Nieuw geweld in zuiden Thailand

Bij nieuw etnisch geweld in het uiterste zuiden van Thailand zijn het afgelopen etmaal bij verschillende incidenten ten minste zeven doden gevallen. Volgens de Thaise autoriteiten zitten islamitische separatisten achter de aanslagen waarbij twee politieofficieren en vijf burgers, onder wie twee spoorwegarbeiders, werden doodgeschoten.

De spanningen in het al langer onrustige, overwegend door moslims bewoonde grensgebied met Maleisië laaiden twee weken geleden op toen Thaise veiligheidstroepen het vuur openden op een demonstratie van moslims voor het politiebureau van Takbai in de provincie Narathiwat. Daarbij werden zeven demonstranten gedood. Vervolgens stierven 78 opgepakte demonstranten de verstikkingsdood tijdens hun transport in overvolle legertrucks naar verschillende detentiekampen.

In het overwegend boeddhistische Thailand vormen de moslims in de zuidelijke provincies een kleine minderheid. Zij voelen zich sociaal en economisch achtergesteld door de regering in Bangkok, en enkele militante groeperingen streven naar autonomie. Naar schatting zijn bij etnisch geweld in de regio dit jaar al meer dan 400 mensen om het leven gekomen. In april doodden Thaise veiligheidstroepen in een moskee ongeveer 110 islamitische separatisten die machetes bij zich droegen.

Zowel boeddhisten als moslims zeggen zich bedreigd te voelen door het nieuwe geweld. De meeste scholen in het zuiden sloten de afgelopen weken hun deuren na de waarschuwing dat moslimextremisten als wraakneming voor de dood van de demonstranten, twee weken geleden, onderwijzers en leerlingen zouden willen ontvoeren. ,,Boeddhisten leven voortdurend in angst omdat we zien dat de (islamitische) opstandelingen nu het vizier op ons richten'', reageerde Pairat Wihakarat, voorzitter van een onderwijsbond in het zuiden van Thailand, op de jongste moordpartijen. ,,Zij nemen wraak op onschuldige boeddhisten die niets te maken hebben met het aanhoudende geweld.''

Een van de islamitische strijdgroepen in het zuiden heeft de boeddhisten in het zuiden opgeroepen de regio te verlaten en gedreigd met aanslagen in de hoofdstad Bangkok.

Het harde optreden van politie en leger heeft ook internationaal felle reacties uitgelokt. Human Rights Watch verwijt premier Thaksin dat, sinds het aantreden van zijn regering in 2001, ,,de Thaise veiligheidstroepen steeds vaker hun toevlucht nemen tot buitensporig geweld en ongestraft hun gang kunnen gaan, vooral in het zuiden van Thailand''.