interne VN-procedure kan drie tot vijf jaar duren. Daarom heeft haar advocaat de Amerikaanse en Zwitserse autoriteiten gevraagd om de diplomatieke onschendbaarheid van Lubbers op te heffen zodat daar een rechtszaak tegen hem aanhangig kan worden gemaakt.

Lubbers heeft van meet af aan verklaard dat hij onschuldig was. Hij zei dat hij niet meer dan ,,een vriendschappelijk gebaar had gemaakt''. Nadat de vrouw haar klacht had ingediend, drong Lubbers er in een brief bij haar op aan om die klacht in te trekken. Ook verdedigde hij zich per brief tegenover het personeel van de vluchtelingenorganisatie.