Plakboek van de menselijke fantasie

In Utrecht wordt tot en met zondag het tiende Holland Animation Film Festival gehouden. Van auto's die in insecten veranderen tot wezens met visgraattanden.

Voor de aardbewoners die vele lichtjaren in de toekomst in een ruimteschip op zoek zijn naar de planeet Zog is het kijken van Disney-cartoons de ergste straf die er is. In Intolerance III, het slotdeel van de gelijknamige geanimeerde sciencefiction-trilogie van de Britse filmer Phil Mulloy zie je ze ineenkrimpen en sidderen bij de aanblik van verwassen kleurenbeelden waarin nog net de naam `Walt' te ontcijferen valt.

Phil Mulloy is een van de filmmakers die het tiende Holland Animation Film Festival luister verleent. Glans ja, want zijn inktzwarte futuristische fantasieën schitteren als ecoline. Hij is, als een van de favorieten van programmeur Erik van Drunen, ook representatief voor de grenzen van het genre die het tweejaarlijkse festival al sinds 1985 verkent. Die grenzen gaan van klassieke cartoons tot kleianimatie of stop-motion-technieken, van de direct op het filmmateriaal gekraste of geschilderde abstracties van iemand als Devon Damonte (Fuckingoofy), tot state-of-the-art computerwerk als het Nederlandse Car Craze van Evert de Beijer.

Drie competities, met onafhankelijke en toegepaste korte films en studentenfilms vormen het hart van het festival, waar geen film langer dan een half uur duurt. Dat nodigt uit tot het zelf ontdekken van associatieve dwarsverbanden en verwantschappen tussen lieflijk bizarre en andere visionaire fantasieën. Bijvoorbeeld van de Zwitserse experimentalist Killian Dellers, die zelf de muziek bij zijn films zal verzorgen, of de dertien absurdistische films die onder de noemer Kijkshock! vanavond om 20u30 in `t Hoogt in Utrecht in première gaan met live muziek.

Retrospectieven zijn er ook, met onder meer het werk van eregast Nico Crama, een van de belangrijkste Nederlandse animatieproducenten, waarschijnlijk het bekendst van zijn samenwerking met Paul Driessen. Dat er in Korea niet alleen vernieuwende speelfilms worden gemaakt, maar dat de jarenlange ervaring als goedkoop productieland voor westerse (animatie)films nu zijn vruchten begint af te werpen, wordt getoond in een tweetal verzamelblokken. En ook van juryleden Bill Plympton, wiens werk veel op MTV te zien is en grensverlegster Bady Minck zijn films te zien. Een goede reden om haar Im Anfang war der Blick, vorig jaar op het International Documentary Filmfestival Amsterdam, nog eens te bekijken. Ze vertelt de geschiedenis van Oostenrijk aan de hand van een duizelingwekkende reeks, vaak ingekleurde ansichtkaarten.

Na een doos vol films bekeken te hebben, puilt mijn netvlies uit van de beelden. Het is als een overvol plakboek van een associatieve wereldreis door de uithoeken van de menselijke fantasie. Auto's veranderen in insecten, menselijke wezens met visgraattanden worden gerecyceld als hamburgers. De Canadese animatiepionier Ryan Larkin wordt in Ryan van Chris Landreth laag voor laag afgepeld als een ui.

In heet de film van de uit Duitsland afkomstige Philipp Hirsch, waarin hij door wormgaten in tijd en waarneming letterlijk `in' de kleinste microkosmische processen van zijn hoofdpersoon Hanna inbreekt. Vooral het heen en weer bewegen van twee- naar driedimensionale werelden geeft een fascinerend vervreemdende ervaring. In dat universum kan je eindeloos verdwalen. Daar wil je voorlopig niet meer uit.

Holland Animation Film Festival. T/m 7 nov, Utrecht. Inf. 030 2331733, www.haff.nl