Süddeutsche Zeitung

Op de dag na de Amerikaanse nacht zwijgt Europa. Premiers en presidenten van het oude werelddeel doen wat zij ook vóór de belangrijkste verkiezingen van de wereld al ijverig deden: ze bijten op hun tong en houden voor zich dat zij toch heimelijk op `de ander' hadden gehoopt, op John Kerry, de man van de Oostkust, die in de verkiezingsstrijd soms klonk of hij met eigen handen de Atlantische kloof tussen de twee werelddelen zou kunnen dempen.

Maar dat was een illusie.

In plaats daarvan hebben de Europeanen nu four more years met George W. Bush, voor de boeg. En zij weten – in elk geval beter dan in het geval van een machtswisseling in het Witte Huis – waar ze met hem aan toe zijn. Dit Amerika zal zijn wereldwijde `oorlog tegen het terrorisme' voortzetten en onverstoorbaar met militaire middelen toeslaan waar en wanneer het dit als enige supermogendheid nodig acht.

Intussen blijven de Europeanen wat zij zijn: in het beste geval nuttige hulptroepen, in het slechtste geval vervelende spelbrekers.

[...] Een weg terug naar het vertrouwde Atlantische tijdperk van voor 11 september 2001 is er voor het bondgenootschap niet.